Zes reanimaties, en dan naar kantoor

Strandwachten De Haagse Vrijwillige Reddingsbrigade heeft een van de drukste zomers ooit. Op pad met post 4. „Acties zijn soms heel heftig.”

De gemeente Den Haag wil van vier zomerse reddingsposten naar twee met een ‘jaarronde’ bemanning.
De gemeente Den Haag wil van vier zomerse reddingsposten naar twee met een ‘jaarronde’ bemanning. Foto’s David van Dam

De zee bij Scheveningen lijkt kalm. Wat golfjes, wat wind.

„Ik zou mijn kind er niet insturen”, zegt Pim Bazuin (29). Net hebben hij en medestrandwacht Joost de Graaf (40) de gele vlag gehesen. Geel voor ‘gevaarlijke’ zee (bij rood „ben je gek als je erin gaat”).

De Graaf wijst: een mui. Tussen de golven, loodrecht op het strand, lijkt het misschien stil. Maar juist daar stroomt het water met veel kracht terug naar zee. De les als je toch mee wordt gesleurd: probeer niet tegen de stroming in te zwemmen, laat het gebeuren en probeer de aandacht te trekken. Bazuin zegt: „De zee is onvergeeflijk.”

De strandwachten van de Haagse Vrijwillige Reddingsbrigade weten waar ze het over hebben: het is nu al een van de drukste zomers ooit. De laatste week van juli redde de brigade 15 drenkelingen, voorkwam ze 14 keer een levensbedreigende situatie, en verleende ze 230 keer eerste hulp. En dan waren er nog de vermiste kinderen: 70 in die ene week. Eén badgast kwam om het leven op het Haagse strand. In het totaal kwamen alle Nederlandse reddingsbrigades die week 2.547 keer in actie. Het oude record dateert uit juli 2013: 2.357 in één week.

Bij mooi weer trekt men naar het strand, maar niet iedere badgast beseft welk gevaar er in de zee schuilt. En bij onstuimig weer merkt de Reddingsbrigade dat er toch altijd waaghalzen het water ingaan.

Vorig jaar verdronken voor het eerst sinds 2002 meer dan honderd mensen: Niemand zag of hoorde ’m verdrinken

In de auto patrouilleren de twee over het Scheveningse strand, de een rijdt, de ander tuurt. Alles tussen havenhoofd en de laatste golfbreker richting Wassenaar, en tussen boulevard en een kilometer vanaf de kust is ‘van’ hen. Bij een hoopje kleren wordt even stilgestaan. Niets aan de hand, hoort duidelijk bij wat moeders met kinderen.

Niet iedere reddingsbrigade surveilleert preventief. Op Scheveningen wel. Pim Bazuin vertelt dat een dag nadat een Duitser half juli op het Zuiderstrand verdronk, hij hier op het Noorderstrand een kleuter in het water zag. In zijn eentje. De ouders bleken vijftig meter verderop te zitten en het jongetje had nog geen enkel zwemdiploma.

„‘Ja, ja, het is misschien niet zo goed’, zeiden ze tegen me. Ze hadden net over de verdronken man gelezen.” Joost de Graaf zegt: „Als ik vraag waar ouders zijn, hoor ik weleens: ‘Die zitten in de strandtent.’”

Twee reddingen tegelijk

De dag op post 4, ter hoogte van de Scheveningse Keizerstraat, is om tien uur begonnen met een briefing. Op een bord noteert Titia (16) de windrichting (zuidwest), -kracht (4) en de tijden voor hoog en laag water. De auto’s – oranje met zwaailicht – worden gecontroleerd, en de boten. Twee reddingen moet deze post tegelijkertijd kunnen uitvoeren. Als ze zijn aangemeld bij de kustwacht en de brandweercentrale kunnen 112-meldingen bij hen terechtkomen en begint het werk.

