Voor Klaas Knol kwam je naar stripboekenwinkel Lambiek

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Met zijn aanstekelijke enthousiasme zette stripboekhandelaar Klaas Knol (1954-2019) veel mensen op het spoor van bijzondere strips.

Strikboekhandelaar Klaas Knol van de striphandel Lambiek in de Kerkstraat in 2010.
Strikboekhandelaar Klaas Knol van de striphandel Lambiek in de Kerkstraat in 2010. Foto Marco Okhuizen

Wie een bezoek bracht aan de Amsterdamse stripboekenwinkel Lambiek kon niet om Klaas Knol heen. Niet zozeer vanwege zijn fysiek, Klaas was tenger, maar door zijn niet aflatende enthousiasme en vooral zijn bulderende lach. Aan de Kerkstraat, waar Lambiek in 1968 als eerste stripwinkel in Nederland zijn deuren opende en tot eind 2015 was gevestigd, was hij de gangmaker, vraagbaak en vooral de joyeuze gastheer die het de klant naar de zin maakte. Toen Lambiek naar de Koningsstraat verhuisde, ging Klaas niet mee: zijn gezondheid snelde achteruit, hij kon het niet meer bolwerken. Hij overleed vrijdag 12 juli jongstleden aan de gevolgen van longemfyseem. Klaas werd 64 jaar.

Hé jongen! Wie hebben we daar! Er was steeds die vriendelijke, luide begroeting. Het rammelende geluid van de brakke winkeldeur zette Klaas gelijk op scherp. Vaak zat hij bij de computer, weggedoken achter stapels strips, of liep hij tussen de schappen te scharrelen. Wat de bezoeker ook antwoordde, daarna volgde de lach van Klaas. Dan liet hij ze begaan, om even later toch met een suggestie te komen: of je dit of dat al had gelezen? Want jonge jonge, dat is goed, zeg.

En nu je er toch bent, koffie?

Klaas Knol was zo’n figuur voor wie je naar een winkel komt. Tijdens de herdenkingsbijeenkomst kort na zijn overlijden spraken de aanwezigen lovend over zijn positieve overtuigingskracht en immense stripkennis. Niet zelden vertrok de klant met andere boeken dan waarvoor die was gekomen. Als het toch niet zou bevallen, dan leverde je de boeken weer in en kreeg je je geld terug. Bij Lambiek heet dat – nog steeds – de aansmeergarantie: een ideetje van Klaas en van Kees Kousemaker, de eigenaar van Lambiek en de man die de unieke stripspeciaalzaak in 1968 oprichtte. Samen hebben ze vanaf begin jaren tachtig de winkel gerund als een pleisterplaats voor stripliefhebbers van overal. Kees als het meesterbrein, met de wilde ideeën en ludieke acties; Klaas als de energieke, sociale component.

Levenslange fascinatie

Klaas Knol werd als jongste van drie geboren aan de Nieuwe Achtergracht in Amsterdam, pal naast de brandweerkazerne. Vanuit zijn slaapkamer keek hij uit op de achterzijde van Carré. Zijn vader was leesmappenman. Armoedzaaiers waren ze, zegt zijn zes jaar oudere broer Coen. Hij deed daarom ook een wijk. De fooien mocht hij houden, de rest was voor thuis. Voor Klaas was het beroep van zijn vader een zegen: iedere week las hij de Robbedoes, het begin van zijn levenslange fascinatie voor stripverhalen, met name die van Franquin.

Op z’n achttiende werd hij ober in het Amstelhotel. Zijn broer vond dat onvoorstelbaar: Klaas lachte altijd om niets, hoe kon hij in zo’n entourage zijn gezicht in de plooi houden? Later werkte hij nog bij Bodega Keyzer aan de Van Baerlestraat, maar in 1981 ruilde hij de horeca definitief voor Lambiek, waar hij al jaren vaste klant was.

Klaas en Kees waren het perfecte duo. Ze vulden elkaar moeiteloos aan, zegt Bas Schuddeboom die sinds 2001 meewerkt aan Lambieks Comiclopedia, de grootste online database met stripauteurs ter wereld. Vanwege het vijftigjarig jubileum in 2018 dook hij in de geschiedenis van de winkel. Hij noemt de periode vanaf 1985, toen de gelijknamige galerie bij de winkel werd gevoegd, de glorietijd van de twee. Lambiek werd een begrip in binnen- en buitenland, met aansprekende exposities en beroemde gasten. Tegelijkertijd hing er een prettige sfeer, die bij tijd en wijle chaotisch en weinig serieus was. Typisch voor de stripwereld, zoals dat heette. Toen Kees in 2010 overleed, ging Klaas verder met Boris Kousemaker, die de zaak al in 2007 van zijn vader had overgenomen. De unieke sfeer bleef.

Begin 2016 belandde Klaas in het ziekenhuis. Hoewel hij zelf dacht hooguit gestresst te zijn vanwege de verhuizing, wisten de vaste klanten beter: steeds vaker werd de bulderlach gevolgd door een onvoorstelbare hoestbui. Klaas werd kortademig en vanaf het moment dat Lambiek aan de Koningsstraat zat, ging het snel bergafwaarts met hem. Hij is er nog een paar keer geweest. Zijn naaste collega Abel Schoenmaker, die jaren met hem samenwerkte, zag toen voor het eerst dat Klaas er doorheen zat. Toch sprak Klaas er niet veel over, zoals hij vaker de sores had weggestopt: in zijn buitenwinkelse leven was er genoeg misgelopen. Hij loste dat op door zich met nog meer energie op zijn klanten te richten.

Bij zijn afscheid lag Klaas opgebaard in het oranje T-shirt van de winkel. Dat was hij ten voeten uit; alleen de stilte zal raar hebben aangevoeld.