Woede verpleegkundigen om wet: ‘Het doet mij pijn dat mijn diploma gedegradeerd is’

Zorg Goed functionerende verpleegkundigen moeten weer naar school om hun werk te blijven doen. De onvrede is groot.

„Verdieping in ons vak hebben we allemaal, middels bijscholingen en symposia”, schrijft een verpleegkundige. „Verbreding? Is dat noodzakelijk om mijn werk goed uit te voeren?”
Verdieping in ons vak hebben we allemaal, middels bijscholingen en symposia”, schrijft een verpleegkundige. „Verbreding? Is dat noodzakelijk om mijn werk goed uit te voeren?” Foto Lex van Lieshout/ANP

Ze is een kwart eeuw wijkverpleegkundige, sinds elf jaar bij Buurtzorg. Ze haalde 35 jaar geleden haar zogenoemde ‘inservice-diploma’ in het ziekenhuis, daarna deed ze post-hbo-opleidingen en is ze nooit gestopt met werken.

Deze verpleegkundige mag sinds kort iets essentieels in haar werk niet meer doen: ‘indicaties afronden’. Oftewel, bepalen wat een patiënt nodig heeft: dagelijks bezoek van de thuiszorg, medicijnen, steunkousen? Reden dat ze dat niet mag is dat ze, lang geleden, de inserviceopleiding deed. „Mijn collega met hbo, die ik zélf heb ingewerkt, mag dat wel. Ik krijg vaak vragen van haar.”

Lees ook: Zo veel ervaring, toch terug naar school

Dit is één voorbeeld uit de veertig boze brieven van inservice-opgeleide verpleegkundigen, afgelopen weken verstuurd aan kinderverpleegkundige Rini Kleijn, die een petitie begon. De verpleegkundigen zijn boos en teleurgesteld omdat hun oude diploma volgens een wetsvoorstel van minister Bruins (Medische Zorg, VVD) opeens minder waard is. Ze voelen zich afgedankt na dertig à veertig dienstjaren. Avonddiensten gedraaid, nachtdiensten, beslissingen genomen, medicijnen toegediend, patiënten getroost en soms gered, collega’s gesteund. En ze hebben zich voortdurend bijgeschoold.

Ze roerden zich afgelopen twee maanden in kranten, op televisie, op sociale media en op de websites van vakbond en beroepsvereniging.

39 jaar ervaring

De onvrede onder verpleegkundigen is zo groot dat minister Bruins deze week een ‘verkenner’ aanstelde, Alexander Rinnooy Kan, om de gevolgen van de nieuwe wet opnieuw met de beroepsgroep te bekijken.

„Ik heb 39 jaar ervaring”, vertelt een andere verpleegkundige in een brief aan Kleijn, „waarvan 30 jaar op de intensive care. Mijn opleiding is nog de inservice-opleiding. Hierna heb ik een management-opleiding gevolgd, ben teamleider geweest. Ik ben hematologie-verpleegkundige; heb de volwassenen- én kinder-intensivecareopleiding gevolgd; ik ben renal specialist [nierfunctiestoornissen] en heb een certificaat behaald om hart-longmachines te bedienen.”

Ook deze verpleegkundige zou straks, volgens de nieuwe wet, een twee-jarige hbo-opleiding moeten volgen om te blijven doen wat ze doet.

Er zijn 66.000 nog werkende inservice-opgeleide verpleegkundigen. De opleiding hield in: drie jaar lang meedraaien in het ziekenhuis, op verschillende afdelingen – niet op een onderwijsinstelling. Die opleiding hield begin deze eeuw op, voortaan kon je alleen nog mbo- of hbo-verpleegkunde doen, buiten het ziekenhuis (met stages).

Jonge hbo’ers

Beleidsmakers hebben dat oude diploma in de nieuwe wet ingedeeld bij mbo, omdat het zo’n praktische opleiding was. Ze hebben besloten dat mbo’ers en inservice-verpleegkundigen voortaan ‘verpleegkundige’ worden en hbo’ers ‘regie-verpleegkundige’. Ervaringsjaren tellen niet. Jonge hbo’ers, opgeleid na 2012, worden vanzelf regie-verpleegkundige, de meeste anderen moeten alsnog een hbo-studie volgen om dat te worden. In de memorie van toelichting op de wet staat, in tal van variaties: „In de toekomst zal duidelijker onderscheid gemaakt kunnen worden tussen mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen.”

Lees ook: Ervaren verpleegkundigen zijn de zuilen van de zorg

De woordvoerder van Bruins meldt dat het ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport onaangenaam verrast is door het protest, omdat het ministerie dácht de wet te hebben voorbereid met álle verpleegkundigen, via de beroepsvereniging V&VN. Die vereniging is jaren voorstander van de wet geweest. Ze wil dat hbo’ers mogelijkheden krijgen om carrière te maken en meer verantwoordelijkheden op zich te nemen. Zodat ze de zorg niet verlaten.

Toen de eerste contouren van de wet duidelijk werden, in 2016, plaatste de beroepsvereniging al berichten op de website getiteld ‘Eindelijk onderscheid tussen mbo en hbo’.

