Straks verdwijnt de eeuwenoude stadsmuur weer onder de grond

Archeologische vondst Tijdens werkzaamheden in het Utrechtse Zocherpark kwam dinsdag een stadsmuur uit de twaalfde eeuw tevoorschijn.

Eeuwenoude stadsmuur die werd aangetroffen tijdens werkzaamheden in het Zocherpark in Utrecht.
Eeuwenoude stadsmuur die werd aangetroffen tijdens werkzaamheden in het Zocherpark in Utrecht. Foto gemeente Utrecht

Dinsdag, begin van de middag, krijgt archeoloog Annette Bakker, werkzaam bij de gemeente Utrecht, een telefoontje vanaf een werkplaats. Tijdens het aanleggen van leidingen in het Zocherpark in de Utrechtse binnenstad waren werkmannen en archeologen op iets bijzonders gestuit. Twee heel oude muren. Als Bakker een uur later ter plaatse is en de vondst beoordeelt, zegt ze: „Zo, dat is een mooi stukje muur”.

Deze week zijn restanten van de twaalfde-eeuwse Utrechtse stadsmuur ontdekt. Niet eerder zijn er delen van deze oude muur, gebouwd met uit Duitsland geïmporteerde tufsteen, gevonden in de Domstad. Daarnaast hebben archeologen ook restanten van de dertiende-eeuwse, van bakstenen gemaakte, hogere stadsmuur aangetroffen.

Stadsgracht met vier poorten

Toen Utrecht in 1122 stadsrechten kreeg van keizer Hendrik V, begon het weldra aan een plan zich te verdedigen tegen buitenstaanders. Utrecht was in die periode een van de grootste en welvarendste steden in de noordelijke Nederlanden. Naburige vorsten probeerden die macht aan te tasten en delen van de stad in te lijven. Daarom werd er een wal aangelegd, zegt Bakker, met een stadsgracht met vier poorten en op strategische plekken torens. Later werd daar een muur aan toegevoegd, zoals in het Zocherpark.

Collega’s van Bakker „kuisen” het eeuwenoude stukje muur op dit moment. Met 3D-apparatuur wordt de tufsteenmuur „grondig gedocumenteerd”, zegt Bakker. In de dertiende eeuw raakte tufsteen in onbruik, omdat er een goedkopere, lokaal te produceren variant kwam: baksteen. Zomaar een schop in de grond steken en de nabije omgeving afspeuren naar meer restanten van de muur mag niet: het plantsoen waar de muur is gevonden, is een Rijksmonument. Daarvoor gelden strenge regels, volgens Bakker. Ergens is dat wel jammer, vindt ze: „Het archeologische hart wil verder zoeken en graven.”

Zodra de werkzaamheden zijn afgerond wordt het gat in de grond dichtgemaakt. Over de restanten komt een speciale doek te liggen die de muur beschermt. Vervolgens wordt die bedekt met aarde, onzichtbaar voor bezoekers van het park. Muren uitgraven en verplaatsen mag niet van de wet, zegt Bakker. Archeologische vondsten die worden gevonden op monumentale grond moeten onder de grond bewaard blijven.