Opinie

Kunstenaars met katten

Frits Abrahams

Een tijdelijke expositie, gewijd aan foto’s van kunstenaars met hun katten, gaf me een nieuw alibi om naar het Kattenkabinet te gaan, dat aardige, kleine museum aan de Herengracht in Amsterdam. Ik was er in geen jaren geweest. Het viel mij meteen op dat er veel meer buitenlandse toeristen rondliepen dan vroeger. Ze bekeken geboeid de schilderijen – onder meer vijf prachtige olieverven van Sal Meijer en veel werk van Steinlen – foto’s, beeldjes en andere aan de kat gewijde attributen. Ook hing er een fraai schilderijtje van Els de Haas uit 1978 met een 39-jarige Maarten Biesheuvel, omringd door drie katten.

Bijzondere aandacht ging uit naar een vakkundig nagemaakte zwart-witte kat, die in slapende positie op een bank lag, het kopje diep tegen de bekleding gedrukt. De toeristen cirkelden druk fotograferend om de kat heen. Leuk zo’n opgezet beestje, net echt!

Intussen bekeek ik de zestig foto’s van de binnen- en buitenlandse kunstenaars en hun katten. Sommige foto’s kende ik al, met name de zo langzamerhand iconische foto’s van W.F. Hermans (met zijn kat Bastiaan, gemaakt door Ed van der Elsken in 1955), Jan Wolkers met zijn Voske, Truman Capote en Pablo Picasso. Maar er waren genoeg foto’s die ik nooit had gezien, vooral die van Nederlandse acteurs, zoals Maxim Hamel en Joop Admiraal. Ook de foto van Hella Haasse met een te dikke, witte kat kwam mij onbekend voor. De foto door Steye Raviez van Renate Rubinstein in een rieten stoel met een eveneens witte kat moet ik eerder hebben gezien, maar maakte opnieuw grote indruk.

Gerard Reve, opvallend kort geknipt, was 42 jaar toen hij met zijn poes Justine treffend geportretteerd werd. Voor de buitenlandse bezoekers staat er een citaat in het Engels bij uit Op weg naar het einde: „However, if Justine in all her beauty of eight months old, three quarters Siamese pet, loudly calling, has come to sit on my knee, I partly believe in life again, in any case in God, since this excellent animal must have been designed by an Infinite Spirit.”

Mooi! Toch kan ik het niet laten het origineel erop te laten volgen: „Als Justine echter in al haar schoonheid van acht maanden oud, driekwart Siamees huisdier, luid roepend, op mijn knie is komen zitten, geloof ik weer gedeeltelijk in het leven, in ieder geval in God, want dit voortreffelijk dier moet door een Oneindige Geest ontworpen zijn.”

Ook van de schrijfster Joyce Carol Oates bevatte de expositie een raak citaat in het Engels, dat ik in mijn Nederlands zal weergeven: „Ik schrijf zoveel omdat mijn kat op mijn schoot zit. Zij spint zó dat ik niet wil opstaan. Zij maakt me veel kalmer dan mijn man.”

Zeker voor de buitenlandse toeristen had de expositie wat meer toelichting mogen bevatten. Want weten zij wie Reve was? En kunnen zij dat (niet gebruikte) grafschrift begrijpen dat W.F. Hermans ooit voor zichzelf bedacht heeft met een opgerolde kat die zegt: „Zlaap Zacht Baaz, dat doe ik ook”? Vanwaar die ‘z’? Omdat katten, volgens Hermans, de ‘s’ niet kunnen uitspreken.

Gelukkig bleken de toeristen meer gefascineerd door die slapende namaakkat op de bank. Vooral toen die zich plotseling uitrekte, gaapte en voorzichtig aanstalten maakte om op te stappen, iedereen – mij ook – in verbijstering achterlatend.