‘Terug in Marokko miste ik alles aan Nederland’

Op de plaats van de rubriek Jong! deze zomer elke week de rubriek Oud! waarin ouderen vertellen over zichzelf, hun liefdes en de lessen van het leven. Deze week: Lakhdar Maazouzi (87).

Lakhdar Maazouzi: „We misten onze vrienden in Nederland, onze buren, de structuur van het leven, de directheid, ja: zelfs het weer.”
Lakhdar Maazouzi: „We misten onze vrienden in Nederland, onze buren, de structuur van het leven, de directheid, ja: zelfs het weer.” Foto David van Dam

Gecondenseerde melk

„Als kind in Marokko kreeg ik soms zoete, gecondenseerde melk uit een blikje met een koetje erop. Het kwam uit Holland. Ik vond die melk zo lekker, dat moest wel uit een fantastisch land komen. Toen ik 32 jaar was, vertrok ik met een vriend. Ik werkte eerst in Frankrijk en België. Maar Nederland was beter, hoorde ik. Op 23 maart 1964 deed ik mijn intrede in dit land. Ik ging in Limburg voor DSM werken in de mijnbouw. Niet onder de grond gelukkig. Te stoffig. Ik werkte op het spoor dat naar de mijnen liep.

Telegram

„Pas na een jaar ging ik terug. Mijn moeder was overleden. Ik vond het verschrikkelijk dat ik haar niet meer had kunnen zien. Ik ben een maand in Marokko gebleven. In die tijd kreeg ik wel tien telegrammen van DSM dat ik terug moest komen. Ze hadden me nodig. Eén telegram hadden ze zelfs in het Arabisch laten opstellen.

Geleen

„De eerste jaren woonde ik in een vrijgezellenhuis in Geleen. Met vijf mannen. Het was een geweldige tijd. Nederlanders waren allemaal behulpzaam. Ik voelde me zo welkom. We kregen Nederlandse les in het weekend. Als we naar die les gingen, kregen we extra geld. Ik maakte veel Nederlandse vrienden. Sommigen zijn later mee geweest op vakantie naar Marokko. We gingen dansen, carnaval vieren, kaarten, dammen, eten. Eens per week ging ik met de andere Marokkaanse mannen naar de markt in Luik, daar was meer vers fruit. Ik nam een keer een granaatappel mee, die hadden ze in Geleen nog nooit gezien.

Bruid

„In Marokko was ik al getrouwd, met mijn eerste vrouw kreeg ik zes kinderen, van wie één helaas is overleden. Mijn eerste vrouw woont nu in Valencia, ik ga af en toe op bezoek. Met mijn tweede vrouw heb ik vier kinderen. Ze komt uit hetzelfde dorp. Toen zij nog een kind was, was ik een jongeman. Ik gooide haar in de lucht. ‘Jullie gaan ooit trouwen’, voorspelden ze in het dorp. Zij kwam in 1972 naar Nederland.

We misten onze vrienden in Nederland, onze buren, de structuur van het leven, de directheid, ja: zelfs het weer

Villa

„In 1984 gingen we terug naar Marokko. Voorgoed, dachten we. Dat duurde een jaar. We misten onze vrienden in Nederland, onze buren, de structuur van het leven, de directheid, ja: zelfs het weer. Teruggaan was niet makkelijk. Ons verzoek moest zelfs door de Tweede Kamer. Het lukte hoor. We woonden eerst even in een tijdelijk huis en toen kregen we een huis in Geleen met een voor- en achtertuin en veel kamers. Het was een rijtjeshuis, maar ik noemde het een villa.

Moskee

„Religie is belangrijk voor mij. De eerste tien jaar was er geen moskee. Toen kwam een kleintje. Nu is er een grote. Bidden deden we thuis. Veel Nederlanders in Geleen zijn katholiek. Religieuze mensen begrijpen elkaar. Welk geloof maakt niet zoveel uit. We hebben onze eigen religieuze feestdagen, maar Kerst en carnaval hebben we altijd meegevierd. Mijn kinderen ook. Ze kunnen gewoon een leuke dag hebben. Mijn vrouw versierde het huis met Kerst met lichtjes voor de gezelligheid.”