Zwartsparen is, na harde strijd van fiscus, niet stoer meer

Verhuld vermogen De fiscus trok in de strijd tegen zwartspaarders een hele juridische trukendoos open. Het resultaat, na twintig jaar: een vollere schatkist en een veranderde moraal.

Illustratie Pepijn Barnard

‘In het gezellige streekdorp Doezum, nabij Grootegast en de A7 vindt u deze voormalige slagerij met winkel, die in 2002 volledig om is gebouwd tot sfeervol woonhuis met meerdere loodsen/schuren en 2 percelen weiland op maar liefst 10.210 m2 eigen grond.” Achter deze wervingstekst, op woningverkoopsite Funda van afgelopen december, gaat het verhaal schuil van hoe de Nederlandse overheid de afgelopen twintig jaar een steeds hardere strijd tegen zwartspaarders is gaan voeren.

De woningadvertentie is geplaatst door een huizenhandelaar die het huis kort daarvoor heeft gekocht op een executieveiling, van de Belastingdienst. De fiscus had nog een half miljoen euro te goed van de eigenaars – twee zwartspaarders – en besloot daarom hun woning en weiland te verkopen. Het was een unicum: voor het eerst pakte de Belastingdienst een huis af van zwartspaarders omdat zij weigerden inzicht te bieden in hun in het buitenland gestalde vermogen.

Dat is dankzij oud-staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD). „De Belastingdienst laat niet met zich sollen”, schrijft Weekers in 2013 bij de aankondiging van zijn nieuwe strategie. „Ik laat geen middel onbenut.” Om informatie boven tafel te krijgen zullen zwartspaarders die de lippen op elkaar houden voortaan voor de civiele rechter worden gedaagd, in plaats van voor de belasting- of strafrechter.

Het is een opvallende stap: doorgaans staan burgers en bedrijven tegenover elkaar bij de civiele rechter. Maar wettelijk gezien kan het door de beugel. En dat zullen de eigenaren van het huis en weiland in Doezum weten.

Via een kort geding eist de Belastingdienst op straffe van een dwangsom dat het koppel informatie over hun zwartspaartijd in Luxemburg verstrekt. Volgens de Belastingdienst blijkt uit gegevens van de Kredietbank Luxembourg dat het stel er in de jaren negentig ruim 315.000 gulden (circa 142.000 euro) op een rekening had staan. Van dat geld is bij de belastingaangiftes nooit melding gemaakt en dus is het ‘zwart’. De rechter honoreert de informatieverstrekkingseis van de fiscus en legt een dwangsom op van 5.000 euro per dag met een maximum van 500.000 euro om de eis kracht bij te zetten.

En zo belandt het huis uiteindelijk in de executieveiling. Want het stel houdt bij hoog en laag vol dat het geen zwart geld had. Bij het hoger beroep (dat ze verliezen) wijzen ze erop dat hun paspoorten in 1981 zijn gestolen en derden de rekening mogelijk met die paspoorten hebben geopend. Maar het gerechtshof noemt dat „onwaarschijnlijk” en vindt dat het stel de zwartspaarverdenkingen „niet heeft ontzenuwd”.

„Dat hun huis is geveild, gaat echt heel ver”, vindt advocaat Sam Bharatsingh. Hij voerde veel zwartspaarrechtszaken en werd daarbij ook geconfronteerd met de dwangsomstrategie van de fiscus. „Dit soort zaken zou bij de belastingrechter moeten plaatsvinden en niet bij de civiele rechter, want die snapt er niet veel van. Rechters leggen dwangsommen op die geen relatie houden tot de hoogte van het verhulde vermogen.”

Cadeautje

Zwartsparen is een verhullende term voor belastingontduiking door particulieren. De praktijk kwam op in een tijd dat de hoogste inkomens in Nederland nog 72 procent inkomstenbelasting betaalden en er nog een vermogensbelasting bestond van 0,7 procent. Nederlanders stalden volgens oude grove schattingen van Financiën zo’n 27 miljard euro uit het zicht van de fiscus in landen als België, Luxemburg en Zwitserland.

