De investeerder die maar miljarden blijft pompen in tech

Profiel | SoftBank Het eerste mega-investeringsfonds van 100 miljard dollar is na twee jaar bijna op. Daarom begint Masayoshi Son, oprichter van SoftBank, nu een tweede, nog groter fonds. Maar niet alles wat Son de afgelopen decennia aanraakte, veranderde in goud.

Masayoshi Son in 2018. Hij heeft voor zijn nieuwe fonds, Vision Fund 2, 108 miljard dollar bij elkaar gesprokkeld.
Masayoshi Son in 2018. Hij heeft voor zijn nieuwe fonds, Vision Fund 2, 108 miljard dollar bij elkaar gesprokkeld. Foto Kim Kyung Hoon/Reuters

Stoot Masayoshi Son zich tweemaal aan dezelfde steen? Twintig jaar geleden, op de top van de internethausse, was SoftBank – toen nog vooral een media- en telecombedrijf – 180 miljard dollar (160 miljard euro) waard op de beurs. Oprichter en grootaandeelhouder Masayoshi Son bezat 78 miljard daarvan. Maar in 2000 stortten de tech-aandelen in en verloor SoftBank meer dan 90 procent van zijn waarde. Son raakte een groot deel van zijn fortuin kwijt – ruim 70 miljard dollar.

Maar voor Son, die ook wel de Japanse Bill Gates genoemd wordt, was dat geen reden om zijn strategie te wijzigen. Integendeel: hij bleef volop investeren in de technologie van de toekomst. SoftBank is op dit moment de grootste tech-investeerder ter wereld, groter dan welke verstrekker van durfkapitaal uit Silicon Valley, New York of Londen dan ook. En het staat op het punt nog veel groter te worden.

Goedkope belminuten

SoftBank laat zich lastig vergelijken met andere investeerders. Het is om te beginnen geen bank. Son begon in 1981 als distributeur van software. Een jaar later ging hij ook computerbladen uitgeven. Eind jaren tachtig begaf hij zich op de telecommarkt, met een dienst die consumenten goedkopere belminuten leverde dan de nationale telefoonmaatschappij NTT. Van het geld dat hij daarmee verdiende, kocht hij aandelen Yahoo!

In 1994 ging SoftBank zelf naar de beurs en nam Son een Amerikaanse organisator van IT-vakbeurzen over. In 1996 begon hij de Japanse tak van Yahoo! en breidde hij verder uit in tijdschriften. Met de Australische mediamagnaat Rupert Murdoch stapte hij in satelliettelevisie. In 1998 werd SoftBank een hoofdfonds aan de beurs van Tokyo, waar het één van de best presterende aandelen tijdens de internethausse werd.

In 2000 liep alle lucht weer uit het aandeel, maar deed Son wel zijn lucratiefste investering tot nu toe: hij stak 20 miljoen dollar in de Chinese webwinkel Alibaba. Bij de beursgang van Alibaba in 2014 was dit belang (van 30 procent) 60 miljard dollar waard. Inmiddels is de beurskoers van Alibaba verdubbeld en is het belang van SoftBank in het Chinese bedrijf meer waard dan SoftBank zelf, dat met een beurswaarde van 93 miljard dollar het grootste Japanse beursfonds is na dat van autoconcern Toyota. Son is nog altijd de grootste aandeelhouder, en volgens de Bloomberg Billionaire Index is hij inmiddels weer goed voor een privévermogen van 16,6 miljard dollar.

SoftBank bezit nog altijd de helft van de aandelen van Yahoo! Japan en werd in 2006 aanbieder van mobiele telefonie door Vodafone Japan over te nemen. Van Apple-topman Steve Jobs kreeg SoftBank het exclusieve recht om iPhones te verkopen in Japan. In 2012 werd SoftBank ook in de Verenigde Staten een grote telecomaanbieder met de aankoop van Sprint, dat binnenkort samengaat met de Amerikaanse tak van T-Mobile.

Permanent online

De laatste jaren verlegt SoftBank zijn aandacht van media en telecom naar kunstmatige intelligentie en het ‘internet of things’, de verzamelterm voor apparaten die permanent online zijn. In 2015 richtte Son samen met Alibaba en de Taiwanese elektronicaproducent Foxconn SoftBank Robotics op, dat robots ontwikkelt, en in 2016 kocht hij voor 32 miljard dollar de Britse chipmaker ARM, die chips levert om (onder meer) huishoudelijke apparaten aan te sluiten op internet.

Maar Son wilde méér. Naast robots en chips wilde hij ook op grote schaal investeren in duurzame energie en de revolutie die zich voltrekt in de transportsector, met de komst van zelfrijdende auto’s en nieuwe taxidiensten zoals Uber. Hij besloot daarom in 2017 het grootste tech-investeringsfonds ter wereld te beginnen: Vision Fund 1, met een vermogen van 93 miljard dollar.

SoftBank stak hier zelf 28 miljard dollar in. Ook Apple, Qualcomm, Foxconn en Sharp deden mee. Het meeste geld kwam van twee staatsfondsen: Saoedi-Arabië legde 45 miljard dollar in en Abu Dhabi 15 miljard.

