Opinie

Ook dressuurpaarden hebben recht op de warmte van een kudde

Dierenwelzijn

Commentaar

De paardendressuur ligt op sociale media dermate onder vuur dat topamazones als Anky van Grunsven en Isabell Werth de toekomst van de paardensport somber inzien. Dat lijkt wat overtrokken. De meeste Nederlanders hebben er geen moeite mee. Positief is dat die hatelijke opmerkingen, hoe kwetsend ook, effect hadden. Zo is sinds 2010 de zogeheten rollkur officieel niet meer toegestaan. Want het staat elegant, zo’n diep gebogen paardenhals onder dwang van teugel en bit, maar het comfort van het paard gaat voor. En niemand die dat betwist.

Wie slecht is voor het paard, brengt het niet tot topprestaties, is de mantra van de paardensport. De goede berijder stelt hoge eisen, maar het welzijn van het dier staat voorop. Dat is waar. Maar ook al is het welzijn van het paard belangrijk, het voornaamste doel is winnen. Het maximaal haalbare is een evenwicht tussen die twee.

Het paard leeft allang geen natuurlijk leven meer, het heeft zich ontwikkeld tot werkdier annex huisdier. Zulke dieren maken al eeuwen deel uit van de mensenwereld en de rolverdeling ligt vast. Mensen zijn de baas. Dieren zijn knecht. Gezelschap. Statussymbool. En heel soms, als de samenwerking uitzonderlijk slaagt, zoals Edward Gal met Totilas, zijn ze elkaars gelijke. Met dien verstande dat bij meningsverschillen de mens de doorslag geeft.

Mag een paard kiezen dan loopt het niet rond met een mens op de rug, luidt een bekend bezwaar tegen de paardensport. Maar dat is te simpel gedacht. Een paard kiest namelijk niks, het zou niet weten hoe. Dieren doen niet aan keuzes, ze reageren. Menige huiskat blijft uit zichzelf thuis. De hond loopt achter zijn baas aan. En het paard doet wat de ruiter aangeeft. Zulke dieren leveren zich uit, de mens profiteert daarvan en verzorgt hen als tegenprestatie. Contact tussen mens en dier is waardevol. Vooral voor de mens. Maar het hoeft het dier niet te schaden, zolang het respect krijgt als dier en niet wordt beschouwd als speelgoed of machine – of het nou een wedstrijdpaard is, of een hond, kat, konijn of goudvis.

Blijft de vraag in hoeverre dressuurpaarden last hebben van hun onnatuurlijke activiteiten. De universiteit van Wageningen deed in opdracht van het ministerie van Landbouw onderzoek naar het welzijn van circuspaarden. Dat wees uit dat het reizen en optreden hun welzijn over het algemeen niet noemenswaardig aantast. Het is niet hetzelfde als dressuurpaarden, maar het zit wel in dezelfde hoek: de paarden moeten op commando kunsten vertonen die de mens ontwierp en op het moment dat hun berijder dat wil.

Paarden draaien niet uit zichzelf pirouettes. Ze draven wel van nature, maar laten draven is geen garantie voor een gezonde paardensport. Bij de paardenrennen wordt geslagen, worden blessures verdoezeld met pijnstillers en lopen paarden gevaar hun benen te breken en daarmee hun leven. Als er iets niet meer van deze tijd is, dan is het de draf- en rensport.

Zowel circus- als sportpaarden lijden onder eenzaamheid. In de wei krijgt een paard vaak een gezelschapspony van de boer. In maneges staat het alleen op stal, van een kudde is geen sprake. Nu er regels voor hun welzijn worden opgesteld, uitgevoerd en gecontroleerd, is een volgende stap om serieus tegemoet te komen aan die kuddebehoefte. Dat is vast kostbaar en ingewikkeld, maar onmogelijk mag het niet zijn. Lukt dat niet, dan is er inderdaad reden om de ondergang van de paardendressuur tegemoet te zien.