Zeeland is het Mekka voor sluishobbyisten

Bootliften Wieke van Oordt lift per boot door Nederland. „Bij elke schutting komt er zout water als een sluipschutter de zoete kant binnen en maakt alles zilt en anders.”

Illustratie: Lotte Dijkstra

Hoelang ben ik nu onderweg? Vierhonderd weken, denk ik. Groningen? Check. Waddeneiland? Check. Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht. Check, checkerdecheck.

„Stop!”, roep ik na vlak na het wegvaren. „We zijn Kobus vergeten!” Ik tuur naar de wal. „Staat de hond daar te blaffen?” De schipper van de sloep trekt zijn wenkbrauwen op. „Ehm, wij hebben geen hond.” O ja, dat was de vorige boot.

Hoe meer ik richting zee kom, hoe meer ik weer op zeilboten kom. „Volgend jaar willen we naar de Oostzee varen”, zegt mijn schipper. Ik sla mijn benen over elkaar en leun naar achteren tegen de kuiprand. „Leuk. Ik kan wel.” Hoe zou het zijn om buiten de Nederlandse wateren te bootliften? Om mee te gaan naar waar de boot gaat? De schippersvrouw lacht en geeft een kop koffie aan. „Van ons mag je mee. Ik had maar twee gevulde koeken trouwens, sorry. Ik snijd ze in drieën.” Twee uur eerder stond ik met mijn liftbordje langs de ringvaart toen ik hun boot zag aankomen. Ik liet mijn tassen staan, holde een stukje mee op, „…meevaren?” Ze keken elkaar een zeilseconde aan, zo’n hele korte waarin je meteen een beslissing moet nemen, en zwenkten de boot naar de wal. „Sure.”

Log

Nationaliteiten anders dan Nederlanders of Duitsers ontmoet: 2, een Amerikaan en een Nieuw-Zeelander. Op zee geweest: 2x. Zout in mijn haar, op mijn wangen, mijn lippen.

Stellendam ligt aardig vol en ik ga steiger na steiger af. Ik moet alleen nog naar Zeeland. Dan ben ik in alle twaalf geweest. Schipper? Gaan jullie… oh Willemstad, nee, dat is Brabant. Schipper? Naar België? Bedankt. Het noorden? Nee. Wat? Je hebt een héél bijzondere boot? Sorry. Ik loop verder. „Ik ga niet jouw kant op, maar je mag hier wel blijven slapen.” De man wijst naar zijn zesendertiger. „Eigen kajuit en badkamer. Ik ben ook maar alleen. Zie maar.” Hij is wedstrijd- en solozeiler. „Vandaag de dag heeft niemand meer ergens tijd voor.” Ik loop het havenrestaurant binnen en kijk de tafels langs. Zo voelt een roosverkoper zich dus, denk ik als ik naar een zestigersstel loop. „Mag ik wat vragen? Varen jullie morgen uit? Nee?” Dat is gek. De wind is te doen morgen en dit is typisch een doorvaarroute. „Waarom niet?” Misschien weten ze iets over een storm die eraan komt? De man pakt zijn lepel weer op. „We hebben geen boot. We zijn hier op fietsvakantie.”

Mijn vorige liftfamilie wenkt me. „Ga mee met die Willemstad-boot. Vandaar gaat iedereen naar Zeeland.” Ik hol terug – zouden ze nog op zijn? – en fix mijn lift. Na het eten rammelt de wind aan mijn tassen. Is de solozeiler nog wakker? Ik klop weer bij hem aan en we drinken nog een biertje voordat ik mijn eigen kajuit in ga. Luxe is de hele nacht mogen slapen.

Willemstad is inderdaad de snelweg naar Zeeland. Ik krijg bij de derde boot die ik vraag een aanbod om mee te varen. Ik stap op bij Jan en Gerrie Mol in hun Midget 26. „En dit is Mollie, onze theemuts.” Maar dat blijkt een hond.

Bestaan er sluishobbyisten? Zeeland is jullie mekka, jongens. Ze zijn er in alle smaken: zoet & zout, mini & maxi. Nummer 1 vandaag is de Volkeraksluis. Naast ons zie ik de grote jongens hun eigen sluisdeuren in duiken, want de beroepsvaart heeft aparte ingangen. Dit sluizencomplex is het grootste in Europa en een van de drukste ter wereld. De megatonners komen van Rotterdam en gaan naar Antwerpen. Of nog verder. Bij ons in de vrijetijdsbotensluis vult een scoutingvloot de ruimte tussen de jachten op. Een half dozijn open kielboten met elk vijf, zes stuks jeugd. Ik zie slaapzakken, koelboxen. De vakanties zijn begonnen. Ik kijk naar de deuren. Als die van de volgende sluis opengaan, dan is het zover. Dan ben ik in Zeeland, dan heb ik het gehaald.

Log

Families op boten: elke dag meer. Lift geweigerd, ook al gaan ze mijn kant uit: 3. Spinnaker: 1. Zeeuwse bolussen: 8, houdt elke provincie hardnekkig haar eigen culturele eetmythe in stand? Nieuwe lievelingswatersportwoorden: 6, waaronder ‘dwarrelstroom’.

