Het lerarentekort is een 'nationale ramp'

Basisonderwijs De acties om openstaande vacatures in het onderwijs te vullen, zijn volgens experts niet voldoende. „De landelijke aanpak is te beperkt.”

Openbare Basisschool De Spelelier in Boxtel.
Openbare Basisschool De Spelelier in Boxtel. Foto John van Hamond

„Je zou bijna kunnen spreken van een nationale ramp.” Frank Cörvers, hoogleraar onderwijsarbeidsmarkt in Tilburg en Maastricht, heeft het over het lerarentekort in het basisonderwijs. „Het vereist gewoon onmiddellijke actie, net als wanneer de dijken doorbreken.” Aan de kant van het kabinet kan er volgens de hoogleraar dan ook „wel een tandje bij”.

Een onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek & Advies, op verzoek van de PO-Raad, voorspelde in juli dat basisscholen na de zomervakantie zo’n 1.400 leraren tekort zouden komen. Daarmee ligt het tekort 9 procent hoger dan vorig jaar. Uit de peiling bleek ook dat meer schoolbesturen erover nadenken om onbevoegden voor de klas te zetten: een op de vier tegenover een op de zes vorig jaar.

Lees ook hoe een basisschool in Boxtel met het lerarentekort omgaat

Om het lerarentekort tegen te gaan, presenteerde voormalig minister van Onderwijs Jet Bussemaker begin 2017 een plan van aanpak. De belangrijkste actiepunten: het verhogen van de in-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen, stimuleren van zij-instroom, leraren aanmoedigen om op latere leeftijd te stoppen met werken, aantrekken van leraren met een bevoegdheid die niet in het onderwijs werken, het verbeteren van het belonings- en carrièreperspectief en het aanmoedigen van innovatie.

Werkdruk verlagen

Het ministerie trok na demonstraties 270 miljoen euro uit voor de salarissen van leraren, waardoor deze in 2018 met 8,5 procent stegen. Dit jaar kwam daar nog 1 procent bij. Om de werkdruk te verlagen, werd 430 miljoen euro gereserveerd.

Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) kondigde afgelopen jaar aan dat hij vasthoudt aan de ingezette koers. Een extra salarisverhoging zit er voorlopig niet in. Wel is er sinds 2019 een subsidieregeling om onderwijsassistenten op te leiden tot leraar. Jaarlijks is er voor vijftig assistenten een beurs van 20.000 euro beschikbaar.

Een andere maatregel om de openstaande vacatures te vullen, betreft de inzet van deeltijdstudenten aan de pabo. Zij mogen voortaan eerder voor de klas. Voor scholen is het sinds afgelopen schooljaar mogelijk om invalkrachten meerdere contracten achter elkaar aanbieden als zij zieke leraren vervangen.

In Nederland willen we voor een dubbeltje op de eerste rang zitten als het om onderwijs gaat

Barbara de Kort - voorzitter LOBO

Prima maatregelen, vindt hoogleraar Cörvers, maar niet voldoende om het probleem op te lossen. Dat vindt ook Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad. „De landelijke aanpak is nog te beperkt”, zegt zij. „Terwijl juist een stevige regie door het kabinet cruciaal is om het probleem echt op te lossen.” Ook Barbara de Kort, voorzitter van het Landelijk Overleg Lerarenopleidingen Basisonderwijs (LOBO), vindt dat het kabinet meer geld moet willen uitgeven. „In Nederland willen we voor een dubbeltje op de eerste rang zitten als het om onderwijs gaat.”

Nog kritischer over de aanpak van het lerarentekort is Henriëtte Maassen van den Brink, hoogleraar onderwijs- en arbeidseconomie aan de Universiteit van Amsterdam. „Het kabinet in zijn geheel doet eigenlijk niets”, zegt ze. „Dit zou het hele kabinet moeten aangaan. Niet alleen het departement van onderwijs, dat nu moet vechten om geld los te krijgen.” Maassen van den Brink vindt dat er op dit moment „vooral veel maatregelen” zijn. Daardoor ontstaat volgens haar „een versnipperde aanpak”, die bovendien „veel te veel op de kwantiteit zit en niet op de kwaliteit”.

Zij-instromers

Voorbeelden van het streven naar kwantiteit zijn volgens Maassen van den Brink de regelingen voor zij-instromers en onderwijsassistenten. Over die eerste groep zegt zij: „Deze mensen komen bijvoorbeeld uit de financiële sector of het verzekeringswezen en krijgen de mogelijkheid om in het onderwijs in te stromen, met hier en daar een verkorte opleiding. Dat is toch een heel ander soort instroom dan wanneer je mensen specifiek opleidt voor het onderwijs.”

Afgelopen week werd nog bekend dat het aantal zij-instromers voor de pabo sterk toeneemt. Op dit moment zijn er ruim duizend van dit soort aanmeldingen, blijkt uit cijfers van het LOBO. Vorig jaar waren dat er ongeveer 450. Cörvers vindt het wel positief dat mensen uit andere beroepsgroepen zich laten omscholen tot leraar. „Dat is belangrijk voor de diversiteit in het onderwijs.”

Om meer leraren voor de klas te krijgen zou de overheid vooral moeten inzetten op herwaardering van het beroep, vindt voorzitter van het LOBO Barbara de Kort. „Nu is het algemene beeld: leraren weten niks, ze snappen niet hoe mijn kind in elkaar zit, ze doen verkeerde dingen. Dat uit zich in veel te weinig respect voor de juf of meester.”

De salarissen van leraren in het basisonderwijs moeten wat betreft Den Besten, De Kort en Cörvers omhoog. Deze moeten gelijk worden getrokken met de salarissen van docenten in het voortgezet onderwijs, vinden De Kort en Cörvers. Maar alleen de beloning naar hetzelfde niveau tillen is volgens Cörvers „te beperkt”. Het primair en voortgezet onderwijs zouden volgens de hoogleraar ook meer moeten samenwerken. Bijvoorbeeld via een gezamenlijke opleiding waar je meerdere bevoegdheden kunt behalen. Omdat leraren op deze manier flexibeler inzetbaar zijn, zegt Cörvers, wordt voorkomen „dat overschotten en tekorten elkaar opvolgen”.

Ook Maassen van den Brink vindt dat het beroep van leraar aantrekkelijker zou zijn als je kunt switchen van de ene naar de andere sector. „Nu is er nauwelijks doorstroming mogelijk. En iedereen wil natuurlijk een loopbaanperspectief en goed salaris.”