Els Visser zwom acht uur in zee na een schipbreuk. Nu is ze professioneel triatleet

Triatleet Els Visser Ze leek vijf jaar geleden in Indonesië haar dood tegemoet te zwemmen. Onlangs kwalificeerde triatlete Els Visser (29) zich voor de Ironman van Hawaï. Ze juicht, maar niet te hard. „Het is mooi meegenomen.”

Els Visser won deze maand de Allgäu-triatlon, een Duitse klassieker over de halve afstand.
Els Visser won deze maand de Allgäu-triatlon, een Duitse klassieker over de halve afstand. Foto Marcel Hilger

Linkerarm, rechterarm. Grote, doelgerichte slagen. Tikje tegen de badrand, onder water draaien en weer terug. Linkerarm, rechterarm. Zo’n 50 seconden per baan, weet de toekijkende badmeester te vertellen. „Da’s vlug hoor.”

Voor triatlete Els Visser (29) is het „gewoon rustig aan”. Op 9 juni deed ze mee aan de Ironman van Cairns en ten tijde van het interview – een paar dagen later – moet ze nog herstellen.

De Ironman is niet voor watjes. Met 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en 42,195 kilometer hardlopen is het een van de zwaarste sportevenementen ter wereld. Visser wilde het wel eens proberen, en dus schreef ze zich in 2017 in voor de Ironman van Zürich. „Een bucketlistdingetje.”

Sindsdien zit ze in een stroomversnelling. Visser kwam als vierde vrouw over de finish, begon met trainen via het Australische trainingsplan Trisutto en kreeg een jaar later de profstatus. In ruim twee jaar tijd volbracht ze zeven keer een Ironman over de volledige afstand, won in 2018 de Ironman van Maastricht en kwalificeerde zich onlangs voor het wereldkampioenschap in Hawaï. Een unicum, want in het profvak start maar af en toe een Nederlandse vrouw.

Ten dode opgeschreven

En dat terwijl ze tot een paar jaar geleden een studie geneeskunde volgde en een druk studentenleven leidde. Sporten deed ze hooguit eens per week, met een rondje hardlopen „om in beweging te blijven”.

Tot die reis naar Indonesië in 2014, in haar laatste studiejaar. Met de boot vertrok ze van Lombok naar Komodo. Vier dagen op een houten bootje, was de bedoeling, met twintig toeristen en vijf bemanningsleden. Snorkelen, duiken, eilandhoppen. „De boot was heel basic, ideaal voor backpackers. Er was een klein wc’tje en verder niets. We sliepen op matjes op het bovendek.”

Er was geen navigatieapparatuur aan boord, noch een GPS-systeem. Toen een golf een gat in de romp sloeg, dobberden de opvarenden eenzaam, ten dode opgeschreven. Niemand wist van hun lot.

„We lagen om de beurt in het water, op het dek en in het reddingsbootje”, vertelt Visser. „We waren kletsnat en de eerste nacht was koud. Ik zag zo op tegen de tweede nacht, ik dacht niet dat ik het zou overleven.” Visser nam een besluit. Ze verliet de boot en begon aan de helse zwemtocht naar een eiland in de verte. Moedig? „Zwemmen voelde als enige optie.”

Twee dingen griste ze mee uit haar tas: haar paspoort, voor als ze dood gevonden zou worden, en de sd-kaart uit haar camera, voor als ze de tocht zou overleven. Was ze niet bang? „Ja, ik dacht dat ik het niet zou halen.” En toch: „Ik zwom liever mijn dood tegemoet dan afwachten op de boot. Dan had ik het in ieder geval geprobeerd.”

Die dood kwam niet. Samen met een Nieuw-Zeelandse zwom ze acht uur lang en bereikte ze het eiland. Eindelijk land! Maar de opluchting was van korte duur: het eiland bleek rotsachtig, vulkanisch en onbewoond. Bij gebrek aan voedsel en water dronken ze hun eigen urine, die ze opvingen in aangespoelde plastic flessen.

Zwaaiend met hun zwemvesten stonden ze op het strand, toen een toevallig passerende vissersboot ze zag staan. Ruim een dag later werden ze alsnog gered. De kustwacht wist de zinkende boot te lokaliseren, er werd een reddingsactie gestart en even was Visser wereldnieuws. Ontsnapt aan de dood, maar twee andere opvarenden – die na Visser aan de zwemtocht waren begonnen – zijn nooit teruggevonden.

Ze vertelt zonder blikken of blozen – inmiddels heeft ze het verhaal al zo vaak verteld – en veegt wat springerige, blonde plukken uit haar gezicht. „Een week later zat ik weer in de collegebanken.”

