Weer een fonds voor Nederland

Zes voordelen en zes nadelen Minister Hoekstra wil tientallen miljarden investeren in de economie. Is dat een goed plan of niet?

Beeld iStock

Een nieuw miljardenfonds van het Rijk voor investeringen in projecten die de Nederlandse economie versterken. En dat geld is kosteloos op te halen op de kapitaalmarkt.

Dat is ongeveer hoe minister Wopke Hoekstra (CDA) van Financiën zijn – vermoedelijk eigen – plan ziet. Hij wil profiteren van wat hij in juli in de talkshow Jinek „de hele bijzondere” en „bijna niet te bevatten” omstandigheid van de lage rente noemde.

Dus ja, de minister was „terecht” aan het nadenken over de mogelijkheden en over de risico’s, zei hij op televisie. Zo liet Hoekstra al zes weken geleden doorschemeren wat deze week groots op de voorpagina van De Telegraaf werd aangekondigd: ‘Miljardeninjectie voor groei economie’.

Het klinkt simpel en bijna te mooi om waar te zijn. Is zo’n investeringsfonds met tientallen miljarden mogelijk, wenselijk en ook nodig? Wat zijn de voor- en nadelen?

Voordelen

Voordeel 1. Er ís ruimte om te lenen

De overheidsfinanciën staan er al een tijd goed voor. Met bezuinigingen en lastenverhogingen onder de vorige kabinetten is het begrotingstekort weggewerkt en de staatsschuld geslonken. De staatsschuld loopt komend jaar terug tot iets onder de 400 miljard euro, ofwel 47,4 procent van het bruto binnenlands product. Dat is ruim onder de Brusselse begrotingsnorm van 60 procent. Op het verwachte bbp van 832 miljard euro in volgend jaar mag Hoekstra dus nog makkelijk zo’n 100 miljard bijlenen.

Voordeel 2. Investeringen zijn gewenst

Aan plannen geen gebrek. Er is in de afgelopen jaren veel bezuinigd op bepaalde overheidsterreinen – onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, etcetera. Zowel oppositie- als coalitiepartijen hebben zo hun prioriteiten, maar iedereen is het erover eens dat er weer geïnvesteerd moet worden in ‘de publieke sector’. Daarnaast klinkt de roep om geld te steken in de kosten van de energietransitie, infrastructuur (al dan niet achterstallig onderhoud) en moderne technologie.

Voordeel 3. Geld lenen kost géén geld

Sinds de rente op de kapitaalmarkt zo hard is gedaald dat hij negatief werd, verdient de overheid aan de uitgifte van nieuwe staatsobligaties. Zoals Hoekstra in Jinek uitlegde: „Als ik nu een paar miljard leen, krijg ik als bonus een paar miljoen toe.” Om precies te zijn: de huidige 10-jaarsrente schommelt rond min 0,50 procent. Als de staat dus voor 1 miljard aan obligaties weet uit te zetten, bedraagt die ‘bonus’ dus 5 miljoen euro.

Voordeel 4. Investeringen leveren welvaart op

Het kabinet, lobbygroepen en bepaalde economen roepen dat de beoogde miljardeninvesteringen „de economie moeten versterken”. Volgens Bas Jacobs, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit, zullen slimme, doordachte investeringen ook echt kunnen renderen. „Private investeerders denken bij rendement alleen aan hun eigen portemonnee. Voor de overheid telt het maatschappelijk rendement”, zegt hij.

Voordeel 5. En niet investeren kóst welvaart

In een publicatie op het economenblog ESB waarschuwde Jacobs voor wat er gebeurt als de overheid nu níet extra gaat investeren. „Calvinistische zuinigheid verlaagt de welvaart op de korte en de lange termijn.”

Voordeel 6. Onderwijs is zeer rendabel

Econoom Jacobs noemt als voorbeeld onderwijs. „Als je met beter onderwijs meer mensen een hogere opleiding kunt bezorgen, zullen er meer mensen met een hoger bruto salaris zijn. Dat levert meteen al meer inkomstenbelasting op.” Immaterieel zal de kennis tot hogere productiviteit leiden. Jacobs wijst erop dat het rendement op onderwijs „sinds de jaren tachtig verdubbeld is.”