Nederland, Den Haag, 08082019 - Post 4 van de Reddingsbrigade Scheveningen.
Foto: David van Dam
Nederland, Den Haag, 08082019 - Post 4 van de Reddingsbrigade Scheveningen.
Foto: David van Dam
Foto’s David van Dam

Al is het geen werk. Alle strandwachten zijn vrijwilligers. Pim Bazuin, postcommandant, is politicoloog. Joost de Graaf is ict’er. Deze dag zijn er op post 4 veel studenten en scholieren met vakantie; vanaf je veertiende mag je meelopen en leer je de zee lezen, een zomer later kan je strandwacht-in-opleiding worden. Vanaf je zestiende – als alle zwemexamens en EHBO-trainingen zijn gehaald, ben je junior lifeguard. Het vinden van nieuwe vrijwilligers is geen probleem, zegt Bazuin. Veel komen binnen via broers en zussen, de zwemlessen die de reddingsbrigade biedt, of wervingsacties.

Het behouden is wél een probleem. Het is een hobby. Maar wel één waar minimaal 120 uur per zomerseizoen moet worden ingestoken, naast de verplichte EHBO-cursussen, zwemtrainingen en examens. Alles wordt betaald met subsidie (vorig jaar ruim 154.000 euro), ledencontributies en donaties.

Het is ook een club. Er wordt samen gegeten, relaties ontstaan, strandwachthuwelijken. „Je moet blind op elkaar vertrouwen, acties zijn soms heel heftig. Zeker als iemand het niet haalt”, zegt Pim Bazuin. En dan is het gewone werk soms raar. „Dan heb je zes reanimaties gedaan en gaat het op kantoor over koetjes en kalfjes.”

Jaarrond strandleven

Boven in het torentje zit Julius (18) met voor zich twee mobilofoons, een telefoon en een groot scherm. De Reddingsbrigade Haaglanden is aangesloten op het C2000-netwerk van de brandweer. Met een verrekijker speurt hij de kustlijn af. Vanuit post 4 kun je nét onder de pier kijken.

Aan de andere kant staat op drukke dagen nog een post. Nog wel; de gemeente heeft aangekondigd in plaats van vier zomerse reddingsposten er twee over te willen houden, die dan wel het hele jaar moeten worden bemand. Nu bewaken de strandwachten drie zomermaanden lang het strand en in het voor- en naseizoen zijn er twintig brandweermedewerkers die op vrijwillige basis lifeguard zijn. De politie stootte twee jaar geleden haar reddingstaken af.

Onderwijl wordt het strand drukker. Er zijn surfscholen bijgekomen, snelle motorboten die langs de kust varen, en strandtenten verhuren planken en bootjes, zonder, zoals de Haagse Reddingsbrigade in haar jaarverslag constateert, „duidelijke instructies”.

Foto David van Dam
Foto David van Dam
Foto’s David van Dam

Buiten het seizoen gebeurt er ook meer: de Reddingsbrigade is bijvoorbeeld óók bij de Nieuwjaarsduik, de Sinterklaasintocht, de Red Bull-strandrace, en het – dit jaar afgelaste – Vuurwerkfestival. En in haar Strandnota zegt de gemeente Den Haag dat de kust „jaarrond aantrekkelijk” moet zijn, met paviljoens die altijd open zijn én activiteiten en (sport)evenementen.

„Als je de ambitie van de gemeente ziet…” Bazuin maakt de zin niet af. Nu houdt de stranddag voor post 4 om zes uur op. Joost de Graaf zegt: „Maar de trend is dat mensen aan het eind van de dag na het werk wat komen eten op het strand en dan nog gaan zwemmen.”

In het jaarverslag pleit de Reddingsbrigade voor betaalde krachten „om te voldoen aan alle ontwikkelingen”. Bazuin laat zich er niet over uit. Hij zegt: „Het geeft enorme voldoening als je een kind redt.” Hij vertelt ook: „Vroeger kwam er nog weleens iemand een taart brengen of een krat bier, als je ze uit zee had gehaald. Dat gebeurt niet meer. Het zou wel eens leuk zijn als iemand een schouderklopje kwam geven.”