Opinie

De ‘racistische tweet’ van Trump revisited: een zakelijke beschrijving of een moreel oordeel?

De ombudsman

Vorige week meldde NRC dat Israël twee Congresleden de toegang tot het land had geweigerd over wie Trump zich eerder „racistisch had uitgelaten”. De uitlating, een tweet, werd later in het nieuwsbericht deels geciteerd, met de toevoeging: „Deze racistische tweet kwam hem op veel kritiek te staan.”

De Volkskrant bracht het nieuws zo: „Trump nam het duo al herhaaldelijk onder vuur. Hij zei dat ze, samen met [twee andere] gekleurde Congresleden, ‘terug konden keren naar hun eigen gebroken landen’. Die opmerking is door het huis van Afgevaardigden veroordeeld als racistisch.”

Verschil: deze krant nam het racistische karakter van Trumps tweet voor eigen rekening, de Volkskrant schreef de kwalificatie toe aan anderen. Voor de hand liggende vraag: wat is beter? Is ‘racistisch’ een feitelijk woord dat een krant zo kan of zelfs moet gebruiken, of is het een oordeel dat je beter kan toeschrijven of op zijn minst moet toelichten?

Die discussie vlamde recent op bij The New York Times. In een plenair debat bleken de meningen sterk verdeeld tussen redacteuren die bepleiten dat de krant terughoudend blijft met het adjectief en anderen die juist veel harder stelling willen nemen tegen Trumps racisme (overigens gebeurt dat laatste door columnisten van die krant ongezouten). Eén redacteur maakte bezwaar tegen het etiket louter voor Trump omdat „racisme overal is”. Een ander protesteerde dat de krant geen „fucking part of the resistance” moet zijn, zoals tegenstanders van de president én Trump zelf graag willen.

Hoe ligt dat bij de niet-Amerikaanse NRC?

Ik hield een kleine enquête onder redacteuren, zonder kwantitatieve pretenties maar om argumenten voor of tegen te inventariseren.

Uitkomst: verreweg de meeste respondenten vonden dat het in nieuwsverhalen beter is om oordelen toe te schrijven (aan een bron) of toe te lichten (met uitleg en duiding) en niet als los etiket te gebruiken. Een van hen schrok toen hij het label in het bericht las en „pas in de derde kolom de vermeend racistische tweet tegenkwam”. Hij vond die „verwerpelijk maar niet evident racistisch. Ik vind het ook niet onzinnig om de tweet wél als racistisch te beoordelen, maar laten we daar niet voor de lezer over beslissen.” Verslaggeving moet in de eerste plaats laten zien wat mensen zeggen en doen. Commentaren, analyses en opinies zijn iets anders: daarin wordt juist een, beredeneerd, oordeel verwacht, ook van de krant.

Ook anderen vinden de term in dit geval te zwaar beladen én te diffuus. De Neurenberger wetten waren evident racistisch, net als de Apartheid en het verklaarde motief van de moordenaar in El Paso. Inmiddels omvat racisme allang niet meer louter biologisch rassendenken, of een strafrechtelijke definitie, maar het stigmatiseren en uitsluiten van mensen op grond van hun afkomst, etniciteit of cultuur.

Een redacteur vindt juist daarom: „De term is multi-interpretabel, te opiniërend en vooral te militant voor de nieuwskolommen.” Een ander zegt: „Racistisch wordt nu vaak gebruikt voor discriminerende of xenofobe teksten. Die woorden kom je veel minder tegen, terwijl opmerkingen van Trump of Wilders daar vaak onder geschaard kunnen worden.”

Een derde wijst erop dat de passage in de Volkskrant feitelijk informatiever is: wie de tweet van Trump heeft veroordeeld is voor lezers relevanter dan de eigen mening van de krant. „Het maakt voor de congresleden geen zier uit of NRC de tweets racistisch acht. Dat een aanzienlijk deel van de Amerikaanse bevolking dat vindt, dát wil ik weten.”