Van nature is Visser een doorzetter. Toch hakt de ervaring er behoorlijk in. „Pas na een paar weken besefte ik dat ik nog steeds in die overlevingsmodus zat. Ik was continu alert en gejaagd. Het besef kwam later: zo’n ramp hoor je niet te overleven en het voelde vreemd dat ik dat wel had gedaan. Tegelijkertijd was ik ook dankbaar. Heel heftig.”

Onverwachte dingen relativeren

Met sporten verzette ze haar gedachten. Bijna per ongeluk ontdekte ze de triatlon. „Vriendinnen hadden zich ingeschreven voor de sprinttriatlon en ik zou ze gaan aanmoedigen. Een week van tevoren besloot ik impulsief me in te schrijven. Waarom ook niet? Ik kon het altijd proberen.”

Ze won, kreeg de smaak te pakken, schreef zich in voor de Ironman in Zürich en zette haar ambities als arts op een lager pitje. Voorlopig kiest ze voor de topsport, al doet ze naast haar drie trainingen per dag nog wel een promotieonderzoek in de chirurgie.

Is het een nadeel dat ze pas zo laat met topsport is begonnen? „Ik denk het niet. Misschien ben ik nog niet gerijpt als atleet, maar ik heb een goede opleiding gehad en een groot sociaal netwerk opgebouwd. Dat helpt onverwachte dingen tijdens een race te relativeren. In het ziekenhuis kan een patiënt ook iets onvoorspelbaars doen: dan moet je je hoofd koel houden, focussen en zoeken naar een oplossing.”

„Daarnaast weet ik dat er meer is dan die ene race, of topsport. Ik heb in Indonesië zoveel van mezelf gevraagd om te overleven. Mentaal en fysiek. Ik vind het heel bijzonder om te merken dat je lichaam zó krachtig is op momenten dat het er echt toe doet. Als ik tijdens een race een moeilijk moment heb, dan houd ik mezelf voor dat ik dit makkelijk kan. Een race doet pijn, en soms zit je er doorheen, maar het is áltijd mogelijk om te finishen.”

Onmiddellijke diskwalificatie

Na de overwinning in Maastricht volgt een forse tegenslag. ‘Onmiddellijke diskwalificatie’, staat in de mail die ze op 21 september 2018 van de wedstrijdorganisatie ontvangt. Ze heeft een onbedoelde fout gemaakt, maar wel eentje die zorgt dat ze haar titel als Nederlands kampioen verliest.

„Ik was zo verdrietig. Hoe konden ze dit afpakken? Ik had tijdens het zwemmen een aanwijzing gekregen van de organisatie en niets verkeerd gedaan. De mail kwam zaterdagochtend om zes uur. Op dat moment kon ik niets, dus ik ben maar gaan zwemmen.”

Na het zwemmen belt ze haar coach en een advocaat. Ze tekent bezwaar aan bij de organisatie en begint een rechtszaak tegen de triatlonbond en Ironman. „Mensen verklaarden me voor gek dat ik het in mijn eentje wilde opnemen tegen zo’n grote organisatie.”

Maar ze wint. Een jaar later mag Visser zich opnieuw Mestrechs kampioen noemen. „Ergens had ik er al die tijd vertrouwen in, maar toen mijn advocaat appte dat ‘het recht had gezegevierd’ dacht ik eerst: help, wat betekent dit? Daarna was het alsof ik opnieuw had gewonnen.

„Achteraf ben ik blij hoe we het hebben aangepakt: rationeel en zonder iets los te laten in de media. Dat was niet altijd makkelijk, want het ging natuurlijk wel de social media over. Op zo’n moment wil je schreeuwen en jezelf verdedigen. Het is gewoon klote om te zien wat mensen over je schrijven. Alsof ik opzettelijk de boel had bedonderd.”

Verwachtingen temperen

Met de heroverde titel begint Visser aan de voorbereiding op het WK. Ze finisht in het Duitse Roth met een persoonlijk record van negen uur en zeven minuten en wint de Duitse Allgäu-triatlon over de halve afstand. Binnenkort vertrekt ze naar Salt Lake City, als laatste voorbereiding op ‘Hawaï’.

Voor zichzelf tempert ze de verwachtingen – „dat ik dit jaar al in Hawaï mag starten is mooi meegenomen” –, maar tegelijkertijd is ze gretig, vastberaden zich op topsport te storten. „Het mooie aan Ironman vind ik dat het mis kan gaan. Je moet zo’n race mentaal plannen, je fysieke grenzen mentaal indelen. Ga je te ver, dan beland je uitgeteld in de berm. Ik zoek iedere keer die grens op, maar ik krijg er iets moois voor terug.”