Recensie

Recensie Boeken

De vergeten mensen van de Franse Revolutie

Éric Vuillard Ze heten Antoine, Jean, Thérèse of Marie-Thérèse, ze zijn koetsier, steenhouwer, naaister of kaarsenverkoopster. Ze waren een radertje in de machinerie van de Franse Revolutie.

Arbeiders gieten kanonnen tijdens de Franse Revolutie.
Arbeiders gieten kanonnen tijdens de Franse Revolutie. Illustratie Keystone-France/Gamma-Keystine/Getty Images

Éric Vuillard begint 14 juli, net als zijn met de Prix Goncourt bekroonde boek De orde van de dag, met een onvergetelijke sleutelscène. In de Folie Titon in Parijs is aan het eind van de 18de eeuw de koninklijke behangfabriek gevestigd. Behang is in die tijd een nieuwe uitvinding, die dankzij Marie-Antoinette in de mode is geraakt. Ze houdt van bloemetjes, engelen en herderlijke tafereeltjes. De directeur van de fabriek, Jean-Baptiste Réveillon, eist op 23 april 1789, tussen twee feesten door, van zijn werknemers dat zij akkoord gaan met een salarisverlaging: de internationale concurrentie is moordend.

Maar het volk heeft honger. Velen zijn werkeloos. Protesten komen op gang, duizenden mensen rukken op naar deze fabriek waar luxeartikelen worden gemaakt voor de elite: de villa wordt geplunderd en vernield. Wat eetbaar is wordt opgegeten, wat drinkbaar is opgedronken. De cavalerie opent de aanval, er vallen doden, er worden mensen gearresteerd, opgehangen. De Franse Revolutie is begonnen.

Alle voorwerpen die uit de villa zijn verdwenen of vernield worden nauwkeurig geteld en geïnventariseerd, schrijft Vuillard fijntjes, maar hoeveel doden er nu precies vielen onder de bevolking – dat blijft in het vage.

Buffalo Bill

In achttien korte hoofdstukken ontleedt Vuillard zo – precies en op zijn volstrekt unieke wijze – de mythe van de Franse Revolutie. Eerder, in Tristesse de la terre (2014), keek hij door een historische bril naar Buffalo Bill; in De orde van de dag analyseerde hij vanuit zijn geëngageerde standpunt het verloop van de Anschluss. In de voetstappen van Émile Zola ‘licht hij de lompen van de geschiedenis op’, zoals hij zei in een interview met NRC.

Anders dan de grote historici van de Franse Revolutie gaat zijn aandacht niet uit naar de grote namen, maar naar degenen die naamloos en roemloos in de plooien van de geschiedenis verdwenen. Ze heten Antoine Salochon, Jean Morin, Thérèse of Marie-Thérèse, ze zijn koetsier, steenhouwer, naaister of kaarsenverkoopster. Hun naam heeft Vuillard uit archieven gelicht. Ze waren een radertje in de machinerie.

Gewone man

Wat Vuillard voor ogen staat is op zoek gaan naar wat we nog niet weten en daarover schrijven, de mythe vernieuwen, hem een nieuw gezicht geven: dat van de gewone man. Vuillard is ambitieus, hij werkt vanuit sleutelscènes, kiest een ongebruikelijk perspectief. Hij onderzoekt, put uit archieven, leest de oorspronkelijke documenten. Zijn vocabulaire is vaak gelieerd aan de periode waar hij zich op richt. Daarbij is Vuillard ook filmmaker, scenarioschrijver, heeft hij een theatrale inslag en een filmische manier van schrijven. Voeg daarbij nog eens zijn politieke engagement, zijn ironie en vooral zijn extreem compacte stijl en je weet dat je als lezer niet lui achterover kunt leunen.

Geen wonder dat vertaalster Liesbeth van Nes zichtbaar heeft geworsteld. Dat begint al met de eerste zin als ‘une folie’, met zijn dubbele betekenis, in het Nederlands ‘een buitenplaats’ wordt. Dat is het óók, maar daarnaast is het ook nog ‘Folie Titon’, folly, waanzin, met al zijn associaties. Vuillard heeft ook een notoir moeilijke vertelstem, hij speelt met de afstand tot zijn onderwerp, kiest in het Frans nu eens voor ‘on’ (men), gebruikt dan weer ‘je’ (ik) of ‘nous’ (wij). Hoe dat in het Nederlands te vatten is inderdaad niet eenvoudig, maar de actieve zin ‘on fracassa les becs de verre sur les marches du palais et l’on but, cul sec, les plus grands crus, s’ensanglantant la gueule’ wordt passief in: ‘De glazen tuiten sloegen stuk op de treden van het paleis en de grootste cru’s werden weggeklokt in bloedende monden.’ Hier is een mensenmassa actief aan het plunderen.

Kracht versus geweld

De vertaalster heeft veelal voor een zo letterlijk mogelijke vertaling gekozen, in de betekenis van woorden, in het weergeven van werkwoordtijden. Maar ‘la force des baïonettes’ lijkt me de ‘kracht’ van bajonetten, niet het ‘geweld’s werden weggeklokt, ‘il faut écrire ce qu’on ignore’, een zin over de poëtica van Vuillard, lijkt me niet helemaal overeen te stemmen met ‘ik moet beschrijven wat niet bekend is’. Waarom Jeu de Paume vertalen met ‘kaatsbaan’ en Place de Grève onvertaald laten?

Nadeel van een vertaling die heel dicht bij het origineel blijft is voor de lezer dat het soms vreemde zinnen oplevert: ‘Ach, het is alsof een man soms zijn hele leven had gewacht op het zeggen van een paar woorden, woorden die hem volkomen in bezit hadden, hem tussen hun lettergrepen vasthielden, hem lieten boeten voor al de rest, en die in de draperie van hun formulering vanzelfsprekendheid en raadselachtigheid verweefden, grootsheid en alledaagsheid, waarin de mensheid haar profeet vindt.’

Of: ‘ik moet er een voorstelling van maken vanuit het grote aantal, vanuit wat bekend was over taveerne en zwerver, over de laatste centen en het brabbeltaaltje van de dingen, verkreukelde duiten, broodkapjes’. Dergelijke zinnen moeten natuurlijk in hun context worden gezet, maar dan nog lees ik liever een vertaling die wellicht minder dicht bij de oorspronkelijke tekst blijft, maar dan wel begrijpelijker is.

Correctie (26 augustus 2019): De afbeelding toont niet het gieten van kanonnen, zoals eerder vermeld, maar het fabriceren van geweren. Correctie (3 september 2019): Het Franstalige citaat over de grootste cru’s die werden weggeklokt luidt niet, zoals eerder vermeld, ‘les plus grands crus, s’englantant la gueule’, maar ‘les plus grands crus, s’ensanglantant la gueule’. Dit is hierboven gecorrigeerd.