Pleitbezorgers van de term zijn vooral beducht voor te grote neutraliteit van de krant. Een redacteur schreef: „In mijn ogen is de tweet onvervalst racistisch. Hij is gericht tegen vier vrouwen van kleur, van wie er drie in Amerika geboren zijn. Als dat geen Blut und Boden is, wat dan wel?” Hij vreest „centristische bias”, of vals evenwicht. „Beide kanten hebben een punt, dat idee.”

Dat vindt ook een ander: „Als we zelfs zo’n opmerking niet racistisch of xenofoob noemen, verandert neutraliteit dan niet in lafheid? Ik denk van wel.” Maar ook zij vond dit eerder „xenofoob”.

Weer een ander zegt: „Als je je ‘verschuilt’ achter hoe anderen het genoemd hebben, wat voor boodschap geef je dan af aan mensen die zich identificeren met de vrouwen tegen wie de uitspraken bedoeld waren? Dat NRC er niet voor hen is?”

En een laatste verdediging: „Het is een beschrijving, geen commentaar. De oervorm van de journalistiek is het ooggetuigenverslag en daarmee is de journalist de eerste die een situatie beoordeelt.” Toeschrijven is dan een „bangelijke oplossing”.

Voorstanders van terughoudendheid waarschuwen op hun beurt weer voor journalistiek paternalisme en psychologisme – speculeren over motieven en bedoelingen. „Zelfs als ik het met het oordeel eens ben, voel ik me onprettig als mijn krant bepaalt dat iets of iemand racistisch is, antisemitisch, homofoob of misogyn”, zegt een van hen. „Citeer wat iemand zegt, beschrijf wat hij doet. Onze lezers zijn intelligent genoeg om dat vervolgens te plaatsen.”

Bovendien, vindt een ander, etiketteren kan een aflaat worden. „Het is niet zo dat als je het label maar gebruikt, je opeens enorm kritisch bericht over Trump.” Verslaggeving over racisme is niet „het afvinken van dat ene benoem-vakje”.

Een ander waarschuwt voor precedentwerking. „Je moet dan ook Rutte met zijn ‘pleur op’ tegen Turkse Rotterdammers racistisch noemen. Zo worden wij een racisme-meter, terwijl we zo objectief mogelijk moeten proberen weer te geven wat er is gezegd en hoe daarop wordt gereageerd.”

In sommige reacties klinkt een algemenere vrees door. Een redacteur: „Ik vind dat we erg moeten oppassen niet activistisch te worden. Wij moeten niet de rechter zijn die oordeelt dat deze of gene het kwaad belichaamt, want dat is wat je eigenlijk doet als je dit beladen etiket opplakt.”

Een ander beaamt dat: „Het is onze plicht om wantrouwig te staan tegen elk collectief, elke maatschappelijke beweging, elke hashtag – ook, of misschien wel juist als we het ermee eens zijn. Het gevaar is dat dit soort ideeën doorschieten en je de krant voor woke Nederland wordt.”

Mijn idee? Ik ben het eens met pleitbezorgers van distantie, ook ten opzichte van een activistisch idioom en maatschappijbeeld. Beschrijven en uitleg bieden – zonder meel in de mond – is belangrijker dan een label normaliseren. Dat hoeft niet bangelijk te zijn, want racisme benoemen is, zoals die redacteur zegt, méér dan etiketten plakken.

Belangrijker dan Trumps tweet typeren lijkt mij dan ook vast te stellen – wat de krant ook heeft gedaan – wat hij ermee dóet: inspelen op racistische stereotypen. We hebben het immers over politiek.

Intussen provoceert Trump onvermoeibaar door, nu over de „loyaliteit” van Joden – een antisemitische klassieker. Daar wijdde de krant een stevig, duidend stuk aan – zonder losse adjectieven.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.