Geen windmolen meer in de provincie zonder draagvlak

Klimaatplannen Gelderland wil voorop lopen, Limburg is terughoudend. Nu alle provincies hun klimaatambities hebben uitgesproken, is het tijd voor de volgende stap: „De confrontatie in de regio wordt spannend.”

Zonnepanelen op het dak van het distributiecentrum van Wehkamp in Zwolle. Foto Paul Raats
Zonnepanelen op het dak van het distributiecentrum van Wehkamp in Zwolle.

Foto Paul Raats

Aan groene ambities ontbreekt het bij de provincies niet. Neem Gelderland. Het nieuwe provinciebestuur wil voorop lopen bij het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen in 2030. In heel Nederland ligt de doelstelling op 49 procent minder CO2, maar van Hattemmerbroek tot Groesbeek ligt dat streven op 55 procent.

Verder wil de provincie zelf het goede voorbeeld geven door „als organisatie” in 2030 klimaatneutraal te zijn. Over minder dan 11 jaar stoot de provincie zelf dus geen CO2 meer uit als het provinciehuis wordt verwarmd of inspectiediensten de straat op gaan – als de plannen van de brede Gelderse coalitie tenminste slagen. Daarin zitten linkse partijen (GroenLinks, PvdA en ChristenUnie) én rechtse partijen (VVD, CDA, SGP) .

Nieuw „bosbeleid” maakt een einde aan de afname van Gelderse bomen, terwijl boeren die op kringlooplandbouw overgaan op subsidie kunnen rekenen.

In de meeste provinciale coalitieakkoorden die sinds de verkiezingen in maart werden gesloten speelt klimaatbeleid een belangrijke rol, ook in Zuid-Holland waar dinsdag het laatste akkoord werd gepresenteerd. In Noord-Holland is het motto zelfs ‘Duurzaam doorpakken’, bij de buren heet het akkoord ‘Nieuwe energie voor Utrecht’.

Limburg heeft een ‘grijs akkoord’

Maar niet in alle twaalf provincies hebben de vers benoemde gedeputeerden hoogdravende, groene ambities. Neem Limburg dat in zijn coalitieakkoord een duidelijk voorbehoud op het landelijke klimaatakkoord maakt. De provincie komt zijn „wettelijke plichten en gemaakte bestuursafspraken” weliswaar na, maar het definitieve Klimaatakkoord wordt gewogen „op basis van de eerder gestelde beoordelingscriteria”. En die zijn „haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak”.

Limburg heeft een van de meest ‘grijze’ akkoorden, volgens een analyse van de duurzaamheidsambities van de provincies in opdracht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie: er staan minder concrete groene plannen in dan in andere provincieakkoorden. De verschillen tussen provincies zijn groot: waar Utrecht het openbaar vervoer in 2028 bijvoorbeeld volledig emissievrij wil laten zijn, zijn andere provincies minder concreet en dromen ze vooral van toekomstige technologische mogelijkheden. Zo steunt Zuid-Holland innovaties op het gebied van „ultradiepe geothermie, waterstof en getijdenenergie”.

Nu alle coalitieakkoorden zijn gesloten, is de vraag of provincies de gangmaker of de remparachute van de energietransitie worden. Over ruim tien jaar moet volgens het klimaatakkoord 70 procent van de stroom duurzaam worden opgewekt; dat gebeurt door windmolens op zee (49 terrawattuur) en door windmolens en zonnepanelen op land (35 terrawattuur).

Volgens Ed Nijpels, de regisseur van het Klimaatakkoord, is de speelruimte voor provinciebesturen beperkt. „Zo’n voorbehoud als Limburg maakt gaat niet op, want de provincies hebben zich allemaal aan het klimaatbeleid gecommitteerd”, zegt hij. „Zij erkennen niet alleen de ernst van de situatie, maar scharen zich ook achter het landelijke doel: een CO2-reductie van 49 procent.” Nijpels ziet wel een zware taak voor de provincies de komende jaren: nu moeten ze in samenspraak met gemeentes en waterschappen concreet worden. Welke regio’s gaan met warmtenetten aan de slag? Komen er nieuwe windmolens? Komen er zonneparken op weidegrond?

