Aan Amerikaanse sancties ontkom je niet zomaar

Handelssancties DAF kreeg een Amerikaanse boete voor leveringen aan Iran. Het is niet de eerste keer dat dat een Nederlands bedrijf overkomt.

Het Amerikaanse moederbedrijf van vrachtwagenbouwer DAF kreeg in de VS een boete omdat het bedrijf uit Eindhoven, via tussenhandelaren, 63 vrachtwagens had geleverd aan Iran.
Het Amerikaanse moederbedrijf van vrachtwagenbouwer DAF kreeg in de VS een boete omdat het bedrijf uit Eindhoven, via tussenhandelaren, 63 vrachtwagens had geleverd aan Iran. Foto Sander Koning/ANP

Als je de Europese richtlijnen moet geloven, is er niks aan de hand. Europese bedrijven hoeven zich van Brussel niet te houden aan Amerikaanse handelssancties tegen Iran en Cuba. „Dit betekent dat het hun vrij staat te kiezen of zij in Iran of Cuba zaken gaan doen, zaken blijven doen of ermee ophouden zaken te doen”, staat letterlijk in de toelichting op de zogeheten blokkeringsverordening. Dit is de Europese maatregel die de Amerikaanse sancties ‘blokkeert’, zodat zij niet aan EU-bedrijven „worden opgedrongen”, aldus de Europese Commissie.

Maar wie alleen al zakendoet in de Verenigde Staten of een Amerikaans moeder- of dochterbedrijf heeft, weet dat het zo niet werkt. Begin augustus kreeg Paccar, het Amerikaanse moederbedrijf van vrachtwagenbouwer DAF nog een boete van 1,7 miljoen dollar (1,5 miljoen euro) omdat het bedrijf uit Eindhoven, via tussenhandelaren, 63 vrachtwagens had geleverd aan Iran.

DAF had kunnen weten dat die trucks uiteindelijk in Iran terecht zouden komen en had ze daarom niet mogen leveren, oordeelde het Amerikaanse Office of Foreign Assets Control (OFAC), dat toezicht houdt op de naleving van de handelssancties. Dat DAF een Europees bedrijf is, dat onder Europese wetgeving valt, en niet onder Amerikaanse, doet voor OFAC niet terzake.

Paccar (23,5 miljard dollar omzet, 28.000 werknemers) heeft ook helemaal niet geprobeerd zich op Europese bescherming te beroepen. Integendeel, zodra uit eigen interne controles bleek dat er indirect vrachtwagens aan Iran geleverd waren, heeft het bedrijf uit Seattle zichzelf gemeld bij de toezichthouder, en een schikking getroffen.

Russische klant

Dat leveringen aan Iran taboe zijn, is binnen DAF algemeen bekend. Toen een DAF-dealer in Hamburg in 2014 een offerte vroeg voor 51 vrachtwagens voor een klant in Iran, kreeg hij te horen dat DAF die niet zou leveren. Maar toen hij vervolgens, op dezelfde dag, een offerte vroeg voor dezelfde trucks, maar nu voor een Russische klant, was het geen probleem. De verkoopafdeling van DAF had kunnen vermoeden dat die trucks alsnog in Iran terecht zouden komen, aldus OFAC.

In hetzelfde jaar verkocht DAF tien trucks aan een dealer in Bulgarije, die ze op zijn beurt weer doorverkocht aan een autoverhuurbedrijf, dat ze vervolgens overdeed aan een koper in Iran. Een DAF-werknemer zou de Bulgaren zelf met de kopers in Iran in contact gebracht hebben – wat op zijn minst de schijn wekt dat de Bulgaarse tussenpersonen alleen maar zijn ingezet om de levering aan Iran te verbloemen. Ook hier had het DAF-personeel alerter moeten zijn, aldus OFAC.

