Opinie

Benoemen

Ellen Deckwitz

Dus ik en mijn zus gingen wat drinken met een vriend die we al een tijdje niet hadden gezien en omdat je het niet alleen over de halfwaardetijd van uranium kan hebben vroegen we hem op een zeker moment maar naar zijn liefdesleven. „Ja, er is iemand”, zei hij blozend, „Ik ben nu twee maanden aan het daten.”

„Wow”, zei mijn zus, „een nieuwe vriendin, gefeliciteerd!”

„Sssssst”, zei hij, angstig om zich heen kijkend of iemand ons had gehoord.

„Wtf”, vroeg ik. „Is ze getrouwd ofzo?”

„Nee”, fluisterde hij, „En het is volgens mij al aan. Ik bedoel het is nog niet officieel maar al mijn vrienden weten het allang. Ik vind het gewoon ingewikkeld om iemand meteen ‘vriendin’ te noemen. Het schept zulke verwachtingen.”

Dat begreep ik. Als je iemand prematuur geliefde noemt, zie je de persoon niet meer, alleen nog wat jullie onderlinge verhouding moet voorstellen. Hoe ouder ik word, hoe minder snel ik iemand geliefde noem. Dat is geen onwil of bindingsangst, maar komt voort uit een soort respect. Als ik om me heen kijk, zie ik dat veel mensen zorgvuldiger omgaan met hun vrienden dan met gloednieuwe geliefdes. Dan er nog maar even geen naam aan geven.

Ik zag dat mijn zus moeite had de redenatie van onze vriend te vatten. Mijn zus is in dit soort dingen veel makkelijker. Die noemt iemand nog voor het eerste drankje op is al verloofde.

„Je bedoelt”, zei ze langzaam, „dat als je iemand te vroeg ‘vriendin’ noemt je een verwachting uitspreekt waardoor je op een gegeven moment de persoon achter de wens uit het oog verliest?”

Onze vriend knikte. „Ik benoem mijn verhouding tot iemand juist zo snel mogelijk”, zei mijn zus na er nog even over te hebben nagedacht, „Niet om die persoon vast te leggen, maar omdat het een belofte is. Van hoe ik me zal gedragen. Dat ik de best mogelijke, meest eerlijke versie van mezelf zal zijn. Iemand geliefde noemen is een intentie.”

„Dat is een mooi idee”, zei onze vriend, „Eigenlijk zou dat zo met elke naam die je iemand geeft moeten gaan. Dat je bij ‘dochter’ belooft de best mogelijke ouder te zijn. En bij ‘leerling’ de meest geweldige leraar. Dat is prachtig!”

„Ken je die dichtregels van Neeltje Maria Min?”, vroeg ik, „‘Noem mij, bevestig mijn bestaan… Voor wie ik liefheb wil ik heten.’ Eigenlijk gaat het er niet om wat jouw naam is, maar welke je aan de ander geeft.”

„Voor wie jou liefheeft, moet je heten”, zei mijn zus. We toostten. De glazen schitterden, de wereld was even vol van zaken die wachtten op benoeming, waardoor de beste versies van onszelf al klaarlagen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.