Tim Reuser (hier in actie op het NK) miste op het WK olympische kwalificatie.

NKBV/Zout Fotografie

Sportklimmer Tim Reuser: ‘Ik sta niet op eenzame hoogte’

Sportklimmen Tim Reuser (25) is de enige Nederlandse sportklimmer die zich kan kwalificeren voor de Olympische Spelen. „Het is een studentensport.”

Als je opgroeit in een van de vlakste landen ter wereld, is sportklimmen niet de eerste sport waar je als kind verknocht aan raakt. Op 13-jarige leeftijd ging Tim Reuser met een vriendje mee naar een klimhal in Rotterdam. Hij viel op, de trainer belde zijn ouders dezelfde dag nog op. „Of ik niet vaker moest komen klimmen. Hij zag dat ik talent had. Ik vond het fantastisch, een paar dagen later hing ik weer aan de muur.”

Twaalf jaar na die eerste keer in een klimhal, probeert de 25-jarige Reuser een ticket te bemachtigen voor de Olympische Spelen van Tokio 2020. Sportklimmen staat volgend jaar voor het eerst op het olympisch programma. Er zal in Japan bij zowel de mannen als de vrouwen, door slechts twintig klimmers worden gestreden om één gouden medaille. Terwijl de klimsport juist bestaat uit verschillende disciplines, die in meer of mindere mate van elkaar afwijken.

Bij de Spelen wordt het algemeen klassement bepaald over drie onderdelen: boulderen, lead en speed. Het is een compromis van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) omdat de Russen goed zijn in speed, de Fransen in lead en de Japanners in boulderen. Maar geen enkele klimsporter blinkt uit op alle onderdelen.

Ook Tim Reuser niet. Hij doet in boulderen en lead al jaren mee, maar op het speedonderdeel moet hij nog veel tijd zien te winnen. Bij het wereldkampioenschap afgelopen week in Tokio beklom hij de vijftien meter hoge muur in 8,026 seconden en werd daarmee 64ste. De wereldkampioen was ruim twee seconden sneller. Bij het onderdeel lead werd Reuser elfde, bij het boulderen 45ste. Daarmee eindigde de Rotterdammer ver buiten de topzeven en greep hij naast een olympisch ticket.

Niet op eenzame hoogte

Reuser is de enige Nederlander die kans heeft om op de Olympische Spelen uit te komen in de nieuwe discipline. „Ik kan in het boulderen én lead goed uit de voeten. Daardoor ben ik de enige die überhaupt mee kan doen op meerdere onderdelen”, legt hij uit via de telefoon vanaf een hotelkamer in de Japanse hoofdstad. „Maar het is niet dat ik in Nederland op eenzame hoogte sta.”

Dat er nauwelijks Nederlandse klimmers kans maken op olympische kwalificatie, heeft ook te maken met de situatie in Nederland. Wie een blik werpt op de kaart, ziet dat klimhallen zich voornamelijk bevinden rond studentensteden als Leiden, Delft, Wageningen, Groningen en Maastricht.

„Klimmen is een echte studentensport aan het worden”, zegt Reuser. „Maar die groep begint vaak net te laat om het nog als topsport te kunnen gaan bedrijven.” Volgens een woordvoerder van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) is de sport populair onder studenten omdat het een goed alternatief zou zijn voor de sportschool.

De Nederlandse klimsport was nog nooit zo groot. Was er in 2008 slechts één boulderhal, nu zijn dat er achtentwintig. De NKBV heeft inmiddels ruim 65.000 leden.

25 uur aan een klimwand

Uitblinken in een studentensport, dat is dus wat Reuser doet. Al is klimmen voor hem die status allang ontstegen. Sinds hij vorig jaar zijn studie productwerp aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam afrondde, hangt hij zo’n 25 uur per week aan een klimwand. „Dat wil niet zeggen dat ik ook beter word. Klimmen draait niet alleen om fit en sterk zijn, het is ook mentaal; één misstap en je glijdt zo naar beneden.”

De afgelopen maanden was Reuser verbaasd „dat het allemaal toch wel lukt”. Toen in de zomer van 2016 bekend werd dat sportklimmen in 2020 olympisch zou worden, durfde hij nog niet eens te dromen van Tokio. „Ik dacht: de Olympische Spelen zijn cool, maar dat haal ik tóch niet. Dat is niet voor mij weggelegd.”

Ondanks dat hij zich op het WK in Tokio nog niet wist te kwalificeren , is plaatsing nog altijd mogelijk. Eind november moet het gebeuren, bij het olympisch kwalificatietoernooi in de Franse stad Toulouse, waar nog zes plekken worden vergeven.