Erik van Muiswinkel als Drs. P

Foto CurlyandStraight

Erik van Muiswinkel: Drs. P wilde vermaken met zwartgalligheid

Cultuur op komst | interview Erik van Muiswinkel wilde altijd al een voorstelling maken over Drs. P. In het jaar dat die 100 zou zijn geworden, vertolkt Van Muiswinkel nu zijn liedjes. „Ik wilde net als ieder ander weten: wie was hij nou echt?”

Een dunne, krakerige stem, puntige uitspraak, deftige woordkeus, enorme bril, grijze driedelige pakken en houterige bewegingen: Drs. P was uniek. Zijn liedjes in strakke rijmschema’s, vol morbide vondsten, zijn soms al vijftig jaar oud, en nog steeds legendarisch. Zijn bekendste nummer is ‘Dodenrit’, waarin hij zingt over een familie die door hongerige wolven achterna wordt gezeten. Welke kinderen moeten overboord? Opgewekt vertelt hij hoe hij zijn zonen en dochters aan de hapgrage beesten voert.

De zwartgallige humor typeert Drs. P, oftewel Heinz Hermann Polzer, zegt Erik van Muiswinkel. „Omdat hij het verhaal op rijm vertelt in zulk net taalgebruik, wordt het zo ontzettend geestig.” Van Muiswinkel gaat in september met een voorstelling over de liedjesschrijver het theater in. De cabaretier leerde Drs.P kennen toen hij elf jaar was. „Ik kreeg een elpee cadeau nadat ik mijn eerste voorstelling op onze sportclub had gegeven. Daarop stonden verschillende artiesten en opeens, halverwege allerlei slappigheid, klonk het liedje ‘Trapportaal’ van Drs. P. Ik had nog nooit van de man gehoord, in die tijd waren er maar twee netten en was hij sporadisch op tv. Ik was totaal perplex van de stem en de rare, krakerige begeleiding. Maar die teksten waren zo geestig.”

Erik van Muiswinkel als Drs. P

Foto CurlyandStraight

Zijn liedjes zijn dichtgetimmerd met binnenrijm, taalvondsten, strakke metrums en rijmschema’s. „Hij deed daar geen concessies in, het was een ouderwetse vorm van vakmanschap. Maar zijn performance vond hij dan weer niet zo belangrijk. Hij bekommerde zich op geen enkele manier om de professionaliteit van zijn uitvoeringen. Goed licht, goed microfoongebruik, het zorgvuldig opbouwen van een voorstelling: hij had eigenlijk een bloedhekel aan alles wat je professioneel zou noemen. Het kon hem niet amateuristisch genoeg zijn. En dat dan in combinatie met dat rare voorkomen. Het was een volstrekt origineel talent.”

Zijn liedjes zijn met dat authentieke imago verbonden, zegt Van Muiswinkel. „Terwijl het ook zonder Drs. P goede liedjes zijn. In mijn voorstelling vraag ik me af bij ‘Het land is moe’: wat als Jacques Brel dit had gezongen? Vervolgens zing ik het lied op zijn Brels. Dan wordt het een totaal ander nummer. Vlammend, vurig, een echt kleinkunstlied.”

Wie ben je nou echt?

Van Muiswinkel hield van de absurdistische, zwartgallige kant van Drs. P. Tegelijk sluimerde bij hem, zoals bij velen, de vraag: wie ben je nou echt? „Zijn liedjes waren altijd beschouwend, persoonlijke zaken en emoties deelde hij nooit. Hij kreeg daar vaak vragen over, interviewers probeerden hem bijna altijd aan de praat te krijgen over zijn leven. Dat ging ongelooflijk moeilijk. Polzer vertelde precies wat hij wilde zeggen en liet zich niet graag kennen. Interviewers trapten er ook altijd in om hem zo welbespraakt te quoten. Vaak stond bij het stuk een foto van een man met een sigaar in zijn mond die verstopt was achter dikke rookwolken. De symboliek lag er te dik bovenop. Hij wist heel goed wat zijn imago was en speelde daarmee.”

