Minister van Financiën Olaf Scholz is een bedachtzaam mens.

Foto Florian Gaertner/Getty Images

‘Overigens hebben we nu geen crisis in Duitsland’

Interview | Duitse minister van Financiën In Duitsland dreigt een recessie en is de infrastructuur verouderd. „We steken immens veel geld in investeringen die nodig zijn,” zegt minister Olaf Scholz.

Het is makkelijk om Olaf Scholz te onderschatten. De Duitse minister van Financiën en vicekanselier spreekt zacht, is klein van postuur en gaat vrijwel zonder charisma door het politieke leven. Maar dat hoeft geen probleem te zijn in het land van Angela Merkel, zelf ook niet bepaald een spektakelpoliticus en desondanks al veertien jaar aan de macht.

De bedachtzame Scholz (61, SPD) schaakt op vele borden tegelijk. Terwijl hij als minister van Financiën waakt over de haperende Duitse economie en meebeslist over de toekomst van de euro, probeert hij in kabinet en parlement de ongeliefde ‘Grote Coalitie’ (GroKo) van SPD met CDU en CSU bijeen te houden. En binnen zijn partij, die de ene na de andere verkiezing verliest en steeds kleiner wordt, heeft hij zich een week geleden in de strijd om het leiderschap geworpen.

Scholz zetelt in een historisch beladen gebouw in Berlijn, de huiveringwekkend strenge, neoklassieke betonkolos die de nazi’s lieten bouwen als het Rijksluchtvaartministerie van Hermann Göring. In 1949 werd de DDR er opgericht. De Berlijnse Muur verrees op een paar meter afstand.

En na de val van de Muur zetelde hier de in Oost-Duitsland gehate Treuhand, het agentschap belast met de sanering, privatisering en in veel gevallen sluiting van Oost-Duitse bedrijven. Het ministerie van Financiën nam er in 1999 zijn intrek.

Op zijn eigen, onnadrukkelijke manier heeft Scholz in zijn werkkamer een licht contrapunt geplaatst bij het sombere gebouw waarin hij werkt, zo blijkt aan het eind van dit interview. Terwijl uit de tuin muziek naar binnen waait van een zomerfeest van zijn staf, legt Scholz uit waar hij en Duitsland staan.

De Duitse economie krimpt en een recessie dreigt. Hoe gaat u een economische crisis afwenden?

„De economische ontwikkeling in ons land vertraagt op dit moment inderdaad. Dat komt onder meer door verschuivingen in de wereldeconomie, vooral het handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China. Dat beïnvloedt bedrijven, die terughoudend worden met investeren.

„Dat raakt onze economie, die sterk op export is gericht, natuurlijk. Het goede nieuws daarbij is dat de situatie opklaart als het conflict wordt opgelost.

„Overigens hebben we nu geen economische crisis in Duitsland. Nog nooit hebben zoveel mensen in Duitsland werk gehad, 44 miljoen, van wie 33 miljoen met een vaste baan. Handenwringend zijn werkgevers op zoek naar personeel.”

Dus u kan rustig afwachten? Of moet de regering ingrijpen?

„Nee. Onze politiek is gericht op de lange termijn. De binnenlandse conjunctuur profiteert van belastingverlichting voor de lagere en middeninkomens en fiscale verbeteringen voor gezinnen. En vooral: we doen grote investeringen in de openbare infrastructuur. De regering heeft nog nooit zó veel geld voor investeringen uitgetrokken, tot 2023 staat jaarlijks bijna 40 miljard klaar. De vraag die ons nú bezighoudt is: hoe kunnen we ervoor zorgen dat die middelen voor wegenbouw en de aanleg van breedbandkabel ook werkelijk ingezet worden? Er is niet genoeg capaciteit om de plannen te maken en uit te voeren.”

Aan geld is dus geen gebrek?

„We steken immens veel geld in de investeringen die nodig zijn. Zo hebben we net een contract met Deutsche Bahn gesloten, waarmee voor de komende jaren 86 miljard euro beschikbaar komt voor het versterken van het spoor, zowel voor passagiers- als goederenvervoer. Dat komt ook milieu en klimaat ten goede.”

In het buitenland bestaat veel kritiek op het grote Duitse overschot op de betalingsbalans. Kunt u dat zo maar negeren?

„Duitsland negeert dat niet. We hebben al veel aanbevelingen van internationale financiële instituties ter harte genomen. Onze grote investeringen heb ik genoemd. Voor de onderwijssector hebben we de wet veranderd, om meer steun te kunnen geven aan de deelstaten [die in Duitsland de politieke en financiële verantwoordelijkheid dragen voor het onderwijs].

„Met de invoering van het wettelijk minimumloon [in 2015] hebben we ervoor gezorgd dat de lagere inkomensgroepen meer geld ter beschikking hebben. Voor een solidair land is dat natuurlijk hoe dan ook heel belangrijk. En het versterkt de binnenlandse vraag.

„Tegelijk hebben we maatregelen getroffen waarmee we krachtig kunnen optreden als het – waarvan we nu ver verwijderd zijn – tot een echte economische crisis komt. Dan kunnen we vele miljarden euro’s inzetten.”

