Verhalen vertellen om het klimaat te redden

Zomerserie Het Verhaal Deze zomer verkent de wetenschapsredactie de relatie tussen de mens en zijn verhalen. Deze week: hoe krijg je mensen aan het praten over klimaatverandering?

Illustratie Olivia Ettema

Hoe vertel je een goed verhaal over klimaatverandering? Nu zijn ze vaak apocalyptisch. Rampen komen op ons af: overstromingen, oogstverliezen, ziektes, conflicten, miljoenen mensen op drift. „Maar dat werkt verlammend”, zegt José Sanders, hoogleraar narratieve communicatie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „Als je wilt dat mensen meer over dit probleem praten, en actie ondernemen, moet je een ander verhaal vertellen.” Dat zegt ook Janet Swim, hoogleraar psychologie aan de Penn State University. „Het gaat ofwel over rampen, of over de hoge kosten die we moeten maken voor een duurzame omslag. Die verhalen roepen vooral verslagenheid of weerstand op.”

Maar wat is dan wel een goed verhaal? Welke kenmerken heeft het?

Een goed verhaal zet mensen aan tot praten, zegt Noelle Aarts, hoogleraar socio-ecologische interacties aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Want dan, in gesprekken tussen mensen, krijgt een verhaal, wat Aarts noemt, „veranderkracht”.

Het is lastig een verhaal te vertellen met de bedoeling anderen over te halen iets te gaan doen

Noelle Aarts hoogleraar socio-ecologische interacties

Ze legt uit hoe dat werkt. „Mensen denken in verhalen. We maken doorlopend verhalen van wat we om ons heen observeren en meemaken, ook al zijn die verhalen soms gebaseerd op slechts enkele gegevens. Wat we niet weten, vullen we in. De verhalen die iemand maakt sluiten doorgaans aan bij wat diegene al vindt, bij de normen die hij erop nahoudt. Anders ontstaan er tegenstrijdigheden, cognitieve dissonantie noemen we dat, en dat ontlopen we liever. Het is daarom lastig een verhaal te vertellen met de bedoeling anderen over te halen iets te gaan doen, of te overtuigen van een mening die ze nog niet hadden. Maar het kan dus wel.”

De Amerikaanse psycholoog Janet Swim beaamt dat. Sociale interacties, zoals gesprekken tussen mensen, zijn cruciaal in de overdracht van kennis, ideeën, normen. En ook om mensen aan te zetten tot milieuvriendelijk handelen. Maar dan moet er wel eerst met elkaar gesproken worden. En daar ontbreekt het in de Verenigde Staten aan. Iets meer dan eenderde van de Amerikanen praat zelden over klimaatverandering, zo liet een nationale enquête in 2016 zien. En nog eens eenderde praat er nooit over. „Het is niet dat ze zich geen zorgen maken”, zegt Swim. Dat doen ze wel degelijk. Maar mensen denken dat anderen niet geïnteresseerd zijn in het onderwerp, of dat ze er anderen snel mee vervelen. Soms denken mensen dat ze er niet genoeg over weten en in een discussie niet deskundig genoeg overkomen. Of ze ervaren de dreiging van klimaatverandering als existentieel en hebben het idee dat ze er toch niks aan kunnen veranderen. Of ze doen wel iets, maar denken dat het te weinig is, en voelen zich daarover schuldig.

Swim onderzoekt aan welke voorwaarden een verhaal moet voldoen om mensen toch aan het praten te krijgen over een abstract, complex en dreigend onderwerp als klimaatverandering, en vervolgens actie te ondernemen. Ze werkt mee aan een programma dat twee jaar geleden is opgezet door het FrameWorks Institute (dat publieke debatten over sociale en wetenschappelijke onderwerpen stimuleert) in samenwerking met ruim 170 Amerikaanse dierentuinen, aquaria, parken en natuurmusea. Medewerkers werden bijgeschoold in het onderwerp klimaat en leerden op welke manier ze hun verhaal het beste kunnen vertellen aan bezoekers. Swim beschrijft het in een hoofdstuk in het vorig jaar verschenen boek Psychology and Climate Change.

Een positief kader

Zo’n goed verhaal heeft verschillende kenmerken. Het kader van het verhaal is niet apocalyptisch, maar positief. Het sluit aan bij heersende normen. „Zo’n kader is bijvoorbeeld: goed zorgen voor de natuur, of voor de aarde”, zegt Swim. „Stel je voor, een bezoeker staat voor een aquarium waarin een schildpad zwemt. Dan zegt de medewerker: is die schildpad niet prachtig? De bezoeker zegt ja. Dan zegt de medewerker: maar willen we hem beschermen dan moeten we beter voor onze oceanen zorgen.” Daarna kan de medewerker uitleggen dat oceanen veranderen (verzuren) doordat ze CO2 uit de atmosfeer opnemen, en dat er steeds meer CO2 in die atmosfeer komt doordat de mens fossiele brandstoffen gebruikt.

„Het lastige is dat niet elk kader bij iedereen hetzelfde effect heeft”, zegt Roz Pidcock. Ze is gepromoveerd oceanograaf en werkt bij Climate Outreach, een Brits adviesbureau op het gebied van klimaatcommunicatie. „Mensen hebben verschillende wereldbeelden. Goed zorgen voor de aarde weegt bij sommigen minder zwaar dan veiligheid, traditie, of gemeenschapszin. Bij deze, politiek vaak conservatievere mensen, werkt een kader als ‘verspilling tegengaan’ of ‘het doorgeven van de aarde aan de kinderen en kleinkinderen’ beter. Maar als je niet weet wie je voor je hebt, is dat lastig.”

