Recensie

Recensie Boeken

‘Vrouwen moeten levenslang hun woede inhouden’

Feminisme De feministe Soraya Chemaly schreef een woedecatalogus over alles waar Amerikaanse vrouwen maar kwaad over kunnen zijn. Behalve een aanval op traditionele rolpatronen is het ook een zelfhulpboek.

Foto CHRISTOPHE PETIT TESSON

De timing van de oorspronkelijke uitgave van deze woedecatalogus van de Amerikaanse feministe Soraya Chemaly was eind 2018 perfect. Ruim anderhalf jaar na de vrouwenmarsen in de VS en elders, ruim een jaar na het opsteken van de #MeToo-storm, en pal voor de Amerikaanse midterm-verkiezingen waar een recordaantal vrouwen op de kandidatenlijsten stond, leek de tijd meer dan rijp voor een analyse van vrouwelijke maatschappelijke verontwaardiging en vrouwelijke politieke actie.

Maar een analyse is dit nu vertaalde boek niet. Eerder is Fonkelend van woede een deprimerende catalogus van alle redenen die met name Amerikaanse vrouwen hebben om kwaad te zijn en een uitputtende filippica tegen traditionele rolpatronen. Aan het slot verandert het in een zelfhulpboek: een aansporing aan vrouwen hun woede om te zetten in persoonlijke of maatschappelijke actie.

Fundament van het boek is Chemaly’s constatering dat vrouwelijke woede te weinig serieus wordt genomen – een boze man die met zijn vuist op tafel slaat krijgt respect, een boze vrouw is al snel een bitch of lelijk, een zwarte vrouw zelfs een heks. Die terechte constatering is nog maar al te vaak zichtbaar in geringschattende reacties van mannelijke collega’s als vrouwelijke parlementariërs zich opwinden.

Mannelijk geweld

Maar Chemaly’s razernij is breder. Volgens haar moeten vrouwen zich, ook in westerse democratieën, niet alleen levenslang inhouden in de publieke ruimte, ook houden ze non-stop rekening met de ‘eeuwige onderstroom van mogelijk mannelijk geweld’. Volgens Chemaly zitten meisjes en vrouwen daarom vol met opgekropte woede die leidt tot allerlei eetproblemen en psychische stoornissen.

‘Niet erkende boosheid, culturele kleinering en sociale ongelijkheid’ zijn volgens haar verwaarloosde factoren als het gaat om de fysieke en mentale klachten van om het even tienermeisjes of vrouwen in de menopauze. Nog sterker: boosheid leidt tot chronische pijn en ziekte. Vrouwen die hun boosheid onderdrukken zouden twee keer zoveel kans hebben aan een hartaanval te sterven. Chemaly is dus ook woedend over deze misstand die het gevolg is van onderdrukte woede – een soort razernij in het kwadraat. Zo kwaad is Chemaly, dat zij niet de moeite neemt precies te zijn of om haar boude beweringen erg goed te staven. Te vaak moeten we het doen met frases als ‘uit onderzoek blijkt’. Een notenapparaat ontbreekt.

Zoveel haast heeft de schrijfster bovendien om alle onrecht in haar boek te proppen, dat zij niet maalt om een generalisatie meer of minder. Zo is bijvoorbeeld ook racisme terug te voeren op rigide rolpatronen en het feit dat vrouwen niet geacht worden hun woede te tonen. Dat zit zo: de drang om witte vrouwen, die worden afgeschilderd als tenger, onschuldig en weerloos, te beschermen, ‘leidt tot een haast fetisjistische obsessie met gewelddadige vreemden die zogenaamd een gevaar vormen voor witte vrouwen en meisjes. Dit zorgt ervoor dat er minder aandacht wordt besteed aan vermiste en vermoorde vrouwen met een donkere huidskleur’. Het zijn zoveel aannames en generalisaties in één redenering dat je er bijna doof van wordt.

Verkrachtingsbeschuldiging

Nu eens verwoordt Chemaly de woede van progressieve Amerikaanse vrouwen in het land waar niemand meer opkijkt van een verkrachtingsbeschuldiging aan het adres van de president, dan weer windt zij zich op over de opvoeding van meisjes tot angstige wezens. Afgaande op haar boek lijkt de wereld van zelfs westerse vrouwen niets dan een afgrond van sociale ontkenning, vernedering, dreiging en geweld.

Nu eens heeft Chemaly volstrekt gelijk, dan weer is het haar blik die zaken al te somber of soms zelfs potsierlijk voorstelt. Ze vindt bijvoorbeeld dat je als vrouw al ‘verkracht’ wordt op het moment dat je besluit niet meer door die ene straat te lopen omdat je daar altijd wordt lastig gevallen. En ze is boos op de biologie, die de grootste last van zowel anticonceptie als voortplanting bij vrouwen legt.

Zo’n ongecontroleerde uitbarsting, al is het op papier, maakt murw. De auteur roept vrouwen op hun kracht te tonen, maar doet dat met een boek dat voornamelijk documenteert hoe zij onderdrukt worden. Ze pleit voor minder rigide rolpatronen, maar geeft mannen van alle kwaad de schuld. Chemaly beschouwt woede als bij uitstek productief, schrijft ze, ‘een hoopgevende en vooruitstrevende emotie’. Maar het is nu juist contraproductief om te stikken in je eigen woede, en dat is wat in dit boek gebeurt.