Zwartsparen is dus niets nieuws. Maar het harde optreden van de fiscus tegen de belastingontduikers is dat wel. „De strijd tegen zwartspaarders is eigenlijk met een cadeautje begonnen”, vertelt fiscaal advocaat Angelique Perdaems van Hertoghs advocaten, co-auteur van het boek ‘De jacht op buitenlands vermogen’, over de aanpak van zwartspaarders.

Het cadeautje komt in 2000 van de Belgische staat, die de Belastingdienst microfiches overhandigt van de Luxemburgse bank KBL met de namen van duizenden Nederlandse rekeninghouders en hun rekeningsaldo in 1994.

Advocaten van zwartspaarders stellen de nodige vragen bij de fiches. Ze zijn namelijk gestolen. De hoogste Belgische rechter kwalificeert ze daarom als onrechtmatig verkregen informatie op basis waarvan Belgische zwartspaarders niet aangepakt mogen worden. Maar de Nederlandse Hoge Raad oordeelt anders. Omdat Nederland de gegevens van een andere staat ontving en geen rol in de diefstal speelde, zijn de bankdata hier wél bruikbaar. De „KB Lux-rechtszaken hebben voor heel veel jurisprudentie gezorgd omdat er juridische vragen opkwamen die daarvoor niet speelden”, zegt Perdaems.

Meermaals schaart ’s lands hoogste rechter zich na slepende rechtszaken achter de Belastingdienst. Net zoals met het toelaten van de gestolen microfiches, stemt de Hoge Raad bijvoorbeeld ook in met de opvallend creatieve wijze waarop de Belastingdienst de Luxemburgse bankgegevens koppelt aan Nederlanders. De Belastingdienst beschikt zelf namelijk slechts over de voorletters en achternamen van alle Nederlanders. Dat probleem wordt ondervangen door een database met volledige voornamen van rijbewijsinstantie RDW te kopen.

Ferme taal

De schatkist vaarde de afgelopen twintig jaar wel bij de strijd tegen belastingontduikers. Voor hen bestaat een inkeerregeling waarbij zij over hun zwarte geld tot twaalf jaar achterstallige belastingen, rente en (geregeld ook) boetes moeten betalen. „KB Lux was het begin. Daardoor heeft de inkeerregeling, die al bestond, een push gekregen”, zegt Frans van Krieken, programmamanager Verhuld Vermogen bij de Belastingdienst. In 2002 keren twintig personen met zwart vermogen in, het jaar erop zijn dat er ruim duizend.

Lees ook dit artikel ‘Zwartspaarders worstellen met dood geld’

De afgelopen twintig jaar haalden ruim 33.000 Nederlanders hun zwarte geld terug naar Nederland. De een ‘vrijwillig’ omdat het te heet onder de voeten werd, de ander nadat die werd betrapt door de Belastingdienst. In totaal gaven zij bijna 10 miljard euro aan, blijkt uit cijfers van de fiscus. De schatkist zou daar 4 miljard euro aan hebben ‘verdiend’.

Bij het ministerie van Financiën slaat men graag op de grote trom en maakt gebruik van de onzekerheid die bij zwartspaarders heerst. Staatssecretaris Weekers stuurt persberichten rond waarin hij meldt dat de fiscus „niet met zich laat sollen”. Financiën-minister Jan Kees de Jager (CDA) loopt tv-programma’s af en twittert er op los. „In auto naar Breda voor bezoek aan de Inkeerlijn voor zwartspaarders. Bizar druk is het daar. Zij moeten ook rond Kerstdagen overuren maken”, meldt hij bijvoorbeeld in 2009.

Lees ook het artikel ‘Zwartsparen en hoe het geld weer wit wordt’

Die ferme taal werkt goed in combinatie met het tijdelijk schrappen van inkeerboetes. In 2009 zet De Jager de boete op nul en kondigt hij aan dat die in de loop van 2010 naar 30 procent gaat. „In korte tijd meldden zich 8.000 mensen”, memoreert Van Krieken. Weekers past in 2013 dezelfde tactiek toe tegen de achtergrond van berichten dat Luxemburg en Zwitserland aan hun bankgeheim morrelen. Van Krieken: „Ik dacht dat er wellicht nog tweeduizend mensen zouden inkeren, maar het werden er ruim 12.000.”

