Recensie

Recensie

Het onvermogen om Joden als slachtoffer te zien

Antisemitisme De veel voorkomende onwil en het onvermogen om Joden als slachtoffer te zien komt voort uit wat ‘de oudste haat’ in essentie is: een complottheorie, schrijft historica Deborah Lipstadt in haar nieuwe boek. Deze haat komt voor bij zowel links en rechts.

De Universiteit van Californië (UCLA).
De Universiteit van Californië (UCLA). Foto: EPA / Etienne Laurent

‘Gezien het feit dat je een Joodse student bent en zeer actief in de Joodse gemeenschap, hoe kun je er dan een onbevooroordeelde kijk op nahouden?’ vraagt een studentenlid van de studentenraad van de Universiteit van Californië aan Rachel Beyda. Zij is kandidaat voor de beroepscommissie van de studentenraad van de prestigieuze universiteit. Na een discussie over de vraag of zij met haar Joodse achtergrond wel onpartijdig kan oordelen over juridische zaken, besluit een meerderheid om Beyda weg te stemmen. Daarbij speelt op de achtergrond de lopende discussie op de campus over de BDS-beweging (Boycott, Divestment and Sanctions), die pleit voor een boycot van Israëlische universiteiten en academici. Uiteindelijk volgt – na ingrijpen van een aanwezig faculteitslid – een tweede stemmingsronde waarbij de goed gekwalificeerde Beyda alsnog wordt benoemd.

‘In een soort dubbelspraak à la George Orwell diende het buitenhouden van Joden voor deze studenten het doel van inclusiviteit’, analyseert de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt (1947) in haar nieuwe boek Antisemitisme hier en nu. In de jaren negentig verwierf zij wereldfaam door haar boek Denying the Holocaust over onder andere Holocaustontkenner David Irving, die een rechtszaak wegens smaad tegen haar aanspande en verloor.

Antisemitisme hier en nu bestaat uit een briefwisseling met twee fictieve personen die gebaseerd zijn op studenten en collega’s van de Emora Universiteit in Georgia waar Lipstadt hoogleraar Joodse Geschiedenis en Holocaust Studies is. Abigail is een Joodse studente die colleges volgt bij Lipstadt en Joe is een collega aan de rechtenfaculteit. In de briefwisseling behandelt Lipstadt actuele verschijningsvormen van antisemitisme, met veel aandacht voor discussies op Amerikaanse universiteitscampussen.

Globale elite

‘Ik smeek je om te voorkomen dat deze ‘langstdurende haat’ de hoeksteen van je identiteit wordt’, schrijft ze aan de onzekere Abigail. Fictieve interacties als deze worden niet uitgewerkt en ontberen daardoor diepte.

De wel erg vaak uitgesproken waardering van Abigail en Joe voor de heldere uitleg door Lipstadt verleent het boek bovendien een enigszins zelffeliciterend karakter. Zo vormt de opzet van het boek ook de belangrijkste zwakte. De brieven zijn een stoorzender die afdoen aan de kracht van de academische argumenten.

Onderzoekers spreken van ‘nieuw antisemitisme’: eerder afkomstig van moslims en van extreem-links, dan van extreem-rechts. Lees ook: ‘Het antisemitisme is niet terug, het was nooit weg’

Toch is Antisemitisme hier en nu een betekenisvol boek, vooral door het telkens terugkerende thema van de strijd om het slachtofferschap aan de hand van pregnante voorbeelden. De veel voorkomende onwil en het onvermogen om Joden als slachtoffer te zien komt voort uit wat ‘de oudste haat’ in essentie is: een complottheorie, schetst Lipstadt. Of de waandenkbeelden nu religieus, politiek, maatschappelijk of raciaal van karakter zijn, ‘dezelfde thema’s en uitdrukkingen zijn altijd aanwezig’. Joden zijn gering in aantal maar ze weten grotere machten naar hun pijpen te laten dansen. Daarbij kunnen ze als lid van een globale elite simpelweg geen slachtoffer zijn van discriminatie.

