Recensie

Recensie Media

Eerste Netflix-film brengt de Obama’s naar Trumpland

American Factory De eerste Netflix-documentaire van de Obama’s gaat over een Amerikaanse fabriek die wordt overgenomen door Chinezen.

Fabrieksarbeider met een verse autoruit in de documentaire American Factory
Fabrieksarbeider met een verse autoruit in de documentaire American Factory Foto Netflix

De Obama’s in Trumpland. Zo kun je American Factory bekijken. De eerste documentaire die de Amerikaanse ex-president en zijn vrouw produceren voor Netflix gaat over een autofabriek in Moraine (Ohio), die tien jaar geleden werd gesloten, waarna velen werkloos werden, maar die nu een tweede leven krijgt van het Chinese autoruitenbedrijf Fuyao. De Chinezen komen het Amerikaanse stadje redden, maar al snel krijg je de eerste botsingen.

De Obama’s sloten vorig jaar een meerjarig contract met Netflix, voor een onbekend maar ongetwijfeld hoog bedrag, om met hun nieuwe productiebedrijf Higher Ground series en films te maken. American Factory is de eerste proeve. De film won een prijs op het Sundance festival en is genomineerd voor een Oscar. De Obama’s zegden toe dat ze geen partijpolitiek zouden bedrijven. Maar het is aanlokkelijk om in de documentaire te zoeken naar sporen van hun boodschap.

Moraine ligt middenin de Rust Belt: de Noordoostelijke streek waar de zware industrie is gevestigd. Hier heerst armoede en grote werkloosheid, onder meer door automatisering en doordat de industrie zich naar lagelonenlanden als China verplaatste. De bevolking van de Rust Belt stemt van oudsher Democratisch, maar koos in 2016 voor Trump, die het industriegebied graag gebruikte als voorbeeld in zijn isolationistische visie. Dat uitgerekend China, de concurrerende grootmacht waartegen Trump een handelsoorlog voert, hier de redding komt brengen, moet bitterzoet zijn voor Trump-nationalisten.

Verwend gezeur

De regisseurs van American Factory, Steven Bognar en Julia Reichert, maakten eerder een korte film over het einde van de oude fabriek, The Last Truck: Closing of a GM Plant (2010). Ze hadden zich in dit vervolg kunnen richten op alles wat mis gaat in de fabriek, met de Chinezen als slechteriken, maar ze kiezen voor een evenwichtiger beeld. Ze laten om te beginnen zien met hoeveel enthousiasme iedereen aan dit project begint. Maar als het opstarten niet goed verloopt, komen de verschillen aan het licht. De Amerikanen hechten aan inspraak en goede arbeidsomstandigheden. De Chinezen vinden dat verwend gezeur.

Uit een trip van Amerikaanse werknemers naar het hoofdkantoor in China blijkt hoe de leiding het graag ziet: de werknemers als een militaristische sekte die alles opoffert voor het bedrijf. Arbeiders daar zeggen dat ze hun kinderen slechts een paar keer per jaar zien. De fabriek moet hun familie zijn. Hilarisch maar ook schokkend is een strak geregisseerde propagandashow met een bedrijfshymne en een showballet in gele jurken dat de bedrijfswaarden bezingt: „Het werknemerssysteem is geweldig/ Middelenintegratie en marktrepons/ Geen afval meer/ Winst gegenereerd”. Het slechtste van communisme en kapitalisme verenigd.

De Chinese methode komt griezelig dystopisch over, maar de Amerikanen krijgen er in de film ook van langs. De Chinese managers – die zichzelf als vanzelfsprekend superieur achten – leren in een cursus: Amerikanen zijn lui, ze kletsen te veel tijdens het werk, ze kleden zich beroerd, hun ouders hebben hen teveel geprezen waardoor ze lijden aan zelfoverschatting. Je moet ze dus vooral veel complimentjes geven. „Je moet de ezel met de haren mee strijken.” Als de Amerikaanse werknemers de vakbond willen binnenhalen, reageert de leiding als gestoken. Dure anti-vakbond-consultants moeten de werknemers ompraten. Vakbondsupporters worden ontslagen.

Prestige-object

Zo botsen twee vormen van kapitalisme. De Chinese vorm lijkt op het meedogenloze negentiende-eeuwse kapitalisme. Maar het gaat niet alleen om de winst. Als de grote baas zijn managers toespreekt – ze hebben inmiddels tientallen miljoenen verlies gedraaid in een paar maanden – begint hij niet over geld, maar over nationale trots. Je voelt de hete adem van de regering in zijn nek. Zijn Amerikaanse fabriek is een prestige-object voor China, het moet de deur openen voor verdere expansie in de VS.

Een eenduidige politieke boodschap heeft de film niet – al lijken de makers sympathie te hebben voor de Amerikaanse arbeiders. De Obama’s willen met hun Netflix-producties een positieve boodschap uitdragen en streven naar meer broederschap tussen de volken. Als president streefde Obama naar meer samenwerking met China. Deze documentaire biedt zeker meer inzicht in de denkwijze van de Chinezen, maar sluit verder niet aan bij Obama’s boodschap. Er zit één warme verhaallijn in over een vriendschap tussen en Amerikaan en een Chinees – maar de Amerikaan wordt ontslagen omdat hij te traag zou zijn.

Is dit de manier om de Amerikaanse industrie te redden? Tegen welke prijs? Je wordt er vooral fatalistisch van: China heeft blijkbaar de toekomst. Deze film past eigenlijk meer bij de boodschap van Trump: pas op voor China.