Het derde incident waar de schikking betrekking op heeft, gaat om de levering van twee vrachtwagens aan DAF Trucks Frankfurt in 2013. Toen de oorspronkelijke afnemer de bestelling annuleerde, verkocht DAF Trucks Frankfurt de voertuigen aan een Nederlandse tussenhandelaar, die ze doorverkocht aan een klant in Iran. De betrokken werknemers van DAF Trucks Frankfurt konden in documenten van de Nederlandse handelaar zien dat de vrachtwagens voor Iran bestemd waren, maar sloegen geen alarm.

De in totaal 63 aan Iran geleverde trucks vertegenwoordigen bij elkaar een handelswaarde van 5,4 miljoen dollar. Voor de drie incidenten samen zou OFAC gewoonlijk een boete van 2,7 miljoen dollar opleggen, maar Paccar kreeg 1 miljoen ‘korting’ omdat het zichzelf bij de toezichthouder meldde en omdat het direct maatregelen heeft genomen.

Zo is een aantal betrokken werknemers ontslagen, heeft DAF een nieuwe directeur ‘compliance’ aangesteld die scherper moet toezien op mogelijke overtredingen en worden werknemers nu regelmatig getraind om alerter te zijn op de naleving van handelssancties. Ook is een andere levering, van twintig vrachtwagens, bijtijds geannuleerd, toen duidelijk was dat die ook voor Iran bestemd waren. De woordvoerder van DAF verwijst voor overige vragen naar de toelichting van OFAC. Op de vraag waarom de boete niet op de site van het beursgenoteerde Paccar staat, antwoordt hij dat hij „de tip” nu bij de juridische afdeling heeft neergelegd.

Amerikaanse boetes

DAF is niet het eerste Nederlandse bedrijf dat de mist in gaat met Amerikaanse handelssancties. Fokker Services, dat vliegtuigen onderhoudt, trof in 2014 een schikking voor 21 miljoen dollar omdat het, ondanks handelsembargo’s, jarenlang Amerikaanse vliegtuigonderdelen aan Iran, Soedan en Birma heeft geleverd.

ABN Amro moest in 2006 80 miljoen dollar betalen voor ongeoorloofde transacties met bedrijven in Libië en Iran. En in 2010 moest de Royal Bank of Scotland 500 miljoen dollar betalen omdat een onderdeel van ABN Amro dat het had overgenomen ongeoorloofde transacties had uitgevoerd met Iran, Libië, Soedan en Cuba.

Lees meer over multinationals die in botsing komen met de Amerikaanse justitie: Veel bedrijven wachten een boete liever niet af en schikken

De hoogste boete was voor ING in 2012. De bank deed voor zo’n 2 miljard dollar zaken met Cuba en Iran en hield dat moedwillig buiten het zicht van de Amerikaanse overheid. Het leidde uiteindelijk tot een schikking met de Amerikanen van 619 miljoen dollar.

Dat Europese bedrijven het risico lopen op een boete als ze Amerikaanse sancties overtreden, wil overigens niet zeggen dat ze de Europese ‘tegenmaatregelen’ zomaar kunnen negeren. Softwaremaker Exact uit Delft stond in juni voor de Nederlandse rechter in een zaak die was aangespannen door een bedrijf op Curaçao dat boekhoudsoftware van Exact op Cuba distribueert.

In maart stopte Exact daar per direct mee nadat de Amerikaanse investeringsmaatschappij KKR aankondigde het Delftse bedrijf over te nemen. Met de leveringen aan Cuba overtrad Exact immers Amerikaanse handelssancties, en de nieuwe eigenaar wilde niet het risico lopen op een boete daarvoor. Het beriep zich hierbij op „overmacht”.

Lees ook het achtergrondverhaal over de Cubaanse connectie van Exact

Maar de Haagse rechtbank maakte daar korte metten mee: Exact moet de software gewoon blijven leveren, want anders overtreedt het bedrijf de Europese tegenmaatregelen die de Amerikaanse sancties ongedaan maken. Het is Exact „verboden” om aan de Amerikaanse regels gehoor te geven, aldus de rechter, en „van overmacht is geen sprake”. Dat KKR door de overname het risico op boetes loopt, is volgens de rechter „een welbewust gemaakte keuze”.