Recensie

Recensie Boeken

Rintjes kleine avonturen die aan de Grote Dingen raakten

Gouden Boek Tekenaar Sieb Posthuma is er niet meer. Drie van de avonturen van zijn creatie ‘Rintje’, jarenlange lieveling van NRC-lezers, zijn gebundeld in een Gouden Boek

Tekening uit Het Gouden Boek van Rintje.
Tekening uit Het Gouden Boek van Rintje. Tekening Sieb Posthuma

In 1994 portretteerde kunstacademie-studente Rineke Dijkstra haar klasgenoot Sieb Posthuma (1960-2014) met een foxterriër Rintje in zijn armen. Op die foto is het glashelder: Posthuma is Rintje, Rintje is Sieb. Ze kijken op dezelfde manier in de camera. Geïnteresseerd en voorzichtig. Ze zijn heel erg samen.

Sieb Posthuma werd illustrator, maar hij maakte ook tekeningen van zijn hond, waar hij op den duur kleine verhalen bij begon te schrijven. Zo schiep hij Rintje: hond en hoofdpersoon in stripjes die elf jaar (2001-2012) verschenen op de kinderpagina die NRC toen had. Ze waren direct geliefd bij een al maar uitdijend publiek dat ook uit volwassenen bestond.

Op het hondje projecteerde Posthuma zijn verlangen naar geborgenheid, zijn vermogen om in kleine gebeurtenissen grote avonturen te herkennen en de kracht die hij putte uit zijn nieuwsgierigheid.

Op de krantenstrips volgden poppenfilms, jeugdvoorstellingen (van de theatermaker Ton Meijer) en zelfstandige boekjes. Daarvan zijn er nu drie gebundeld als Het Gouden Boek van Rintje. Op grote bladzijden, een ander fomaat dan de bekende kleine Gouden Boekjes, komen de tekeningen prachtig tot hun recht.

Lees ook: De ingetogen ironie van een ambachtsman

Rintje kreeg de jeugd die Posthuma zelf niet had. De gebeurtenisjes zijn herkenbaar voor iedereen die kind is of nog weet dat hoe dat was. Je verdwaalt en je wordt gevonden. Je bent jarig. En stiekem raken ze aan de Grote Dingen, gaan ze over verlangen en eenzaamheid. Zingen ze de lof van geborgenheid. En beteugelen ze angst. Maar alles komt goed. Dan is Rintje weer een puppie, op schoot bij mamma. In haar leunstoel. Met naast zich op de grond haar handtas. En aan de andere kant een bot.

Posthuma schiep een jongetje in een jongenswereld dat, en dat is het bijzondere, toch echt óók steeds een hondje blijft in een hondenwereld. Een verjaardag wordt gevierd met taart, die als je goed kijkt, bestaat uit rookworsten en brokken. Je ogen worden gecontroleerd door de oogarts, maar op zijn ‘kijkkaart’ zie je almaar kleinere hondenkoekjes. Want deze mensenwereld wordt bevolkt door honden, lieve, leuke, maffe, goeiige en waar nodig waakzame honden – dat was Posthuma’s paradijs.

Posthuma tekende Rintje quasisimpel en bij nadere beschouwing zo mooi en aandachtig. Vooral in de grote tekeningen is zijn vermogen tot compositie te zien, met enorme lijnen overdwars en met overal en nergens details die met het hond-zijn te maken hebben. Briljant is hoe vanzelfsprekend honden kleren dragen en menselijke body language hebben. Maar achter uit de herenbroek kwispelt altijd een staart. En voor Rintje naar bed gaat moet hij, zoals elke kleuter, eerst nog even een plasje doen. Niet op een potje maar buiten, tegen een boom.

Sieb Posthuma: Het Gouden Boek van Rintje. Uitg. Rubinstein. Prijs 15,50 euro.