Opvanghuis voor verweesde planten

Kamerplanten Na de zomer staan weer volop dode planten bij het vuil. Een kwelling voor Fem van der Rijst, die planten redt in haar plantenasiel.

Foto iStock

Als er een emoticon bestond voor het einde van de zomer, dan moest het de dode kamerplant zijn. Je ziet ze in deze periode weer volop langs de weg naast de ondergrondse containers of ontdaan van plastic binnenpot in de groenbak. Verwelkt, verdord, verwaarloosd.

Maar uit zo’n treurig beeld kan een mooi initiatief ontstaan. In precies zo’n periode, dat er opvallend veel halfdode, verstoten planten op straat stonden, nam de toenmalige vriend van Fem van der Rijst (36) er een voor haar mee. „Je hebt toch al een half plantenasiel”, zei hij tegen haar. Dat klopt, haar eerste planten zijn, in retroperspectief, ook geadopteerd. „Toen ik op mezelf ging wonen mocht ik wat uitzet hebben van een overleden buurvrouw, inclusief wat planten.” Dus toen haar vriend haar een plantenasiel noemde begon er wat te borrelen. Toen ze begon, vijf jaar geleden, bestond er pas één plantenasiel. Ondertussen zijn ze overal te vinden. In bibliotheken en musea, van Groningen tot Gewande. Soms gratis, soms betaald. Vaak gaat het daarbij om vakantieopvang.

In haar woonkamer begon ze het Plantenhuis, een plantenasiel. Maar al binnen een jaar was ze dat ontgroeid. Nu huurt ze antikraak een ruimte om haar planten een tijdelijk thuis te kunnen bieden. De klanten zijn geen vakantiegangers maar mensen die niet meer voor hun plant kunnen of willen zorgen (de veeleisende tropische calathea), die op een plant zijn uitgekeken (de pannenkoekenplant Pilea peperomioides is zó 2018), of verliefd zijn geworden op een ander (de nog altijd Instagram-waardige Monstera deliciosa).

Van der Rijst is er om te voorkomen dat deze planten op straat komen te staan. „Een plant leeft, ik wil overbrengen dat we goed voor de natuur moeten zorgen.”

Veruit de grootste instroom komt van kantoren. Bedrijven die die leeghalen, weten Van der Rijst inmiddels te vinden. De laatste keer ging het om 160 stuks van flink formaat. „Gelukkig weet ik bij kantoren altijd precies wat me te wachten staat. Ficussen, dracaena’s en palmen. Ook in het geval van planten is de mens er heel goed in diversiteit volledig weg te werken.”

Natuurlijk is het een druppel op een gloeiende plaat, „maar het wordt normaler”, dat mensen eerst googlen op ‘plantenopvang’ of ‘plantenasiel’ als ze van hun plant af willen. En het werkt twee kanten op, mensen die een plant willen, zoeken op ‘tweedehands plant’. De 160 planten uit het kantoor hebben bijna allemaal al weer een nieuw thuis gevonden. Planten mogen mee in ruil voor een donatie aan het Plantenhuis. „In natuur kopen geloof ik niet, daarom die donatie.”

Ze hoopt dat haar Plantenhuis in de toekomst overbodig wordt. Dat mensen een goede bestemming zoeken als ze hun plant niet meer willen en meer mensen planten overnemen van anderen. Dat niet meer de verwaarloosde plant, maar haar vak een stille dood sterft.