Opinie

De sjeu

Christiaan Weijts

Dat een biertje aan de Franse campingbar 2,50 euro kostte was handig, want dan kreeg je vijftigcentmunten als wisselgeld. „Ken je weer douchen”, zei de barkeepster dan steeds, in plat Amsterdams. Dat gehannes met cash – bij de bakker, pizzatruck en groenteman die beurtelings het terrein op kwamen rijden – had iets heerlijk nostalgisch.

Misschien lag zoiets ook achter die tirade die viral ging, van die man in Honselersdijk. Eveneens in het Amsterdams zanikte hij tegen de nieuwe ‘Geldmaat’, die de vertrouwde automaten van drie banken vervangt: „De sjeu is er een beetje vanaf zo.”

Honselersdijk. Zo’n dorp waar ik in een half uurtje heen kan fietsen, en toch nooit de vurige drang bij voelde dat daadwerkelijk te doen. Tot nu.

Dus fiets ik door het Westland, waar de gedachten uitgaan naar Ferd Grapperhaus. Die minister wil contante betalingen boven de 3.000 euro verbieden, net als het 500 euro-biljet. Bij de ING krijg je korting als je minder dan vier keer per jaar geld opneemt. En persoonlijke advertenties op basis van je digitale betaalgedrag.

Zo worden we langzaam een cashloze wereld ingerommeld, terwijl onze betaaldata steeds achtelozer zijn uitgeleverd.

We worden langzaam een cashloze wereld ingerommeld

Op die camping realiseerde me dat ik nooit meer contant geld gebruik. Mijn portemonnee is allang gevloerd door een telefoonhoesje vol plastic. Cash is voor bejaarden en boeven. Maar nu was ineens fysiek voelbaar hoe snel het er doorheen vloog. Zonder knip kun je je hand er ook niet op houden.

Voor banken en overheid zijn de voordelen duidelijk: meer grip en controle op burgers die meer besteden. In ruil krijgen wij alleen ‘gebruikersgemak’, om te maskeren hoezeer we de lul zijn.

Was dat het verdriet van Honselersdijk? De klager leek vooral een voorbeeldige telg van de reclamecultuur. Decennialang heeft die er ingehamerd dat je bank je hoogstpersoonlijke identiteit is. Giroblauw past bij jou. En wat rijmt er op Geldmaatgeel? Niet heel veel.

Mooi dorp, Honselersdijk. Oude huizen. Kerkje met art deco-wijzerplaat. Uitbundige bloembakken aan lantaarnpalen. Ik schiet spontaan in de lach als ik hem zie, de befaamde Geldmaat. Zoals er meer een onderdrukt lachje krijgen, hier in de Dijkstraat. Wegenwachtgeel is hij. Van de a’tjes is een smiley gemaakt. Een peuterspeelgoed-look.

Natuurlijk neem ik geld op. Als ik het opvouw, roept een man, vanachter z’n hand: „De sjéú is er vanaf…!” Heel Honselersdijk ligt in een deuk.

Nóg een reden om terug te keren naar cash. Ik weet niet hoelang zoiets duurt, maar voorlopig zal ik bij elke Geldmaat grinnikend aan die man denken. En ik niet alleen. Dankzij hem is de sjeu juist weer helemaal terug.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.