Opinie

Waar blijft de House of Cards over de zorg?

Emma Bruns

Het is zaterdagochtend vroeg. Mijn uitzicht bestaat uit leeg asfalt: een uitstekende vrijplaats voor de mijmering. Nog even, voordat mijn dienst in het ziekenhuis begint en ik een dag lang gegijzeld zal worden door een eindeloze stroom aan vragen over de morfinepillen van meneer T., de controlefoto van mevrouw A. en meneer J.’s misselijkheid.

Razend over het wegdek verbeeld ik me elders te zijn. Terwijl grijze luchten als een voorbode van mijn werkdag opdoemen, klinken dichtbij de eerste noten van een van mijn lievelingsnummers: ‘Études No.9’ van Philip Glass, gespeeld door de IJslandse pianist Vikingur Ólafsson. Het ritme en de onheilspellende melodie maken me voor even regisseur. Ik waan me in de openingsscène van mijn eigen Netflix-serie. Zo een waarvan je nooit maar één aflevering kan kijken.

Ziekenhuizen in series zijn helaas vaak het decor bij mannelijke helden in witte jassen die verpleegkundigen laten zwijmelen. De werkelijke misstanden in de zorg lijken veroordeeld tot de saaiheid van de non-fictie. Zo schreef de Amerikaanse cardioloog Eric Topol afgelopen maand in The New Yorker het artikel: Why Doctors Should Organize. Hij stelt dat de plicht van artsen om te zorgen verder reikt dan het ziekenhuisbed; ze zouden zich ook in het maatschappelijke debat moeten mengen. Patiënten in ziekenhuizen zijn namelijk zowel in Amerika als in Nederland een afspiegeling van maatschappelijke problemen. We hebben uitdijende lijven als gevolg van goedkoop en ongezond voedsel. Hoesterige longen als prijs voor de lastig te temmen tabaksbedrijven. Om nog maar te zwijgen van de stille terreur van eenzaamheid en depressie of de ongebreidelde verstrekking van opiaten. Topol pleit voor meer spandoeken en minder stethoscopen.

Ik twijfel aan zijn strategie. Patiënten zijn namelijk net mensen. Zeker als je pijn hebt, of je zorgen maakt om een zieke dierbare, zijn beslissingen doorspekt met emotionele drijfveren. De rationele mens bestaat niet in de economie, toonde Daniel Kahneman aan. Hij is er evenmin in de spreekkamer. Toch worden artsen opgeleid met de gedachte dat de feiten het allerbelangrijkst zijn. We proberen te werken volgens protocollen die gebaseerd zijn op gerandomiseerd onderzoek.

Aan het bed en in de spreekkamer stort ik dag in dag uit bergen feitelijke informatie over patiënten uit. Ik vertel iemand met galstenen dat het verstandig is om niet te vet te eten, ik adviseer om niet te veel morfine te gebruiken omdat je er verslaafd aan kan raken. De weinigen die feilloos doorhebben dat het de meeste patiënten echter meer te doen is om angsten, zorgen en andere emoties dan louter om feiten, zijn vaak de verpleegkundigen. Zouden we er dus niet beter aan doen van die emoties gebruik te maken?

Ik kijk meer naar Netflix dan naar Kamerdebatten. En niet alleen ter ontspanning. De afgelopen jaren hebben goede series me vaak inzicht in maatschappelijke problemen en menselijk gedrag gegeven. Meer dan welke politicus dan ook. Maar waar is de House of Cards over de zorg? Dus geen Grey’s Anatomy met een chirurg in een bezemkast, maar een bloedstollende serie met realistische dilemma’s, waarbij de macht van de grote farmaceutische bedrijven tegenover een kind met kanker staan, zorgverzekeraars en ziekenhuisbestuurders hun dubieuze belangen nastreven, en er hartverscheurende keuzes gemaakt moeten worden tussen onderzoek naar een zeldzame ziekte of goede begeleiding voor demente ouderen. Daar zou de zorg meer van opknappen dan van stakende artsen.

Ik parkeer op het nog uitgestorven terrein. De laatste noten vallen weg. Misschien voor m’n volgende dienst Quentin Tarantino maar eens vragen. Once Upon a Time… in the Hospital. Januari 2022 te zien op Netflix.

Emma Bruns is arts-onderzoeker en chirurg in opleiding. Ze vervangt twee weken Paul Scheffer.