Opinie

Grapperhaus mag laten zien wat hij in Bangkok kan bereiken

Witwassen

Commentaar

Minister Grapperhaus (CDA, justitie) is op diplomatieke missie naar Bangkok, tot kennelijk ongenoegen van het Openbaar Ministerie in Breda. Hij wil daar toestemming om een Nederlandse gedetineerde zijn straf verder in Nederland uit te laten zitten. Aanleiding was een vernietigend rapport van de Nationale Ombudsman over de manier waarop deze Brabantse coffeeshophouder en zijn Thaise vrouw door Nederland in handen van de Thaise justitie waren gedreven. De gevolgen waren buitenproportioneel, de uitleg van het OM ‘niet geloofwaardig’. En de hele gang van zaken ‘onzorgvuldig’. Het OM heeft het tweetal er kortweg ingeluisd, in het kader van een eigen onderzoek waar te weinig voortgang in zat. Het stel kreeg gevangenisstraffen van 103 en 18 jaar cel, waarvan het er materieel respectievelijk 20 en 12 moet uitzitten.

Op zichzelf is het goed dat Den Haag , op het hoogste politieke niveau, zich het lot aantrekt van Nederlandse gedetineerden in het buitenland. Dat zou het ook vaker kunnen doen – Grapperhaus schept met deze missie een precedent, in een zaak waarvan een Nederlandse justitiële misgreep de kern vormde. Grapperhaus komt bovendien met zijn missie tegemoet aan een expliciete wens van de Tweede Kamer.

De Bredase zaaksofficieren zien dit echter als inmenging ‘van de politiek’ in een individuele strafzaak. De hoofdverdachte wordt immers samen met anderen in Nederland nog steeds verdacht van witwassen, belastingontduiking en lidmaatschap van een criminele organisatie. Grapperhaus zou een schikking van maar liefst 20 miljoen euro met hen in gevaar kunnen brengen. En wel door het drukmiddel dat het OM heeft – hun gevangenhouding – te verspelen, louter om humanitaire redenen. Of de minister zich maar afzijdig wil houden totdat de 20 miljoen binnen zijn. De vraag is dan: mag de Staat een via manipulatie tot stand gekomen buitenlandse celstraf inderdaad gebruiken om er een vervolging hier mee af te kopen? Dat is vals spel, gevolgd door chantage. Het maakt de eerdere uitglijder van het OM erger, omdat de Staat nu wenst te profiteren van eerder laakbaar gedrag.

Dit gaat ook over de verhouding tussen minister en Openbaar Ministerie. Is het OM deel van de onafhankelijke rechterlijke macht waar de minister alleen budgettair iets over te zeggen heeft? Of juist een bijzondere uitvoeringsorganisatie onder democratische controle, met een minister die algemene aanwijzingen kan geven. En in individuele gevallen wettelijk ook mag interveniëren, waarbij allerlei wettelijke waarborgen politieke inmenging moeten voorkomen. Die bevoegdheid bestaat dus wel degelijk, maar wordt zelden tot nooit gebruikt. Grapperhaus’ missie is dus staatsrechtelijk en politiek delicaat.

Het ongenoegen komt van de werkvloer, het parket in Breda, dat overigens na de ophef schielijk liet weten dat het helemaal niet ‘ontstemd’ was, in weerwil ‘tot wat sommige media beweren’. Dat ook de voorzitter van het College van procureurs-generaal zich stilhoudt, duidt erop dat deze kwestie snel is gesmoord. Een debat over de vraag hoe onafhankelijk het OM is, of mag zijn, is altijd interessant, maar heeft wel een betere aanleiding nodig dan deze. Grapperhaus staat hier sterker en opereert ook binnen de wet. Na het scherpe oordeel van de Ombudsman had van het OM een bescheidener opstelling verwacht kunnen worden. Die is dan ook haastig alsnog tot stand gebracht. Grapperhaus mag nu laten zien wat hij in Bangkok kan bereiken.