„De hbo’ers hadden gewonnen”, zeggen inservice- en mbo-opgeleide verpleegkundigen daarover.

Inmiddels lijkt het erop dat die laatste groep de zorg zal verlaten. Velen zeggen dat dit de druppel is die de emmer doet overlopen – bovenop de werkdruk die ze dagelijks voelen.

Na alle ophef deze zomer kondigde V&VN vorige week aan dat ze de steun voor de wet intrekt. „We hebben de uiteindelijke beroepsprofielen en overgangsregeling niet ter goedkeuring voorgelegd aan ál onze leden (mbo, inservice en hbo) en dat spijt ons”, zegt de woordvoerder. „We gaan de komende tijd met leden en niet-leden in gesprek over de vraag óf we gezamenlijk functie-differentiatie willen. En zo ja, hoe dan?”

Op haar beurt verwijt V&VN het ‘Den Haag’ in de wet te veel verpleegkundigen buiten spel te hebben gezet. „V&VN heeft juist altijd gepleit voor een zo breed mogelijke overgangsregeling. (…) Doe recht aan de opgebouwde kennis en ervaring van alle verpleegkundigen.”

Toch hadden VWS én V&VN van het verzet kunnen weten. Kinderverpleegkundige Kleijn, zelf inservice-opgeleid, startte haar petitie ‘Erken Inservice-opleiding verpleegkunde-A op HBO niveau’ al in 2017. Inmiddels is die 29.500 keer ondertekend.

Sommige inservice-verpleegkundigen ondervinden de nadelen van de nieuwe wet nu al als ze solliciteren naar een nieuwe baan: organisaties nemen hen in afwachting van de nieuwe wet niet aan vanwege hun verouderde ‘inservice-diploma’.

Nog een brief aan Rini Kleijn: „Binnen de wijkzorg in Doesburg betekent de invoering van de wet (…) dat we in een onderbezet team geen complexe zorg meer kunnen bieden omdat het personeel er ‘niet is’. Hierdoor kunnen patiënten niet naar huis vanuit het ziekenhuis. Terwijl de ervaring en de kwaliteit er wél is. Wij roepen u dan ook op nogmaals onderzoek te doen naar de gevolgen van de wet (…) voor onze praktijk en voor de kwaliteit van zorg.”

Het was crisis

Een andere oudere verpleegkundige beschrijft waarom ze in de jaren tachtig koos voor de inservice-opleiding en niet hbo-v: „Het doet mij persoonlijk ook pijn dat de opleiding gedegradeerd is. Wij hadden het thuis niet breed toen. Ik was de oudste van vijf kinderen. Mijn keuze was gebaseerd op de kosten: het waren crisisjaren toen. Ik kon zo toch een hbo-opleiding doen, verdiende daarnaast, én ik kon in de personeelsflat wonen.”

Weer een ander: „Hoe zal dat gaan in de toekomst? Geen idee, ik denk dat 80 procent van ons team moet worden bijgeschoold, ja, waarin eigenlijk? Verdieping in ons vak hebben we allemaal, middels bijscholingen en symposia. Verbreding? Is dat noodzakelijk om mijn werk goed uit te voeren? Enkele collega’s onder wie ikzelf hebben ook werkzaamheden buiten onze afdeling, zoals onderwijs (…) en medezeggenschap.”

Lees ook: Zo houd je verpleegkundige wél binnenboord

Artsen bemoeien zich er sinds kort ook mee. Kinderarts Mathijs Binkhorst pleit voor een ‘generaal pardon’ voor de duizenden inservice-verpleegkundigen die al jaren gespecialiseerd werk doen. „Wil je coulant zijn, het huidig werkveld respecteren en op waarde schatten, een verpleegkundige exodus voorkomen en geld besparen, dan zou mijn voorstel een soort ‘generaal pardon’ zijn. Dat wil zeggen: iedereen met aantoonbare ervaring en eerder verworven competenties en ter zake doende specialisaties en vervolg-opleidingen mag kiezen voor de nieuwe functie van bachelor in nursing. Een commissie dient dan wel op bijna individuele basis alle verpleegkundigen te beoordelen – dat kost even wat inzet, maar nog altijd veel minder tijd en geld dan de hele goegemeente weer voor een paar jaar naar de hbo-v sturen.”

Armand Girbes, hoofd van de intensive care van de VUmc, gaat verder. Volgens hem is een nieuwe wet onnodig. „Al onze verpleegkundigen hebben de tweejarige specialisatie intensive care gevolgd. Als ik aan mijn medische staf vraag wie van onze verpleegkundigen oorspronkelijk mbo, inservice of hbo deed, dan weten ze dat oprecht niet. Zij functioneren in de praktijk, met veel ervaring, allemaal hetzelfde.” Sterker: zowel mbo- als hbo-opgeleide verpleegkundigen van zijn afdeling hebben op een belangrijk internationaal congres presentaties gehouden over hun wetenschappelijk onderzoek. „Wij zijn trots op ze.”