Zangeres Yola: „Ik heb de langste weg moeten nemen.”

Foto Alysse Gafkjen

Yola: ‘Zwarte artiesten zingen ook country’

Interview De Britse zangeres Yola treedt met haar country-soul op tijdens festival Into The Great Wide Open op Vlieland. „De country-gemeenschap in Nashville voelt als een warme familie.”

Niet alleen rapper Lil Nas X schudt met zijn wereldhit ‘Old Town Road’ de boel op in de countrymuziek. Vanuit een andere hoek drukt ook de Britse zangeres Yola (Yolanda Quartey) haar stempel op het genre met haar fraaie, aan rootsmuziek refererende album Walk Through Fire.

Producer Dan Auerbach, bekend van The Black Keys, legde met de zangeres in Nashville een mooie verbinding tussen country en soul. De rauwe inspiratie ervoor kwam recht uit haar turbulente leven: een arme jeugd, een dakloos bestaan, hoe ze als huurzangeres voor anderen (Massive Attack, Katy Perry) altijd hunkerde naar een eigen plek voor het voetlicht, hoe ze haar stem lang verloor en de huisbrand die ze per ongeluk zelf stichtte en waardoor haar jurk vlam vatte. Niet voor niets heet haar album Walk Through Fire.

Sinds Yola’s album dit voorjaar uitkwam, is haar ster omhoog geschoten. Zo gaat ze op stadiontournee met countrypopster Kacey Musgraves. „Ik ben er erg blij mee”, zegt Yola in een telefonisch interview. Yola brengt dit jaar haar zalvende countrysoul op veel festivals; van het Britse Glastonbury tot grote Amerikaanse festivals als het Americana festival in Nashville. Komend weekend geeft ze in Nederland concerten, bijvoorbeeld op Into The Great Wide Open op Vlieland.

Toekomstsoul

Yola mag een relatief oudere debutante zijn van 35 jaar, nieuw in de muziekscene is ze beslist niet. Sinds haar achttiende deed ze veel studiowerk en trad op in het funk- en soulcircuit van Bristol en Bath. Als sterk zingende zwarte zangeres bij de verder witte countrysoulband Phantom Limb was Quartey in vele opzichten blikvangend. Na een geestdriftige show op Lowlands in 2012 was ze het gesprek van de dag. „Toekomstsoul”, schreef NRC. Hetzelfde jaar knalde die band echter uiteen. „Een rottijd”, vat Yola samen.

Een succesvolle solo-EP onder de naam Yola Carter werd in 2016 haar zoete wraak. Zeker toen na een optreden op het showcasefestival Americana in Nashville producer Dan Auerbach contact zocht.

Ze zingt al „vanaf het geboortekanaal”, grapt ze graag. Rolmodellen zag ze vroeger in de r&b, „maar mijn stem had altijd iets anders in zich. Mijn palet was breder.”

Door haar zware kindertijd is ze altijd extra gemotiveerd geweest, zegt ze. Haar Ghanese vader verdween op haar tweede jaar uit haar leven. Haar moeder, een verpleegkundige, emigreerde met haar en haar zus uit Barbados naar het Britse Portishead in de hoop op een beter leven. „Mijn moeder vond mijn wens om zangeres te worden een onrealistisch doel voor een kind als ik”, vertelt Yola. „We waren zeer arm. Iets uit passie nastreven was voor haar een onwerkelijk concept. Ik wilde snel op mijzelf wonen en loog over mijn zang-activiteiten.”

De Britse zangeres noemt nu Nashville haar thuis. Ze woont samen met de band Birds of Chicago in het huis van roots-muzikante Rhiannon Giddens. „Het voelt er warm, als familie.” Ze merkt dat de country- en americana-gemeenschap openstaat voor haar muziek. Dat ze een zwarte vrouw is in een traditioneel wit muziekgenre is een gegeven, maar meer ook niet. Al lijkt de geschiedenis van zwarte artiesten – Aaron Neville, Ray Charles, Tina Turner (heel vroeg in haar carrière), Charley Pride, Darius Rucker en Petrella Ann Bonner – die in deze muziek succesvol waren vergeten, wat ze betreurt. „Ik zie niet in waarom het een punt zou moeten zijn dat ik als zwarte artieste sterk beïnvloed ben door country. Evenzo is het onzin dat soul enkel door donkere performers zou mogen worden vertolkt. Ja, in mijn muziek zit country verweven, maar ik claim niet dat ik iets nieuws of origineels doe.”

Het enige, onderstreept Yola, wat haar onderscheidend maakt is haar noodzaak te zingen. „Ik heb de langste weg moeten nemen. Dat ik nu mijn eigen verhaal bezing is best wennen. Ik geniet ervan, maar blijf scherp en bevraag mijn team steeds over mijn carrièrepad. Muziek geeft mij rust, maar dit moet een duurzame carrière worden.”