Ivo van Hove krijgt VSCD Oeuvreprijs

Twee prestigieuze oeuvreprijzen in één week voor theatermaker Ivo van Hove. Na de Johannes Vermeer Prijs is hem nu de VSCD Oeuvreprijs toegekend.

Theatermaker Ivo van Hove
Theatermaker Ivo van Hove Foto KOEN VAN WEEL / ANP

Aan regisseur Ivo van Hove, leider van het Internationaal Theater Amsterdam is de VSCD Oeuvreprijs toegekend. Dat heeft de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties bekendgemaakt.

Met de prijs wordt de Vlaming Van Hove (1958), sinds 1990 in Nederland werkzaam, geëerd door de Nederlandse theaters „voor zijn waardevolle en blijvende bijdrage aan de podiumkunstensector”. Volgens de VSCD is zijn oeuvre van een „constante kwaliteit en schoonheid” en „al jarenlang van onschatbare waarde voor het niveau van het toneel in ons land.”

Het is de tweede prestigieuze oeuvreprijs in korte tijd voor de theatermaker. Pas een week geleden werd hem de Johannes Vermeer Prijs toegekend, de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten.

Over Van Hove schrijft de VSCD: „In het oeuvre van Ivo van Hove keren steeds dezelfde thema’s terug: seksualiteit, liefde, de dood, vergankelijkheid en macht. Hij heeft een zwak voor relaties die de buitenwereld maar moeilijk kan begrijpen, maar ook voor buitenbeentjes die hun eigen pad kiezen. Via zijn stukken laat hij het publiek zien dat ook die outsiders een verhaal hebben dat het waard is om verteld te worden. Dat het allemaal niet zo zwart-wit is als het lijkt. Hij noemt zijn voorstellingen ‘gemaskerde autobiografieën’ en maakt ze voor een zo breed mogelijk publiek.”

De VSCD Oeuvreprijs bestaat uit een kunstwerk gemaakt door beeldhouwer Eric Claus. Van Hove ontvangt de prijs komende zondag na afloop van het Paradisodebat, in zijn eigen Internationaal Theater Amsterdam. De zondag (1/9) erna is hij te gast in het tv-programma Zomergasten.

Eerdere laureaten van de prijs waren onder anderen: Guus Hermus (1988), Jirí Kylián (2002), Rudi van Dantzig (2003), Hans Croiset (2004), Freek de Jonge (2008), Erik Vos (2010), Youp van ’t Hek (2016), Hans van Manen (2017) en Liesbeth Colthof (2018).