Isabelle Huppert speelt de laatste uren uit het leven van koningin Mary Stuart.

Foto Lucie Jansch

Isabelle Huppert: ‘Je ziet mij en je ziet mijn kop al rollen’

Cultuur op komst | interview In het toneelstuk ‘Mary Said What She Said’ speelt Isabelle Huppert de gedoemde Mary Stuart. De voorstelling is als een hallucinatie. „Het is net alsof we in je hersens zitten.”

Isabelle Huppert is onze afspraak vergeten. Geeft niet. Ik wacht graag op deze krankzinnig goeie actrice. Altijd is ze op haar best, in goeie films en in de onbenulligste films. En ook op het toneel is ze in haar element. Gisteravond zag ik haar in het Théâtre de la Ville in haar eentje het podium beheersen als koningin Mary Stuart (1542-1587) in Mary Said What She Said. Haar gedoemde ‘Queen of Scots’ is energiek als een meisje en sexy als een rijpe vrouw. Ze zit al jaren vast op een afgelegen kasteel, in opdracht van Elizabeth I van Engeland.

Dit zijn haar laatste uren, straks zal haar kop rollen.

Daar is ze dan, Isabelle Huppert, op een holletje. „Désolée, désolée. Ik zat aan de andere kant van Parijs, de taxi deed er eeuwen over.”

Ze ziet bleek en is petite. Geen make-up, ruimvallend wit T-shirt. Dat uiterlijk, Huppert (1953) zit er zo te zien niet mee.

„Waar komt u vandaan?” Uit Amsterdam. „O ja, daar speel ik in september.” Ze somt haar tournee op, ze kent de route uit haar hoofd: „Na Parijs staan we in Lissabon, dan in Barcelona, in Hamburg, Amsterdam, Florence, Lyon – dat is de enige Franse stad. Volgend jaar gaan we naar Edinburgh en hopelijk naar New York.”

Ze zit. De ober is langs geweest. „Vraag maar.”

Lees ook het profiel: De grenzeloze virtuositeit van Isabelle Huppert

Om met het einde te beginnen, wat waren dat voor buigingen? Heel diep met uw hoofd op uw knieën. Dan met een sprongetje de coulissen in. We zagen eindelijk uw schoen. Eéntje.

„Oh, mijn schoen voor het eerst, dat wist ik niet. Perfect! Ik houd van springen, dat om te beginnen. En dit is mijn grapje over de révérence. Zo zeg ik: rustig, publiek, relax, het was spel.”

Met die buiging springt Mary haar leven uit.

„Ja, dat doet ze. En ook uit het mijne.”

Het stuk is een georganiseerde stortvloed van zinnen en gedachten. Ik vrees dat ik lang niet alles verstond.

„De Fransen ook niet, hoor. Alles verstaan is niet nodig, vindt Bob [regisseur Robert Wilson, red.]. Hij vormt en schept de stem van de acteur als een beeldhouwer: heel luid, heel zacht, snel, langzaam…”

Hoe ging dat? Regisseerde hij woord voor woord?

„Nee hoor. Hij dirigeerde mijn stem zoals je een muziekstuk dirigeert. ‘Meer ruimte’, zei hij, of ‘rustig’. Of ‘veilig’. Of ‘intiem’. Intimiteit en afstand zijn de basis van deze voorstelling. Van al zijn voorstellingen, trouwens.”

Hoe besprak u dat?

„Met Bob Wilson bespreek ik nooit iets. Die laat alleen maar zien. Dit is de derde keer dat ik met hem werk. De eerste keer was Orlando [in 1993, naar de roman van Virginia Woolf]. Toen deden we Quartett van Heiner Müller [in 2006]. En nu Mary. We raakten innig bevriend en ik was al meteen een liefhebber van zijn manier van theater maken. Die is uitermate lichamelijk. Niet psychologisch, daar hebben we het nooit over.”

Isabelle Huppert als Mary Stuart.

Foto Lucie Jansch

De hele voorstelling ontrolt zich langzaam en precies, met welk effect?

„Geen idee. Alles is volledig door Bob uitgedacht, maar ook hij weet niet waarom, volgens mij. Ik stel hem nooit vragen, ik doe het gewoon. Ik snap het doel, dat is een geheim. We zijn een hallucinatie. Het is net of we in je hersens zitten.” Omdat Huppert wil laten zien hoe mooi Mary was, bekijken we op de iPad de portretten die de zoekmachine opsomt. „Kijk eens naar dit portret. Adembenemend. En hier is ze precies Saoirse Ronan, de filmactrice.” Huppert verbaast zich over de gelijkenis. „Zag u haar als Mary in de film Mary Queen of Scots? Mooie film! Ze kwam vorige week naar mijn voorstelling.” Nu zien we een dubbelportret van Mary met Elizabeth I van Engeland. „Fake. Ze hebben elkaar nooit ontmoet, maar heb je het over de één dan heb je het over de ander. En Elizabeth komt er altijd beter af: ‘the virgin queen’ en zo veel serieuzer dan Mary. Mary was altijd verliefd. En ze was een romantica. De eerste zin die ik zeg als er licht op mijn gezicht valt, is: ‘Waarom is mijn ziel zo onwreed terwijl ik in mijn leven zo wreed ben geweest?’ En ja, dat was ze. Haar tweede echtgenoot werd vermoord door haar derde en vermoedelijk was ze medeplichtig, al zullen we nooit weten hoe schuldig ze was. We weten zo weinig.”