Lees meer over Drs. P in de necrologie uit 2015: Trioletten, villanelles en sonnetten

Van Muiswinkel las boeken, interviews en sprak met mensen die dichtbij Drs. P hadden gestaan, om toch een completer beeld te krijgen. „Maar ik begreep door die gesprekken dat hij echt zo was. Polzer kon niet los komen, zichzelf laten gaan, met zijn binnenwereld naar buiten treden. Dat was zijn probleem. Hij leidde een tamelijk opgesloten leven in zijn eigen act die geen act was. Hij was zelfs opgesloten in zijn huis. Zijn echtgenote was een strenge meesteres, ze zorgde ervoor dat hij zorgvuldig in haar buurt bleef. Ze waren dol op elkaar en hadden samen waarschijnlijk wel een goed huwelijk, maar hij was de tweede helft van zijn leven gekooid. Hij ontspande duidelijk in zijn hoofd. Dag in dag uit schreef hij van zich af.”

Het wereldbeeld van Drs. P was donker. „Hij was een libertijnse en tegelijkertijd conservatieve heer, hij had geen enkele illusie over de menselijke psyche. De mens loog en bedroog en hij wilde geen idealistische moeite doen om dat te veranderen. Hij was geen dominee en wilde niets weten van het idealistische cabaret van de jaren zestig. Waar dat vandaan kwam is gissen natuurlijk. Maar Polzer heeft zes maanden in de oorlog in de strafgevangenis van Scheveningen gezeten, wegens een publicatie in een studentenblad. Hij had een verhaal gemaakt over Dolf en Ben die een pak rammel kregen van oom Sam. Het stukje was natuurlijk een satirische metafoor. NSB’ers hebben hem vermoedelijk aangegeven. Maar Polzer is in Zwitserland geboren en had een Zwitsers paspoort, waardoor hij denk ik fatsoenlijk is behandeld daar. Toch vermoed ik dat hij daar dingen heeft gezien en gehoord die zijn wereldbeeld mede hebben bepaald.”

Meer voorstellingen om naar uit te kijken in de NRC Cultuuragenda: de culturele hoogtepunten van komend najaar

Met die kennis ging Van Muiswinkel naar het repertoire van Polzer kijken. „Met zo’n achtergrond zijn de liedjes juist wel persoonlijk, daaruit blijkt hoe weinig vertrouwen hij had in de mens. Filmregisseur Florian Henckel von Donnersmark (Das Leben der Anderen) zei ooit: echt grote kunst is altijd per definitie strikt biografisch. Hoe je liefhebt, wie je hebt gekend, je levensvisie sijpelt altijd door je werk heen. Bij een werk van Rembrandt kunnen kenners zijn leven met vrouwen, zijn geld, zijn geloof ontdekken. Als je met die bril naar kunst kijkt, is dat heel persoonlijk. Zo kan ik nu kijken naar Polzer.”

Wat zegt het dan over Van Muiswinkel dat hij van het leven van Drs. P een voorstelling maakt? „Eigenlijk verschilt Polzer heel erg van mijzelf. Ik heb niet dat volstrekt authentieke talent, ik wil wel dat een show er goed uitziet, ik ben allicht wat moralistischer, omdat ik geloof dat we niet anders kunnen. Als iedereen alleen maar vrolijk cynisch of nihilistisch zou denken en handelen, schoten we niet veel op. Je hebt ook idealisten nodig.”

Maar, zegt hij ook: „Ik draag Drs. P al veertig jaar met me mee, dus ik heb me natuurlijk afgevraagd: waar zit hij in mij? En ik denk dat mensen daar ook achter komen in mijn voorstelling. Kijk, Polzer was geen dominee, maar hij was dat toch eigenlijk wel. Met zijn strakke regels over taal, zijn vrolijke mantra dat de mens slecht is. Ik lees hem alsof hij zegt: het leven is een gevangenis maar laten we het hierbinnen dan maar zo leuk mogelijk maken. Ondanks alle narigheid op de wereld wilde hij er wat van maken, en heeft hij heel veel mensen vermaakt. Ik herken dat wel in mezelf.”