Undercoveractie

Terreurverdachten uit Arnhem konden halve kilo explosieven maken

De zes terreurverdachten die afgelopen september in Arnhem en Weert zijn opgepakt, hadden genoeg kunstmest en chemicaliën om een halve kilo aan explosieven te maken. Dat heeft de officier van justitie maandag bekendgemaakt tijdens een inleidende zitting. Hiermee hadden de mannen een zware explosie kunnen veroorzaken. Volgens het OM wilden zij een aanslag plegen op een festival.

Op de kunstmest zijn dna-sporen van de verdachten gevonden. De politie heeft ook wapens in beslag genomen, maar hierop is geen bruikbaar dna aangetroffen. Volgens de officier van justitie zal het echter niet moeilijk zijn om de wapens aan de verdachten te linken, dankzij videobeelden waarop de verdachten met bomvesten en wapens te zien zijn.

Het OM stelde eerder dat Nederland een grote aanslag bespaard is gebleven dankzij de arrestatie van de mannen. Hun plannen kwamen aan het licht door een infiltratieactie van een undercoveragent.

De verdachten willen dat deze infiltrant gehoord wordt. Volgens hun advocaten zijn de mannen „gepusht” door de undercoveragent, die ze zelfs als opdrachtgever zouden hebben gezien. Hoofdverdachte Hardi N. heeft de autoriteiten toegang verschaft tot zijn telefoon, in de hoop dat hierop bewijs te vinden is over de rol van de infiltrant. Ook heeft N. beloofd dat hij een verklaring zal afleggen.

De mannen lijken zich volgens justitie uitgebreid voorbereid te hebben op een aanslag. Niet alleen schaften ze grondstoffen aan voor explosieven en materialen voor het maken van bomvesten ook hielden ze een soort wapentraining in een vakantiehuisje.

Zondag berichtte RTL Nieuws dat twee verdachten deel hebben genomen aan een airsoft-evenement. In Weert zouden zij geschoten hebben met airsoftgeweren, die sterk op echte vuurwapens lijken. Mogelijk deden zij dit als een soort training.

De inhoudelijke behandeling van de rechtszaak tegen de zes mannen zal nog een jaar op zich laten wachten. (NRC)