Vision Fund 1 investeerde sindsdien in honderden techbedrijven, waaronder de inmiddels beursgenoteerde berichtendienst Slack, hotelketen Oyo en maaltijdbezorger DoorDash.

De grootste investering was een belang van 10 miljard dollar in taxidienst Uber, dat sinds de beursgang eerder dit jaar bijna 2 miljard in waarde is gedaald. SoftBank stak ook 11 miljard dollar in Didi Chuxing, de Chinese concurrent van Uber, en Ola, de Uber van India. Ook stak het 10,5 miljard dollar in WeWork, de verhuurder van flexibele kantoorruimte die volgende maand naar de beurs gaat in New York.

Masayoshi Son bij de presentatie van Pepper, de ‘huisrobot’ die SoftBank ontwikkelde en die in Japan te koop is. Son heeft voor zijn nieuwe fonds, Vision Fund 2, 108 miljard dollar bij elkaar gesprokkeld. Foto Junko Kimura-Matsumoto/Bloomberg

80 miljard in 2 jaar

Vision Fund 1 heeft tot nu toe 80 miljard geïnvesteerd in 82 bedrijven en daarop volgens SoftBank een rendement behaald van 62 procent. Dat is vooral papieren winst, deels gebaseerd op ophogingen van de boekwaarde van bedrijven. Pas als een bedrijf uit de portefeuille wordt verkocht of naar de beurs gaat, wordt die winst ook echt verzilverd.

Omdat de bodem van de kas bij Vision Fund 1 twee jaar na de oprichting al in zicht is, kondigde SoftBank vorige maand Vision Fund 2 aan – een nóg groter tech-investeringsfonds. Son heeft voor dit fonds maar liefst 108 miljard dollar bij elkaar gesprokkeld, al mist SoftBank deze keer een grote partij die de bulk van de inleg levert, want Saoedi-Arabië doet niet mee.

SoftBank is nu zelf de grootste kapitaalverschaffer met 38 miljard dollar en volgens The Wall Street Journal komt daar bovenop nog zo’n 20 miljard dollar van circa vierhonderd SoftBank-werknemers, die dat geld lenen van hun werkgever tegen 5 procent rente. Topman Son zit daar volgens de zakenkrant zelf ook bij. Daarnaast leggen Apple, Foxconn, Microsoft, Goldman Sachs, Standard Chartered, zeven Japanse banken en het staatsfonds van Kazachstan de nodige miljarden in.

Dat managers van investeringsfondsen zelf ook participeren, is heel gebruikelijk – beleggers juichen doorgaans ook toe dat hun belangen gelijk opgaan met die van de fondsmanagers – maar gewoonlijk gaat het om 2 tot 3 procent van het ingelegde vermogen, en niet om 19 procent, zoals bij Vision Fund 2.

Met de (geleende) inleg van het personeel erbij, leunt SoftBank voor dit fonds voor meer dan de helft op eigen kapitaal. Dat lijkt erop te duiden dat het Son deze keer beduidend meer moeite heeft gekost om het kapitaal bij elkaar te krijgen.

Een deel van de 38 miljard die SoftBank zelf inlegt, is bovendien afkomstig van rendementen die Vision Fund 1 boekt (of nog moet boeken) en de verwachting is dat SoftBank ook een deel zal moeten lenen bij banken. Dit baart beleggers zorgen, want SoftBank heeft al zo’n 70 miljard dollar schuld op de balans staan. En als de prestaties van fonds 1 in de toekomst tegenvallen, heeft fonds 2 dus ook direct een probleem.

Gebrek aan transparantie

SoftBank is niet heel duidelijk over hoe die dwarsverbanden precies lopen en analisten mopperen al langer over het gebrek aan transparantie over waarderingen van investeringen, interne geldstromen en hoe SoftBank zijn activiteiten financiert.

„Hoe meer we te weten komen over SoftBank, hoe duidelijker het wordt dat we nog veel meer niet weten”, schreven analisten Walter Piecyk en Joseph Galone van BTIG Research eerder dit jaar in een rapport. „SoftBanks financiële rapportage is één groot doolhof.”

De vraag die vooral opdoemt is: vertilt Son zich niet aan zijn tweede grote investeringsfonds? Want het mag dan tot nu toe goed gegaan zijn, niet alles wat Son aanraakt verandert in goud. Uber is bijvoorbeeld sinds zijn beursgang zo’n 15 procent in waarde gedaald en Slack staat zelfs 20 procent lager. De beursgang van WeWork moet nog komen, maar nu al is er veel kritiek op het verdienmodel en de opgeklopte waardering van de kantoorverhuurder. Ook vragen beleggers zich af, of er echt nog wel voor meer dan 100 miljard dollar aantrekkelijke investeringen in techbedrijven te vinden zijn.

Met andere woorden: misschien heeft Son de eerste 100 miljard er wel erg snel en roekeloos doorheen gejaagd, en de prijzen van techbedrijven daarmee onnodig opgestuwd. Dat duidt erop dat hij weinig heeft geleerd van het uit elkaar spatten van de eerste internetzeepbel.