Soms schiet de staat door en wordt door de rechter teruggefloten. In 2009 sluit de Belastingdienst zelf een deal met een tipgever. In ruil voor de bankgegevens van de Rabobank in Luxemburg ontvangt die tipgever een percentage van de opbrengt van het geld dat bij de bewuste zwartspaarders wordt opgehaald. Die aanpak leidt tot nogal wat ophef en rechtszaken. „Gerechtshof eist vervolging ministerie van Financiën”, luidt een van de nieuwskoppen in 2014 als de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aangifte doet tegen Financiën. Het ministerie heeft twee ambtenaren, die als getuige worden verhoord, geïnstrueerd om de identiteit van de tipgever niet prijs te geven. En dat trekt het gerechtshof slecht.

De zaak loopt af met een sisser, maar de saga rond de tipgever geeft de staat wel een kater. Vorig jaar oordeelde het gerechtshof Den Bosch dat de informatie niet mag worden gebruikt omdat de fiscus voor de gestolen informatie betaalde en geen inzicht wil bieden in de het proces daaromheen. De zaak ligt nu bij de Hoge Raad.

Illustratie Pepijn Barnard

Beunen en erven

Van Krieken zag duizenden en duizenden zwartspaarders voorbij komen. Daarvan heeft hij een ding geleerd: dé zwartspaarder bestaat niet. „De groep is heel divers. Je komt bijvoorbeeld medici tegen, ondernemers uit allerlei branches, maar ook mensen die in de jaren tachtig en negentig in de bouw beunden en een deel van hun inkomen over de grens wegbrachten. Weer andere mensen hebben het vermogen geërfd.”

De programmamanager constateert dat in de loop der jaren „het besef veel groter is geworden dat zwartsparen niet loont en dat het maatschappelijk gezien not done is”. Advocate Perdaems ziet ook dat de tijdgeest flink veranderd is. „Vroeger op borrels en verjaardagen werd openlijk over zwartsparen gesproken en was het stoer. Nu wordt het echt als crimineel gezien.”

In het maatschappelijke debat is veel meer aandacht voor de morele aspecten van belastingontduiking. Opsporingsdienst FIOD voerde verschillende opsporingszaken uit tegen belastingontduikers en hun zakelijke dienstverleners die veel media-aandacht kregen. En bij het afgenomen draagvlak voor zwartsparen speelt ongetwijfeld ook mee dat het belastingregime in Nederland mensen minder snel de grens overjaagt. Zo ligt het toptarief voor de inkomstenbelasting tegenwoordig op 51,75 procent.

Daar komt bij dat ook mondiaal het nodige veranderd is. „Zwitserland is bijvoorbeeld helemaal open gegaan qua informatieverstrekking. Dat was twintig jaar geleden ondenkbaar”, zegt Perdaems. Zo kreeg de Belastingdienst in 2016 via de hoogste Zwitserse rechter voor elkaar dat de bank UBS de gegevens van Nederlanders met een saldo van meer dan 1.500 euro moest verstrekken.

Inkeren kan anno 2019 nog steeds, maar niet boetevrij zoals in 2009 en 2013. Wie nu zijn zwarte geld terughaalt betaalt de gebruikelijke achterstallige belastingen, rente en een boete van maximaal 300 procent over dat bedrag.

De populariteit van inkeren lijkt tanende. Met 598 lag het aantal inkeerders vorig jaar op het laagste punt sinds 2012. Of dat is omdat de meeste zwartspaarders hun geld hebben teruggehaald, blijft gissen. Van Krieken klinkt in ieder geval positief. „We hebben steeds meer middelen om mensen die onder de radar willen blijven eruit te halen”, zegt hij verwijzend naar de afspraken die in 2016 zijn gemaakt tussen honderd landen over het automatisch uitwisselen van financiële gegevens van personen en organisaties.

Maar volgens advocaat Bharatsingh is zwartsparen daarmee de wereld niet uit. Hij wijst op Dubai, dat „dat soort mensen graag ontvangt”, en op Liechtenstein, dat nog steeds een bankgeheim heeft. Bharatsingh is voorstander van een generaal pardon voor zwartspaarders naar voorbeeld van België, Duitsland en Italië waarbij al het geld zonder sancties kan worden teruggehaald. „Dat zou werken. Er is namelijk vermoedelijk nog heel wat zwart vermogen in het buitenland.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.