De tweede sluis van vandaag is een van de 23 die in Nederland zoet van zout water scheiden. Punt is namelijk: zout water wint. Altijd. Bij elke schutting komt er zout water als een sluipschutter de zoete kant binnen en maakt alles zilt en anders. Het slokt langzaam maar zeker zijn zoete broer op en dat is niet altijd wenselijk. Maar bij de Krammer geldt: tot hier en niet verder. De deuren open en de waters mengen. Het zoute water zakt, de sluis zuigt het weg en voilà: waterapartheid. En dit in omgekeerde volgorde, als je de andere kant uit wordt geschut. Een schutting is nooit meer slechts een houten hek tussen buren.

„Je eet vanavond toch wel met ons mee?” „Graag.” Jan heeft drieëndertig jaar met een marktkraam op verschillende dorpspleinen gestaan, waaronder Oegstgeest en Heenvliet. Nu helpt hij zijn vrouw met hun woonwinkel in Zuidland. „Zullen wij even bidden, Jan?”, vraagt Gerrie als we aan tafel zitten. Ze hebben een week vrij. „Veel langer achter elkaar kan ook niet. Maar we zijn heel tevreden, hoor.” Mijn tentje staat die avond naast de Krabbenkreek. Ik kijk naar het zakkende water.

De keien zijn warm onder mijn slippers. De haven van Zierikzee is vol. Zeilboten liggen hutjemutje, aan elkaar geknoopt, rijen dik. Zou dat op campings ook kunnen? Caravans met touwen aan elkaar snoeren en dan over elkaars daken naar je eigen bed, ‘dag buurman’. Families met zonen, dochters, borrelend met buurboten, hangen lachend over de reling. „Túúrlijk mag je mee! We gaan een paar weken zwerven. Waarheen? Hangt van de wind af, hè.” Ik ben in het liftersparadijs. „Ik ga naar Goes. Ga mee.” „Vertel me niet waar je was. Vertel me waar je heen wil.” Zijn watersporters gastvrijer dan mensen op de wal? Is het de zomer? Of toont zich gedurende mijn reis een kant van mensen die ik niet eerder zo ontwaarde? Een man met dik golvend wit haar buigt zich naar me toe. „Als ik jonger was, dan paste ik mijn hele route voor jou aan.” Achter hem rolt zijn vrouw met haar ogen. Maar wat is mijn route eigenlijk? Ik ben er nu toch?

De langste brug in Nederland, de Zeelandbrug, opent geduldig elk half uur voor de masten. De rij auto’s en vrachtwagens komt piepend tot stilstand. Die avond gooien we ons anker uit, we kamperen in het wild, we springen in het water tot we kwallen en drab langs zien drijven. Een paar andere ankeraars ligt net te ver om te kunnen zien of te horen wie daar wat zegt of doet. Achter het anker is de boot een semi-onzichtbaarheidsmantel. Als de wind draait, lijkt onze boot even dichter in de richting van de buren te zwaaien, maar dan zwenken ze weg. Hun wind draait net zo hard.

Veere, Goes, Zierikzee. Keitjes, geveltjes, bruggetjes. Achter de hoogst Instagram-waardige taferelen, torenen kerken in afmetingen waar je u tegen zegt. Reuzen die waken over hun burgers. Maar tegen welke vijand eigenlijk willen ze beschermen? Ik lift van hier naar daar. „Je hebt je doel gehaald? En waar wil je nu heen dan?” Goede vraag, uitstekende vraag.

Log

Zingende sluiswachter: 1x. Het woord ‘pittoresk’ gebruikt in Zeeland: elke dag. Dolfijnen, herstel, bruinvissen gezien: 1x. Lijnen om palen gegooid: 6x, in een keer raak gegooid: 1x.

Een Brabantse familie („wil jij een worstenbroodje voor de lunch?”) zet me af op de sluis in Bruinisse. Ik hop op een motorboot bij Henk en Jacolien Muller. Ze wonen „op Bru”. „Bij ons ga je niet zomaar van het dorp af”, zegt Henk. „Ik denk dat de dorpsidentiteit groter is dan van de provincie. Of van de gemeente. We waren een hele rijke gemeente en er kon ook best veel, maar na de herindeling zien we vooral gemeentegeld naar Zierikzee gaan om daar de monumenten op te knappen.” Henks zoon van vijf tikt me op mijn schouder. „Heb jij een zwemdiploma?”

Henks vader was mosselvisser. „Maar hij is nadat de dam kwam, palingvisser geworden.” Henk vertelt hoe zijn vader destijds het afsluiten van het Grevelingen aanzag, nu een zoutwatermeer. „Nu blijkt dat door de afsluiting helemaal geen leven meer in het water is, door het gebrek aan stroming.” In 2017 is er een spuisluis geïntroduceerd in de Grevelingendam. „En nu gaan ze in 2022 gedeeltelijk het getij weer terug laten komen door een doorlaat in de Brouwersdam. Vijfentwintig centimeter.”

Log

Provincies: 12. Dagen: 38. Liftbordje per ongeluk in het water gedonderd: 2x. Handen geschud: alle bij het ontmoeten. Omhelzingen: iedereen bij elk afscheid.

„Waar zal ik je trouwens afzetten? Het maakt ons niks uit, hoor.” Ik kijk naar mijn waterkaart. Er zitten scheurtjes in, vlekken en vouwen waar ze niet waren. Blauwe waterwegen gaan alle kanten op. Mijn schipper wacht op antwoord. Het is tijd om een haven te kiezen.