Swim benadrukt dat een positief kader niet betekent dat je de problemen van klimaatverandering – op de ene plek meer droogte, op de andere meer heftige regenbuien, overstromingen, zeespiegelstijging – onder het tapijt veegt. Je moet het nog steeds benoemen. Maar omdat het positieve kader iemands normen aanspreekt, wil diegene er eerder naar handelen.

Mensen in een rol plaatsen

Zo’n handelingsperspectief is cruciaal, zegt de Nijmeegse hoogleraar José Sanders, die is gespecialiseerd in communicatie via verhalen. „Je moet mensen in een rol plaatsen waarin ze iets kunnen doen. Je moet ze agency geven.”

Een goed verhaal geeft luisteraars een beter basaal begrip van het klimaat. De informatie hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn, zegt Swim. Ze refereert aan de filmpjes van psycholoog Michael Ranney – te zien op de website howglobalwarmingworks.org – die in verschillende gradaties van complexiteit het basisprincipe van klimaatopwarming uitleggen. Ze geven een beter gevoel van oorzaak en gevolg. En vooral dat is volgens Swim belangrijk. „Mensen gaan het klimaat meer zien in termen van systemen. Ze denken er holistisch over.”

Volgens José Sanders gaan mensen ook zichzelf daardoor meer zien als onderdeel van dat systeem. „Ze begrijpen dan beter dat klimaatverandering ook hen zal treffen. Maar ze zien ook dat ze er iets aan kunnen doen.”

Metaforen kunnen dat gevoel van een systeem versterken, zegt Swim. In het programma waaraan ze meewerkt met de dierentuinen en aquaria is dat uitgebreid getest. Een metafoor die mensen makkelijk opnamen en ook doorvertelden, was die van het menselijk hart. Zoals het hart de bloedstroom in een lichaam regelt, zo doet de oceaan dat met bijvoorbeeld warmte en vochtigheid op de aarde. Maar door fossiele brandstoffen kan de pomp verstoord raken. De oceaan is het hart van het klimaat.

Extra kennis

Naast extra kennis kan het volgens José Sanders ook helpen de wetenschapper zelf te belichten. Op de website morethanscientists.org vertellen klimaatwetenschappers over hun familieleven, hun hobby’s, wat hun drijfveren in hun onderzoek zijn, hun zorgen, frustraties. „Mensen kunnen als het ware in deze personen kijken”, zegt Sanders. „Ze krijgen een gevoel van hun motieven.” Dat kan helpen, zegt Sanders. Mensen accepteren verhalen niet alleen op basis van iemands deskundigheid, maar ook op diens geloofwaardigheid. Kunnen ze de persoon in kwestie vertrouwen? Daar zit ook een risico aan, zegt Sanders. „Krijgen mensen het gevoel dat er een toneelstukje wordt opgevoerd, of dat ze worden gemanipuleerd, dan zetten ze de hakken in het zand.”

Een woord als vliegschaamte drukt emotie uit, het legt een nieuwe norm

Noelle Aarts hoogleraar socio-ecologische interacties

Noelle Aarts zegt dat naast kennis ook taal grote invloed kan hebben op het handelen van mensen. Ze denkt aan nieuwe woorden als vliegschaamte en vleeswroeging. „In één zo’n woord zit zoveel. Het drukt emotie uit, het legt een nieuwe norm. Dat kan werken.” In haar vakgebied spreekt men van een masterframe. Als het aanslaat kan het effect snel en groot zijn. „Denk aan de plofkip”, zegt Aarts. „Dat heeft supermarkten in beweging gebracht.”

Een goed verhaal vertelt niet alleen over de dramatische gevolgen van klimaatverandering, maar reikt ook oplossingen aan. „Dat geeft mensen meer het gevoel dat ze het probleem kunnen tackelen”, zegt Roz Pidcock. „Het biedt hoop.” En hoop, zegt José Sanders, is een emotie die weer verbonden is met agency. De truc is volgens haar wel die oplossingen te kiezen die voor het individu nog wel te doen zijn, maar die ook impact hebben als veel mensen het doen. Denk aan het beter isoleren van de woning.

Oplossingen

Nog beter, zegt Sanders, is oplossingen benadrukken die mensen samen kunnen nemen. Denk aan buurtinitiatieven, bijvoorbeeld voor het plaatsen van zonnepanelen. „Het geeft mensen meer het idee dat ze er niet alleen voor staan”, zegt Sanders. Bovendien kunnen nieuwe ideeën, normen, gedrag, zich in een groep snel verspreiden. Noelle Aarts: „Het collectief is erg besmettelijk.”

Er blijft onzekerheid, zegt Aarts. Je kunt een zorgvuldig verhaal samenstellen, maar of dat het beoogde effect heeft blijft de vraag. „Het kan mislukken. Het heeft ook met timing te maken. Daarom moet je veel blijven proberen. Uiteindelijk bepalen mensen zelf waarover ze praten. Ze maken zelf hun eigen verhalen.”