Wie krijgt er vlak voor Prinsjesdag nog geld bij?

Miljoenennota In aanloop naar Prinsjesdag wordt het sluitstuk van de begroting besproken. Extra geld bedongen ministeries al in het voorjaar, nu gaat het alleen over de verdeling.

Minister Wopke Hoekstra van Financien en premier Mark Rutte na het aanbieden van het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota vorig jaar.
Minister Wopke Hoekstra van Financien en premier Mark Rutte na het aanbieden van het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota vorig jaar. Bart Maat / ANP

Vraag een willekeurige Haagse ambtenaar aan het eind van het zomerreces naar de gang van zaken rond de komende Miljoenennota en hij of zij zegt: die is zo goed als af.

Want terwijl de leden van het kabinet – na hun informele heisessie in Noord-Brabant – deze woensdag voor het eerst ter zake komen over de begroting voor volgend jaar, heeft het ministerie van Financiën met collega’s van andere departementen daar al maanden aan gesleuteld.

Al in het vroege voorjaar hebben ambtenaren de financiële mee- en tegenvallers in kaart gebracht en de wensen van verschillende bewindspersonen voor aanvullende middelen op een rij gezet. Het kabinet heeft over die zogeheten ‘uitgavenkant’ van de begroting vervolgens eind april in principe al besloten, en voor een deel zelfs ook al vastgelegd in de Voorjaarsnota eind mei.

Die eerste fase van het jaarlijkse begrotingsproces verloopt meestal aanzienlijk geruislozer dan de weken voorafgaand aan en het circus óp Prinsjesdag. Terwijl dat uiteindelijk maar het sluitstuk is van de Miljoenennota.

Lees ook het verslag over heidag: Een publiek schouwspel op gympen

Toch komt het kabinet dezer dagen een aantal keer bijeen voor de finale besluitvorming over de begroting voor volgend jaar. Formeel gaat die alleen nog over de inkomstenkant van de begroting en het bijbehorende Belastingplan. Deze week zijn hier twee dagen voor ingeruimd. Minister Hoekstra (Financiën, CDA) en staatssecretaris Snel (Financiën, D66) hopen Miljoenennota en Belastingplan dit jaar in elk geval tijdiger voor advies naar de Raad van State te kunnen sturen dan vorig jaar – toen kreeg het kabinet een tik op de vingers omdat de stukken te laat kwamen.

Welke thema’s staan er tijdens dit finale begrotingsoverleg zoal op de agenda ?

Koopkracht

Pas sinds het Centraal Planbureau vorige week met de laatste macro-economische ontwikkelingen naar buiten kwam, heeft het kabinet een actueel beeld van de ontwikkeling van de koopkracht voor burgers. Omdat zonder aanvullend beleid bepaalde groepen er iets minder hard op vooruit dreigen te gaan dan andere kan het kabinet besluiten om de verschillen met enkele lastenverschuivingen kleiner te maken. Zoals het er nu naar uitziet, zo leerden de eerste politieke reacties vorige week, zullen met name gepensioneerden en mogelijk ook de lage inkomensgroepen wat gecompenseerd worden.

Winstbelasting

De in het regeerakkoord beloofde lastenverlichting voor het bedrijfsleven – de vennootschapsbelasting zou stapsgewijs omlaag gaan – staat op losse schroeven sinds premier Rutte in juni met een voor een liberaal opmerkelijk pleidooi kwam. Op een bijeenkomst van zijn VVD zei hij dat het hoog tijd werd dat werkgevers in het bedrijfsleven de lonen voor hun personeel „aanzienlijk” gaan verhogen. Als dat niet gebeurt, zo dreigde de premier, dan zou hij de aangekondigde lastenverlichting wel eens ongedaan kunnen gaan maken. Voor zowel oppositie- als coalitiepartijen in de Tweede Kamer reden om aan te dringen om die belofte nu al gestand te doen. Bij veel bedrijfstakken lopen er nog CAO-onderhandelingen; dus serieuze loonsverhoging kunnen nog worden toegezegd.

Geen nieuwe extra uitgaven

Het typisch Nederlandse streven naar een strakke begrotingsdiscipline maakt dat, zoals hierboven beschreven, de uitgavenkant van de begroting al in het voorjaar door het kabinet is vastgelegd. Bewindslieden die ná april nog aan de bel hebben getrokken voor extra geld zijn voor een strenge minister van Financiën te laat. De Voorjaarsnota van eind mei gaat vooral over aanpassingen in het lopende begrotingsjaar, maar gaf toch ook al een inkijkje in een paar extra investeringen die het kabinet voor 2020 (en later) van plan is.

Zo zal de ambitie voor Defensie om op termijn richting de NAVO-norm van 2 procent te gaan met een paar hele kleine stapjes beginnen: dit jaar nog 10 miljoen, komend jaar 42 miljoen euro extra – op een begroting van ruim 11 miljard. Om nog een paar groeiende uitgavenposten te noemen: de jeugdzorg, een financieel en organisatorisch drama voor gemeenten, krijgt er enkele honderden miljoenen bij, waarvan komend jaar 300 miljoen euro. En voor asielbeleid voor vluchtelingen is 100 miljoen uitgetrokken.

Pensioen en klimaat

De minister van Financiën heeft reden om af te wijken van de strenge stelregel om het nu niet meer over extra uitgaven te gaan hebben. Twee redenen zelfs. Het kabinet sloot immers pas ná de voorjaarsronde in het begrotingsproces nog twee belangrijke politieke akkoorden, over het pensioenstelsel en over het klimaat. En die gaan veel geld kosten; vooral op langere termijn maar ook al in de twee laatste jaren van deze regeertermijn. Zo zal het bevriezen van de stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd volgend jaar naar schatting al een kleine 400 miljoen euro gaan kosten.

Voor verdere CO2-reductie en aanpalend duurzaamheidsbeleid heeft het kabinet recent al enkele malen enkele honderden miljoenen gereserveerd, maar de tientallen maatregelen in het eind juni gepresenteerde klimaatakkoord zullen nog eens extra op de schatkist gaan drukken.

Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) beloofde op Prinsjesdag te komen met „een totaaloverzicht van de gevolgen voor de rijksbegroting”.

Investeringen

En er is zelfs nog een derde reden voor minister Hoekstra om toch nog extra uitgaven op de agenda te zetten – hij begon daar zelf in juli op tv over. Omdat de rente op nieuwe staatsobligaties inmiddels negatief is, krijgt hij op nieuwe leningen op de kapitaalmarkt geld toe. Dat is een aantrekkelijk gegeven om extra geld te gaan verzamelen voor bepaalde noodzakelijke investeringen waar op de reguliere begroting misschien geen plek voor is. Bij zowel oppositie als coalitie is de roep te investeren in ‘de publieke sector’ groot. Dat kan van alles zijn: van achterstallig onderhoud in infrastructuur tot het aantrekkelijk maken van werken in het onderwijs.

Correctie (21 augustus 2019): In de zin over het „bevriezen van de stapsgewijze verhoging” onder het kopje Pensioen en Klimaat ontbrak een deel: de stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd. Dat is aangevuld.