Bizarre claim

Zo sprak universitair docent Joy Karega aan het gerespecteerde Oberlin College in Ohio in 2016 haar steun uit voor de bizarre claim dat de Mossad achter de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs zat. Ook verklaarde Karega, die de collegereeks ‘schrijven voor sociale rechtvaardigheid’ verzorgde, op Facebook dat Israël niet alleen achter ISIS zat, maar ook achter de aanslag op het World Trade Center op 9/11 en het neerhalen van de MH17 in Oekraïne. Onder meer Joodse organisaties uitten scherpe kritiek op Karega waarop diverse collega’s stelden dat zij slachtoffer was van ‘onverantwoordelijke vijandigheid’ die zorgde voor ‘een versterking van de repressieve antizwarte verhalen’ die getuigen van ‘antizwart racisme’ op de campus. Hier was volgens hen geen sprake van antisemitisme maar van racisme met Joden – en hun racistische handlangers – als daders.

Lipstadt gelooft er niks van dat Karega werkelijk denkt dat Joden de wereld beheersen. ‘Mensen die deze complottheorieën aanhangen, tuigen die op als een middel om hun critici aan te vallen’, stelt ze. Wie echter de bijdragen van de Oberlin-wetenschapper op Facebook naleest, krijgt niet de indruk dat zij een toneelstuk opvoert. Hoe dan ook concludeert ook Lipstadt dat dergelijke complotdenkers niet te overtuigen zijn. Wel heeft het zin om afscheidingen te bouwen ‘tussen hen en de mensen die ze proberen te beïnvloeden’. Die afscheidingen bestaan uit ‘feiten en argumenten’ die de ‘waandenkbeelden’ onderuithalen.

Antisemitisme goedgepraat

In vervolg daarop beschrijft Lipstadt hoe door ‘een linkse stroming’ de rollen worden omgedraaid als sprake is van Jodenhaat bij moslims. Lange tijd waren moslimlanden slachtoffer van het westerse imperialisme. En Joden – al eeuwenlang woonachtig in Europa – zijn bij uitstek een representant van dat westerse imperialisme met hun wens een Joodse staat te stichten in het Midden-Oosten. ‘Het islamitisch antisemitisme en antizionisme worden zo goedgepraat als een legitieme reactie op het westerse imperialisme.’

Ook in Nederland neemt het antisemitisme toe. Een moeder uit Hilversum vertelt over de ervaringen van haar gezin. Lees ook: ‘Nederland voelt voor Joden als een zinkend schip’

Uiterst problematisch daarbij is de ‘blinde vlek’ in kringen van antisemitisme-bestrijders die alleen problemen zien aan ‘de ‘andere’ kant van het politieke spectrum’. Mensen op rechts zien alleen antisemitisme op links en andersom. Lipstadt gaat uitgebreid in op de ‘vurige bewondering voor Israël’ onder rechts-populistische politici zoals de Hongaarse premier Orbán maar ook onder antisemitische witte racisten en de alt-right beweging in de Verenigde Staten. Donald Trump legitimeert antisemitisme om politieke redenen, onder meer door zijn weigering zich te distantiëren van lieden als voormalig Ku Klux Klan-leider en Holocaustontkenner David Duke, die hem tijdens zijn verkiezingscampagne maar ook daarna enthousiast toejuichte.

Dubieuze Israëlvrienden

Dat Lipstadt zowel uitgebreid ingaat op antisemitisme op links als op rechts, geeft het boek een belangrijke meerwaarde. Precies daar ligt de zwakte van publicaties zoals het eveneens onlangs verschenen boek Maar wij noemen hen Joden over ‘antizionisme in de praktijk’, van Klaas Smelik (1950). Wie een goed beeld van links antisemitisme in Nederland en Vlaanderen wil hebben, is aan het juiste adres bij deze emeritus-hoogleraar Jodendom en Hebreeuws in Gent. Smeliks boek is toegankelijk en zijn beschrijvingen van als antizionisme vermomd antisemitisme zijn accuraat. Maar de relevante context van dubieuze Israëlvrienden op de rechterflank – die van wezenlijk belang is om het actuele krachtenveld rond antisemitisme te doorgronden – krijgt nauwelijks aandacht bij Smelik.

Lipstadt sluit haar boek af met de waarschuwing aan Joods adres dat, hoe belangrijk antisemitisme als onderwerp ook is, het risico bestaat ‘dat we de hele Joodse ervaring gaan zien door de ogen van mensen die ons haten’. Voor een hoopvolle toekomst is volgens Lipstadt ‘geen duister pessimisme of ongerijmd optimisme nodig, maar realisme’.