Velen pleiten ervoor niet langer vast te houden aan de ‘Zwarte Nul’, het vereiste dat de begroting altijd in evenwicht is. Is dat onzin?

„Nou ja… allereerst is een rechtvaardig belastingstelsel belangrijk, waardoor degenen die zeer hoge inkomens hebben meer moeten bijdragen aan de financiering van onze gemeenschap. Dat helpt om ervoor te zorgen dat de staat zijn financiën op orde heeft. Ik heb net een wetsontwerp voorgelegd waarmee voor bijna iedereen in 2021 de solidariteitstoeslag wordt afgeschaft, die is ingevoerd om de kosten van Duitse eenwording te kunnen dragen. 90 procent van de mensen die hem nu betalen hoeft hem straks niet meer te betalen, 6,5 procent gaat minder betalen, en alleen burgers met een zeer hoog inkomen krijgen geen belastingverlichting. Nog altijd levert dat meer dan tien miljard op. Dat is een rechtvaardige oplossing.”

Als je vanuit het buitenland naar Duitsland komt zie je een rijk land, waar toch een vijfde van de bevolking door armoede of sociaal isolement bedreigd wordt. En waar de infrastructuur verouderd en versleten is. Hoe kan dat?

„In een internationale vergelijking staat ons land er nog heel goed voor, vind ik. Maar het klopt dat er iets moet gebeuren. Vandaar die hoge investeringen.

„En het is waar dat een economie met een sterke productiviteit de laagste inkomensgroepen moet helpen goed te kunnen rondkomen. Voor mij als sociaaldemocraat spreekt dat vanzelf. En het is ook nog economisch verstandig.

„Nog iets over de handelsbalans. Ons overschot heeft te maken met de concurrentiekracht van onze ondernemingen in de internationale economie. Vooral de Duitse Mittelstand [de middelgrote ondernemingen] heeft in het buitenland met innovatieve producten en diensten veel succes. Dat is een resultaat van hun inspanningen in onderzoek en ontwikkeling. Duitsland besteedt jaarlijks meer dan 3 procent van zijn bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling, duidelijk meer dan veel andere landen.”

Zou de EU niet tot een gezamenlijk pakket investeringen tegen de klimaatverandering moeten besluiten, een soort Green New Deal?

„Ik geloof vooral dat we een gemeenschappelijk klimaatbeleid moeten voeren. Hoe je dat noemt doet er niet toe. Belangrijker is dat we echt iets doen, in de omgang met luchtverkeer bijvoorbeeld, of hoe we de handel in emissierechten effectief vormgeven. Nu kijken alle landen elkaar aan en wachten af. Sommige zouden wel striktere regels willen, maar zijn bang dat hun bedrijven daardoor benadeeld worden als de buurlanden niet meedoen.”

Na anderhalf jaar heeft dit kabinet, volgens een recent onderzoek, in zijn eerste 15 maanden al 61 procent van zijn beloftes uit het regeerakkoord uitgevoerd of ter hand genomen. Waarom blijft de GroKo desondanks zo impopulair?

„Goede vraag. Een deel van het antwoord ligt bij de twisten die vorig jaar binnen de regering woedden. De manier waarop dat in de media is gekomen heeft onze goede prestaties overschaduwd. We moeten beter laten zien wat ons is gelukt. Uiteindelijk gaat het altijd om de vraag of de burgers het gevoel hebben dat we hun problemen aanpakken.

„Nu draait veel om de klimaatverandering, maar ook om solidariteit in de samenleving. Globalisering en digitalisering veranderen het leven zo razendsnel, dat het veel mensen onzeker maakt. Ze vragen zich af wat dit voor hen betekent en of ze straks nog wel kunnen meekomen. Onze opgave is hun zekerheid te bieden dat ons land ook in de toekomst dynamisch is, goede banen biedt en innovatief blijft. Dat is geen geringe uitdaging, maar cruciaal voor het vertrouwen in de politiek.”

Dat klinkt rationeel, maar het werkt niet. U lóst al problemen op, maar de kiezers zien het niet. Alsof er een emotionele verbinding ontbreekt.

„Het begin was slecht, maar we worden beter.”

Bij de Europese verkiezingen kregen de Groenen meer stemmen dan de SPD, en dat lijkt ook te gaan gebeuren bij de deelstaatverkiezingen volgende week. Moet u niet sterker op thema’s van de Groenen inzetten?

„Je moet politiek niet bedrijven op marketing-gegevens, maar op overtuigingen. Als SPD moeten we de hele breedte van de moderne politiek bestrijken, klimaat en digitalisering, nieuwe vormen van mobiliteit en een betrouwbare verzorgingsstaat.”

Aan de muur achter het bureau van Scholz hangt een zwart-witfoto van een modernistisch, bijna transparant gebouw van glas en staal.

Wat toont deze foto?

„Dat is het Duitse paviljoen op de grote Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Het is gebouwd door twee beroemde architecten, Sepp Ruf en Egon Eiermann.

„Dit paviljoen fascineert me, omdat het voor de moderne bondsrepubliek een tegenhanger was van het granieten paviljoen van de nazi’s, dat twintig jaar eerder op de wereldtentoonstelling te zien was.”

Het is dus ook een tegenhanger van het gebouw waarin we nu zitten?

„Ja.”