Klimaatsceptische partij

Dat Limburg een voorbehoud maakt bij het klimaatbeleid is niet zo verrassend, want alleen in Maastricht werd de landelijke verkiezingswinst van Forum voor Democratie beloond met de benoeming van een gedeputeerde. In de rest van Nederland is de klimaatsceptische partij van Thierry Baudet, in de woorden van Ed Nijpels, „vakkundig buiten de deur gehouden”.

Gouverneur Theo Bovens van de provincie Limburg benadrukt dat alle provinciale parlementen – de twaalf nieuw verkozen Provinciale Staten – zich de komende weken buigen over het Klimaatakkoord. In november komen de provincies binnen het provinciaal overleg IPO tot een definitieve beslissing over het akkoord, zegt Bovens die zelf als vertegenwoordiger van het IPO in het klimaatberaad met Nijpels zat. „Het is belangrijk dat je de regionale overheden aan boord houdt. Want anders dan bij de milieuorganisaties of de ANWB moeten wij ook daadwerkelijk voor de locaties voor windmolens en zonnepanelen zorgen.”

Hij vindt de behandeling van het klimaatakkoord in de verschillende Provinciale Staten dan ook geen gelopen race. „Ik kan geen inschatting geven hoe dat politiek wordt geapprecieerd. De provincies zijn ambitieus, ik ben niet pessimistisch. Maar de confrontatie in de regio wordt een spannend proces. We hebben geleerd van de aanleg van windmolenparken dat je zonder draagvlak niet moet bouwen. Vaak heeft wind op land bij de provinciebesturen niet meer de voorkeur.”

‘Niet van bovenaf doordrukken’

Forum zit amper in het provinciale bestuur, maar daarmee is het verzet tegen de energietransitie niet verdwenen. Diverse provinciebesturen stuitten de afgelopen jaren zelfs op bedreigingen bij het neerzetten van windmolens, een uitvloeisel van de afspraken uit het Energieakkoord van 2013 over duurzame energie. „Je moet dit niet van bovenaf doordrukken,” leerde Tjisse Stelpstra de afgelopen jaren als gedeputeerde voor de ChristenUnie in de provincie Drenthe. Hij werd in 2018 op posters afgebeeld als ‘beul’ met een nazi-hoed vanwege de plannen voor windmolenparken. Stelpstra, nu weer gedeputeerde voor Drenthe, is niet voorzichtiger geworden als het om klimaatplannen gaat, zegt hij. „Ik blijf redelijk gedreven.”

Hoogleraar Jan Rotmans was kritisch over fde haalbaarheid van het klimaatakkoord. Lees het interview ‘Ik heb al zeventig weddenschappen gewonnen omdat klimaatdoelen nooit worden gehaald’

Hij zat zelf namens de provincies aan een van de klimaattafels van het klimaatakkoord. Stelpstra zoekt de oplossing net als andere provinciebesturen in inspraak én profijt voor omwonenden. „Als het even kan moeten burgers financieel kunnen participeren in duurzame energie. Zodat mensen niet alleen de lasten ervaren maar er ook lusten tegenover staan.”

Toch is weerstand onder burgers niet Stelpstra’s grootste probleem, zegt hij. Dat is de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnetwerk in Drenthe. Er zijn bedrijven die zonnepanelen hebben ingekocht voor op hun daken, subsidie hebben gekregen maar de capaciteit voor aansluiting op het netwerk ontbreekt. „Dat is niet goed voor het draagvlak.”

Als de provincies instemmen met het klimaatakkoord hebben ze vervolgens anderhalf jaar de tijd om te kijken op welke plaatsen de duurzame energie, met name wind en zon, wordt opgewekt.

In 2013 moest voor 6.000 megawatt aan windenergie op land worden verdeeld, en de afspraak was dat de molens in 2020 zouden draaien. Die 6.000 megawatt was eind vorig jaar voor iets meer dan de helft gerealiseerd en in 2020 is hoogstens 80 procent van de doelstelling gehaald.

De opgave die nu in het klimaatakkoord staat is veel groter. Bovens: „Veel is nu nog abstract. We hebben bijvoorbeeld nog geen idee wat de uitvoeringskosten voor de provincies gaan worden. De groene ambities en plannen zijn nu nog vooral papier.”