Zelfs geen bed meer in de nachtopvang

Dakloos De verdubbeling van het aantal daklozen wijten hulpverleners aan de huizenmarkt, strenger uitkeringsbeleid en bezuinigingen in de ggz. Het gevolg: de nachtopvang zit vol en moet dagelijks mensen weigeren. Ook zijn er meer incidenten en agressie.

Werkbegeleider Frank Geppaart in de Utrechtse Nachtopvang in Zelfbeheer
Werkbegeleider Frank Geppaart in de Utrechtse Nachtopvang in Zelfbeheer Foto Maarten Hartman

„Waarschijnlijk wordt het iets makkelijks: macaroni”, zegt Kenny (33), terwijl hij een keukenkastje opent. In de Utrechtse Nachtopvang in Zelfbeheer (NoiZ) kookt hij regelmatig voor de dak- en thuislozen die blijven slapen.

Inmiddels heeft Kenny – vanwege privacyredenen zonder achternaam – een eigen studio in Leidsche Rijn. Maar een jaar geleden sliep hij zelf nog in de opvang. Nadat zijn relatie uitging, belandde hij op straat. Even woonde hij bij zijn ouders, maar steeds vaker ontstonden er ruzies over zijn alcoholverslaving. In afwachting van zijn opname in een afkickkliniek sliep Kenny vervolgens elf maanden lang in de nachtopvang.

En hij is niet de enige. De 45 bedden van de Utrechtse opvang zijn altijd bezet, zegt Willem Lammerink (51), projectleider bij stichting De Tussenvoorziening, waar de NoiZ onder valt. „We moeten dagelijks mensen weigeren en onze wachtlijsten zijn lang.”

Projectleider Willem Lammertink zit op een bed in de Nachtopvang in Zelfbeheer in Utrecht. Maarten Hartman

Het aantal daklozen is tussen 2009 en 2018 ruim verdubbeld van 18.000 tot 39.000 mensen, zo maakte het CBS vrijdag bekend. Ze leggen daarvoor drie bestanden naast elkaar: de bijstandsuitkering voor dak- en thuislozen, het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem én een lijst van bij de Basisadministratie ingeschreven mensen die min of meer wonen bij dag- en nachtopvangvoorzieningen. 85 procent is man, illegale daklozen vallen buiten deze cijfers. Zo’n 40 procent van de daklozen verblijft in één van de vier grote steden, de rest is verspreid over Nederland. „Ik schrik erg van deze cijfers”, liet staatssecretaris Paul Blokhuis (Welzijn, ChristenUnie) vrijdag op Twitter weten.

Te weinig goedkope woningen

Huisarts Marcel Slockers is niet verbaasd. Hij behandelt in Rotterdam al jaren daklozen bij de nachtopvang. „Er zijn te weinig sociale huurwoningen. We hebben nu mensen die acht maanden in de opvang verblijven mét een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning. Die woning is er gewoon niet. Dus de opvang raakt ook verstopt.”

Ook in Utrecht is de huizenmarkt hét probleem, zegt Lammerink. Het is de bedoeling dat cliënten na drie tot zes maanden weer op zichzelf gaan wonen, maar vaak wordt dat negen maanden tot een jaar.

„Omdat er te weinig goedkope huizen zijn”, zegt Lammerink. Door het lange wachten op een woning raken sommigen gedemotiveerd, en moeten ze nóg langer in de opvang blijven. „Want dan glijden ze weer af naar bijvoorbeeld middelen”, zegt Frank Geppaart (64), werkbegeleider bij de NoiZ.

Foto’s van Maarten Hartman in de Utrechtse Nachtopvang in Zelfbeheer.

Huisarts Slockers ziet in de Rotterdamse opvang steeds meer ouderen. „Er komen nu, voor het eerst, 70-plussers die het thuis niet meer rond krijgen. Gek hè, als je duizend plekken in de verzorgingshuizen sluit in één stad (Rotterdam, red.).” Hij is heel kritisch op de overheid. „Er is bezuinigd op de ggz. Patiënten worden steeds sneller uit een instelling gezet. Ook zij raken soms dakloos.”

