Opinie

Twee hoofden

Marcel van Roosmalen

Ik deed met mijn oudste dochter (4) een dagje Amsterdam. Na de eerste twee attracties – de stoptrein en de metro – stonden we op het Rokin, waar ze een ijsje eiste. Ze ging ervoor op de grond liggen. Een paar scènes later stond ik voor de kassa van ‘Ripley’s believe it or not’, een museum dat 21 euro entree durft te vragen voor een verzameling rariteiten, waarvan een wassen beeld van de man met de grootste neus ter wereld het meeste indruk maakte.

Hoe kwam ik daar?

Achteraf reconstruerend waarschijnlijk omdat ze in de grote gele klomp was gaan staan, die direct naast de ingang is neergezet om mensen te lokken. Je zou kunnen zeggen dat we in een marketingtruc getrapt waren.

De meeste andere bezoekers kwamen van ver.

Ze stonden net als wij in de rij voor de gele stip waarvandaan je een foto kon maken met op de achtergrond een wassen beeld, op ware grootte gemaakt, van de langste man die ooit geleefd heeft (Robert Wadlow, 2 meter 72). Hun kinderen renden, net als mijn dochter, ook naar de kookpot van een stam kannibalen, een attractietje dat qua stereotypering moeiteloos kan wedijveren met het inmiddels aan de tijdgeest aangepaste Monsieur Cannibale in De Efteling.

Wat waren dit voor mensen in korte broeken? Waarom gingen ze niet in hun eigen gebieden naar ‘Ripley’s believe it or not’? Want het is net als Madame Tussauds een keten waarvan de basisingrediënten overal zo’n beetje hetzelfde zijn.

De knipoog naar het gastland bestond in Amsterdam uit een muur van kaas, het onderwaterleven in de grachten en een peepshow uit het red light district, maar dan met wassen beelden met misvormde hoofden.

Mijn dochter vlijde zich tussen een koe met twee hoofden en een pony zonder voorpoten, tot een medewerkster van ‘Ripley’s believe it or not’ haar sommeerde om op te houden met aaien en het kunstgrasveldje te verlaten omdat het anders zou slijten. Ze verzekerde ons dat alle attracties echt waren. Ze stond er zelf ook nog dagelijks van te kijken.

„Ik leer hier meer dan op school.”

Toen we uitgeput thuiskwamen vertelde mijn dochter haar moeder over de hoogtepunten van Amsterdam: een lolly, een ijsje en een bak popcorn, niet wetende dat ze me met dat verslag het ravijn in duwde.

„En verder?”, vroeg de vriendin streng.

„Een kalfje met twee hoofden”, zei ik.

Ik verkeerde even in de veronderstelling dat ze aan deze ervaring verder niets had overgehouden, maar dat was tot we in de supermarkt in het dorp een vrouw met groen haar zagen.

„Amsterdam!” wees ze bij de kassa.

De vrouw keek verheugd om, het klopte, ze kwam inderdaad uit Amsterdam.

„Meisje, hoe kom jij toch zo slim?”

Museumbezoek, je leert er meer dan op school.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.