Opinie

Sociale woningbouw krijgt geen lucht meer

Wonen Via regels en afdrachten maakt het Rijk de sociale huursector, waarin eenderde van de Nederlanders woont, kapot, schrijven .

Woningbouw in Pijnacker
Woningbouw in Pijnacker Foto Lex van Lieshout/ANP

Aedes, de vereniging van woningcorporaties, verwacht dat de helft van alle kleine woningcorporaties binnen nu en vijf jaar verdwijnt. Dat „zal leiden tot huurstijgingen en op termijn tot een tekort aan sociale huurwoningen”, aldus de vereniging vorige maand in Het Financieele Dagblad. De corporaties ervaren regelzucht en afroming door de Rijksoverheid, die mogelijk de héle sociale huursector om zeep kan helpen.

Wat is er aan de hand? Nog niet zo lang geleden werd het imago van de woningcorporaties door een reeks incidenten besmeurd. Wangedrag van bestuurders (trefwoord: Maserati), financiële debacles en fraudezaken leidden tot een parlementaire enquête, die in 2015 op haar beurt weer leidde tot de Nieuwe Woningwet, die bepaalt dat corporaties zich alleen gingen wijden aan de sociale sector. Vanuit het perspectief van overheid en samenleving heel navolgbaar.

Eigenlijk is het pas daarna mis gegaan, in de uitvoering van wat die wet beoogt. Een niet te stuiten stroom aan regelgeving en administratieve lastendruk sijpelde de sector binnen. Want het ministerie met de nieuwe Autoriteit Woningcorporaties in zijn kielzog, zoekt krampachtig houvast door regels en controles te stapelen in een wereld die eigenlijk eenvoudig is, maar juist door die regelgeving zelf nu steeds complexer wordt.

Het gaat niet alleen om risico’s verkleinen; steeds vaker bepaalt Den Haag ook onze lokale werkwijze, bijvoorbeeld hoe corporaties woningen moeten toewijzen.

Lees ook: Corporaties willen of kunnen niet meer

Hierdoor stegen onze niet-beïnvloedbare bedrijfslasten in vijf jaar met ruim 75 procent. Een bestuurder van een kleine corporatie is nu dagelijks in de weer met het op orde houden van reglementen en statuten, gedetailleerde verantwoording naar diverse toezichthouders, regeltjes en spreadsheets, en vooral veel vinkjes zetten. Een grotere corporatie kan daartoe nog iets makkelijker extra mensen aannemen, hoewel dat ook daar extra geld kost. Geld dat niet meer wordt besteed aan volkshuisvesting.

Peanuts

Maar het is peanuts vergeleken bij de stijgende lastendruk: de snel oplopende zogeheten ‘verhuurderheffing’ (een corporatie met 2.000 woningen betaalde in 2013 nog 45.000 euro, nu 1,5 miljoen), toegenomen belastingdruk (vennootschapsbelasting terwijl corporaties stichtingen zijn zonder winstoogmerk), en recent een belasting uit Brussel die is gericht op belastingontwijkende multinationals, het zogeheten Anti Tax Avoidance Directive (ATAD). Deze wordt in bijvoorbeeld Frankrijk wel maar in Nederland niet door het Rijk gerepareerd op negatieve en onbedoelde effecten voor sociale huisvesting.

Zo verdwijnen inmiddels drie van de twaalf maanden huuropbrengst linea recta naar de Algemene Middelen van de Rijksoverheid. Voor de sector totaal loopt dat op richting vier miljard euro per jaar. Onze huurders, mensen met een smalle beurs, zien daar nul euro van terug. Dit maakt de taken die diezelfde Rijksoverheid bij de corporaties neerlegt, steeds minder haalbaar: nieuwbouw, verduurzaming en betaalbare huren.

Lees ook: Iedereen heeft schuld aan de schandalen bij de corporaties

Ondertussen zien we ook bewegingen in het rijksbeleid die de middeninkomens de huursector uitjagen, zie bijvoorbeeld het nieuwe wetsvoorstel Huur en inkomensgrenzen. Deze mensen kunnen doorgaans geen particuliere huur of koop betalen, dus die stuur je het bos in. Terwijl juist de middeninkomens zorgen voor differentiatie in wijken met veel corporatiebezit, en zo segregatie tegenhouden.

Maatschappelijke waarde

Als platform Middelgrote en Kleine Woningcorporaties (MKW), vertegenwoordigen bijna eenderde deel van alle woningcorporaties, met elk tussen 500 en 5.000 woningen. Over onze maatschappelijke toegevoegde waarde is lokaal nooit discussie. Gemeenten en andere maatschappelijke partners prijzen ons omdat we middenin de samenleving staan en hard meewerken aan leefbare buurten. Mede omdát we klein zijn, kennen we onze wijken en bewoners op ons duimpje. Door de korte lijnen werken we praktisch, snel en oplossingsgericht. De ‘Kracht van Klein’ wordt lokaal breed erkend.

Alle corporaties, groot en klein, willen hun werk goed doen. Maar de door het Rijk gewenste nieuwbouw, verduurzaming, betaalbare huren en leefbare wijken, kunnen we alleen realiseren als datzelfde Rijk bereid is tot een aantal maatregelen.

Ten eerste een verlaging van de administratieve lastendruk; ten tweede het omzetten van de verhuurdersheffing naar een investeringsverplichting voor verduurzaming, verbouw en nieuwbouw binnen de huursector; ten derde de vermogensbelasting voor de corporaties af te schaffen (we zijn geen winstgevende bedrijven); ten vierde de ATAD te repareren omdat we geen multinationals zijn; en ten vijfde de corporaties zelf het huurbeleid voor hun middeninkomens te laten bepalen, afhankelijk van de lokale woningmarkt.

Zo niet, dan wordt het kostbare maatschappelijk goed van een brede en gevarieerde sociale huursector, die een thuis biedt aan ruim eenderde van alle Nederlanders, onherstelbaar kapot gemaakt.

Het is als met het weer: als je alleen het weerbericht van morgen bekijkt, zie je nooit dat zich een onomkeerbare klimaatverandering voltrekt. En als we straks in, pakweg, 2025-2030 terugkijken op de ontwikkelingen in de sociale huursector, dan toont waarschijnlijk de periode 2010-2020 een fatale beweging van marginalisering en segregatie. Dat wil toch niemand?

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.