Bovendien is in 2015 de ‘kostendelersnorm’ landelijk ingevoerd, en die wordt strikt toegepast in Rotterdam. Ouders met inwonende volwassen kinderen die allebei een uitkering hebben, óf een baantje erbij, moeten óf een deel van de uitkering inleveren of hun kind het huis uitzetten. Slockers: „Als je 23 bent en pizza’s bezorgt en daarnaast vakken vult in de supermarkt, verdien je maar een paar honderd euro per maand. Daarmee compenseer je de kosten niet die je moeder verliest op haar uitkering. Dus soms zet moeder je dan het huis uit”.

Slapen in een tuinhuisje

Elke avond liggen de 280 bedden van de opvang waar Slockers spreekuur houdt vol. Elk jaar krijgen duizend Rotterdammers een pas die recht geeft op een plek in die nachtopvang. Die krijgen ze alleen als ze hun hele eigen netwerk aan logeeradressen bij familie en vrienden hebben ‘opgebrand’. Maar 720 daklozen kunnen er dus, per avond, niet terecht. Er zijn nog wel een paar Rotterdamse opvanglocaties van het Leger des Heils. Maar er zijn ook nog eens 2.500 Rotterdamse daklozen zonder die pas, die in een tuinhuisje slapen, een verlaten boot, een week bij een vriend of familielid, en dan weer op straat.

In de Utrechtse opvang gaat Frank Geppaart voor door de gang met slaapzalen. „Hier moeten we een beetje zachtjes zijn”, zegt hij. Niet alleen ’s nachts zijn de bedden gevuld. Mensen die dan moeten werken, mogen overdag komen slapen. Twee kamerdeuren zijn daarom gesloten.

Iets verderop is de deur van een slaapkamer voor vrouwen wel open. Onder de stapelbedden staan her en der wat slippers en aan bed hangt een rieten fietsmand met een flesje water, wat schoonmaakdoekjes en verzorgingsspullen. Vrouwen krijgen volgens Geppaart soms voorrang voor een slaapplek. „Als we een dame hebben die boventallig is, dan willen we nog weleens zeggen: ‘kom binnen’. Ze zijn kwetsbaarder buiten.”

Meer agressie

Opvallend in de landelijke cijfers is de stijging na 2014, van 27.000 tot 39.000, zegt Tanja Traag van het CBS. In dat jaar is de grote bezuiniging op de ggz begonnen: een derde van de bedden in psychiatrische instellingen werd gesloten. Patiënten moesten thuis gaan wonen, met ‘ambulante’ begeleiding van een hulpverlener of familie. Traag: „We hebben in december gekeken naar de levensloop van daklozen. In 2012 had 53 procent in de voorgaande jaren psychische hulp gekregen, in 2016 nog maar 40 procent, terwijl het aantal Nederlanders dat psychische hulp krijgt, gemiddeld stabiel is gebleven.”

Het CBS kan de toename van het aantal mensen dat op straat belandt niet helemaal toeschrijven aan de bezuinigingen, zegt Traag, maar legt wel dat verband in het rapport in december. Mensen zouden minder hulp krijgen, afglijden en dus eerder hun huis verliezen dan vroeger. Het CBS-rapport uit december: „Dit kan deels te maken hebben met veranderingen in de opzet van de geestelijke gezondheidszorg vanaf 2014. Minder mensen kregen specialistische zorg en een groter aandeel kreeg deze zorg bij de huisarts. Dit zou vooral bij een psychisch kwetsbare populatie zoals de (toekomstige) daklozen kunnen gelden.”

Bij de opvang in Utrecht zijn ze ervan overtuigd dat minder plek in psychiatrische instellingen een belangrijke oorzaak is. „Je kunt gewoon merken dat de mensen die hier verblijven zwaardere problematiek hebben dan vijf of tien jaar geleden”, zegt Lammerink. „Er zijn meer incidenten op het gebied van agressie en de hulpvraag is groter.”

Ook Kenny had vanwege zijn alcoholverslaving speciale hulp nodig. En hoewel hij nu weer op zichzelf woont, voelt hij zich soms nog steeds gesteund door de nachtopvang. „Als ik een beetje angstig of paniekerig ben, fiets ik de Dafne Schippersbrug over om hier een bakje koffie te drinken.”