U speelt haar, u zult een idee daarover ontwikkeld hebben.

„Nee. Ik speel nauwelijks Mary als persoon, ik speel meer haar toestand. Grappig, droef, dominant, wanhopig. Ik maak geen contact met de zaal, ik kijk naar binnen. Wat Mary zegt, vertelt ze aan zichzelf. Darryl Pinckney, de auteur van dit stuk, baseerde zich op haar brieven en memoires. Soms kon hij haar woorden letterlijk overnemen, ze was een goeie schrijver. Geen wonder: ze zat 18 jaar gevangen. Wat ga je doen? Je schrijft. Wat ik van haar weet, deed ik op toen ik haar in Londen speelde, in het stuk van Friedrich Schiller, Maria Stuart [1996]. Toen las ik de biografie van Stefan Zweig. En dat andere prachtige boek over haar, van Antonia Fraser, de vrouw van Harold Pinter.”

Isabelle Huppert als Mary Stuart.

Foto Lucie Jansch

Uw japon is zo goed. Met die hoge kraag boven uw naakte schouders zweeft Mary’s hoofd zo ongeveer los.

„Ja, je ziet me en je ziet mijn kop al rollen. De kostuumontwerper kwam ermee, er werd verder niet over gesproken. Alleen wilde Bob de pofmouwen groter. Dat verhaal van die executie is zo…” Huppert trekt een walgend gezicht zoals alleen zij dat kan. Ze vervolgt: „We weten dat de beul een paar keer mis sloeg. Weerzinwekkend. Volgens de legende bleef haar lichaam bewegen nadat haar hoofd was afgehakt. En dat is mogelijk, dat gebeurt soms. Maar bij haar kwam het doordat ze een van haar schoothondjes onder haar rokken had verstopt.”

U bent de eerste 25 minuten een sprekend silhouet.

„Soms weet het publiek niet eens of ik met mijn voorkant of met mijn achterkant naar de zaal toe sta. En toch blijven de mensen geïntrigeerd. Nee, zo moeilijk is dat niet, dat speel ik klaar door overal in mijn lichaam spanning te houden. In de rest van het stuk houd ik die spanning vast, maar dan grom ik, giechel ik en trek ik bekken. Ik ga ver in Mary’s afkeer van Elizabeth. Herhaal ik iets dan kantel ik standaard mijn oogballen, klik-klik-klik.” Ze doet het voor. Het is of ze haar ogen naar buiten rolt, even is ze een pop in de Efteling. „Dat heb ik van toen ik Jeanne d’Arc [in 1992] speelde. Ik deed het eens in een repetitie. Bob zei: ja, houd dat erin. Hij brengt vaak mens en beest samen. Altijd verwijst hij naar dieren en naar monsters.”

Meer voorstellingen om naar uit te kijken in de NRC Cultuuragenda: de culturele hoogtepunten van komend najaar

Hij knalt uw gezicht plotseling in groen licht. Een horror-moment.

„En precies daarom houd ik van zijn werk. Hij is tegelijk volslagen abstract en ongekend concreet. Bob is geen typische toneelstukkenregisseur, hij is een formalist. Ik niet. Ik ben geen formalist, ik ben niks. Ik ben gewoon de actrice. En ik ben altijd volledig mijzelf.”

In uw films zal dat anders liggen.

„Nee hoor, dat is precies hetzelfde.”

Deze hele voorstelling lijkt een schaakspel. Vol kleine bewegingen met grote betekenissen.

„Daar zit iets in. Ik zie het als een hofdans. Zelfs als ik heel langzaam beweeg zijn het danspassen. Mary hield van dansen.”

Ze zegt: „Elle dansait seule – la tragédie d’une femme…”

…qui n’a pas besoin d’un partenaire”, vult Huppert aan. Ze herhaalt het citaat een paar keer, zachtjes, harder, monotoon, smartelijk. Tot de woorden mechanisch uit haar mond vallen. Ze zegt: „De vrouw die geen partner nodig heeft – zo ziet ze zichzelf, terwijl ze in werkelijkheid de minnares van verschillende mannen was. Maar zo wil ze herinnerd worden.”

Nu gaat Isabelle Huppert naar huis, een dutje doen. „Dat doe ik elke middag. Mary is een gelijkmatige voorstelling en hij gaat altijd goed. Maar hij is zwaar. Wat gaat u nu doen? Naar Centre Pompidou voor Dora Maar? U heeft gelijk. Ik wilde dat ik ook kon, maar ik red het niet, die tentoonstelling is er maar twee maanden, belachelijk kort. Ik las een interessant artikel over haar, ze was aan het eind van haar leven niet erg aardig.”

Zou ik ook niet zijn als ik met Picasso ging.

„Inderdaad. Zo is dat.”