Opinie

Moet

Ellen Deckwitz

Gisteren ging ik uit eten met mijn ouders, om te vieren dat het vijftien jaar geleden is dat ik uit de kist kwam (een term die we in mijn familie gebruiken voor het moment waarop iemand eindelijk aan de buitenwereld durft toe te geven dat zijn somberheid hardnekkiger is dan een dipje).

„Op anderhalf decennium aan kopzorgen”, zei mijn vader opgewekt, en mijn moeder gniffelde. Dat was vijftien jaar geleden wel anders. Radeloos had ik op hun stoep gestaan, zo lethargisch dat ik amper nog kon knipperen. Het was zomer, de natuur stond in volle bloei en ik wilde dood.

„Als jullie me niet zo geweldig hadden opgevangen, was ik er niet meer geweest”, zei ik. Mijn moeder wuifde het weg.

„We hebben je op aarde gezet. Dan is het wel zo netjes om ervoor te zorgen dat je dat volhoudt.”

Toen mijn ouders even naar buiten gingen om niet te roken, dacht ik terug aan de dag waarop ik eindelijk aan mezelf toegaf niet meer te willen leven. Ik kwam erbovenop, maar er is sindsdien ook iets wezenlijks veranderd in hoe ik het bestaan ervaar. Wanneer je zelfdoding overweegt, dringt tot je door dat het leven in zekere zin optioneel is. Natuurlijk heb je er geen invloed op of je geboren wordt, en ook niet of het voortijdig stopt, maar daartussen ligt een gebied waarin het wel degelijk een keuze is om te bestaan. Toen ik dat besefte, werd alles relatief. Juist het idee dat er een uitweg was, maakte voor mij de boel draaglijk genoeg om te genezen.

Tegelijkertijd bagatelliseert het idee van een keuze het leven ook. Je haalt een scherpte weg, een wanhoop die het bestaan van een heroïsch soort glanslaag voorziet. Je wordt blasé. En dat betekent dat je in zekere zin al dood bent.

Mijn ouders schoven weer aan tafel. Ze hadden een onderling pretje, ik zag het aan hoe de vonken over en weer schoten, en net toen ik echt chagrijnig werd omdat ze niet wilden vertellen wat er aan de hand was, ging het licht in het restaurant uit en werd er een taart met sterretjes naar onze tafel gedragen, terwijl een oberkoor ‘Er is er een jarig’ inzette.

„We hebben gezegd dat je vandaag soort van verjaart”, giechelde mijn moeder.

Ik zette een brede glimlach op, rechtte mijn rug en deed leuk mee. Omdat dat ook keuzes zijn. De obers zongen hartstochtelijk door, gaandeweg werd het zelfs een beetje schreeuwen waarbij de tekst vervormde, het klonk net alsof ze „Lang moet ze leven” zongen, over kaarsjes heen die ik nog maar niet uitblies.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

Praten over zelfdoding kan via hulplijn 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of www.113.nl.