Lees ook: hoe NRC tien investeringsplannen van het kabinet in 2018 volgde.

Nadelen

Nadeel 1. Er is eigenlijk geen geld nodig

De staatsschuld weer laten oplopen, waarbij de staat rente ontvangt in plaats van uitkeert, klinkt interessant, maar nodig is het niet. Door het lopende en voorziene begrotingsoverschot heeft minister Hoekstra nog voldoende geld achter de hand: dit jaar bijna 10 miljard euro, volgend jaar nog ruim 4 miljard. Bovendien kan hij dat begrotingssaldo ook weer laten teruglopen, tot een tekort van maximaal 3 procent van het bbp. Dat biedt ruimte voor nog eens 25 miljard euro.

Nadeel 2. De Staat weet het geld niet uit te geven

Het kabinet-Rutte III heeft twee jaar geleden al flinke investeringsplannen aangekondigd. In onder meer defensie, het onderwijs en de zorg zouden vele miljarden worden gestoken, oplopend tot 13 miljard per jaar na deze regeerperiode. Uit een inventarisatie van al die plannen bleek dat geld uitgeven in de huidige economie met een krappe arbeidsmarkt behoorlijk lastig is. In 2018 kwam volgens het CPB zeker 3,7 miljard euro van de geplande uitgaven op de plank te liggen.

Nadeel 3. Er zijn al heel veel fondsen

Er zijn al tientallen investeringsfondsen, lokaal en van het Rijk, waar publiek geld in allerhande projecten wordt gestoken. Van het Toekomstfonds dat vijf jaar geleden door oud-D66-leider Alexander Pechtold werd geopperd tot investeringsinstelling Invest-NL (onder leiding van Hoekstra’s verre voorganger Wouter Bos) waar het huidige kabinet al 2,5 miljard in wil steken. Het is niet duidelijk hoe het nieuwe fonds zich tot deze bestaande fondsen zal gaan verhouden. En de Europese Unie kwam in 2015 met het zogenoemde Juncker Fonds, waarin honderden miljarden investeringsgeld werd gestoken. In april kwam de Algemene Rekenkamer met een kritisch rapport over het gebrek aan inzicht in de bestedingen en resultaten van al die bestaande overheidsfondsen.

Nadeel 4. Overheidsinvesteringen zijn risicovol

Grote overheidsinvesteringen in (semi-)publieke projecten lopen niet altijd even gunstig. Denk aan de Amsterdamse Noord-Zuidlijn, de verbouwing van het Rijksmuseum of recent de financiële strop rond het Warmtebedrijf Rotterdam. „De overheid die weer eens met geleend geld aan de slag gaat in de hoop dat het rendement oplevert?”, reageert de Amsterdamse hoogleraar bestuursrecht Jacobine van den Brink. „Ik werd een beetje nerveus toen ik het las.” Volgens haar zijn de risico’s vaak groter dan de gedroomde voordelen. „Je moet je altijd afvragen: waarom stappen private investeerders er niet in?”

Nadeel 5. Europa heeft strenge regels

Een overheid die zich met investeringen op de markt begeeft, moet rekening houden met strikte Europese regelgeving op het gebied van staatssteun en mededinging. Hoogleraar Van den Brink: „De EU is op zich dol op investeringsfondsen die de economieën van de lidstaten kunnen versterken, maar deze fondsen moeten de staatssteunregels wel in acht nemen.”

Nadeel 6. Er is een overvloed aan ideeën

Al op de dag van het Telegraaf-bericht stapelden de verlanglijstjes zich op. Het geld moet naar onderwijs! Nee, naar dijkversterking. Naar de ringweg Eindhoven. Juist naar het openbaar vervoer. Een luchthaven in zee! Wie bepaalt straks welke projecten zich wel en niet lenen voor een rendabele investering? En wat is daarbij dan de definitie van rendabel?