Recensie

Recensie Muziek

Prophets Of Rage zijn niet meer zo boos, maar spelen nog virtuoos

Rap/rock In 2016 bundelden leden van Rage Against The Machine, Public Enemy en Cypress Hill hun krachten als Prophets Of Rage. Van hun woede is niet veel meer over, maar toch schudt TivoliVredenburg op de grondvesten.

Prophets of Rage
Prophets of Rage Foto Tim van Veen

De groep Prophets Of Rage treedt in TivoliVredenburg aan met de vuisten in de lucht. Nadat DJ Lord (van de groep Public Enemy) een kwartiertje de volle zaal mocht opwarmen met scratch-routines op zowel klassieke rock- als rapplaten komen de andere vijf leden van de supergroep met hun vuist in de lucht het podium opgewandeld. Public Enemy-lid Chuck D en Cypress Hill-lid B-Real als onbetwiste frontmannen, en de drie leden van Rage Against The Machine als ritmesectie: drummer Brad Wilk, bassist Tim Commerford, en de echte blikvanger vanavond, gitaarvirtuoos Tom Morello. Zijn spel blijkt de lijm tussen al het gerag.

Wie denkt dat dit uitgerangeerde, oude mannen zijn die komen om te tieren over het systeem waarin ze leven, zit fout. Slechts één keer praat B-Real buiten de nummers om over hoe het volk zou moeten vechten om de macht van de regering terug te kunnen grijpen. Voor de rest doen de nummers het werk. De songs van Prophets Of Rage zelf krijgen het minste respons en de klassiekers van Cypress Hill en Public Enemy worden genadeloos ingekort. Het is vooral het werk van Rage Against The Machine dat het publiek compleet laat stuiteren. Zelfs op de trappen wordt gesprongen op ‘Testify’ en geheadbanged op ‘Bullet In The Head’, waarbij Morello een solo speelt met zijn tanden.

Rage Against The Machine-rapper Zach de la Rocha níet missen is onmogelijk. Toch vervullen B-Real en Chuck D ‘zijn rol’ met verve. Het afgeknepen stemgeluid van B-Real kleurt perfect bij de militante voordracht van Chuck D. De gitaarsolo’s van Morello maken het geheel af. Hij lijkt tevreden met elk nieuw geluidje dat hij op een unieke manier uit zijn gitaar weet te krabben.

Van de woede waarmee de band de muziekindustrie penetreerde bij oprichting is weinig over. Dit is een stel rasarstiesten die het liefst de tweeduizend bezoekers zo’n anderhalf uur willen zien pogoën. Het beste voor het laatst: bij ‘Killing In The Name’ schudt TivoliVredenburg ouderwets op zijn grondvesten.