Isabell Werth op de Grand Prix in Aachen.

Foto Sascha Steinbach/EPA

‘Paarden zijn geen machines. Ik dank ze niet af als ik iets beters kan krijgen’

Isabell Werth Isabell Werth is de succesvolste dressuurrijder aller tijden. De 50-jarige Duitse doet deze week mee aan de Europese kampioenschappen in Rotterdam. „Ik train acht of negen paarden per dag om in shape te blijven. Als je daar je best voor doet, kun je tot op hogere leeftijd wedstrijden blijven rijden.”

Elke ruiter droomt ervan: het paard van je leven vinden. Een paard waarmee je een gouden duo vormt en al je concurrenten aftroeft. Een paard dat je, ook als het gepensioneerd in de wei staat, verzorgt alsof het je eigen kind is.

Voor Isabell Werth is dat paard de 15-jarige merrie Bella Rose. Een langbenig en gevoelig paard, dat alle ogen op zich gericht weet. „Ik beschik over drie toppaarden”, vertelt de Duitse amazone tijdens een lange autorit via de telefoon. „Maar Bella Rose is mijn top-top-toppaard. Mijn groom ontdekte haar in een kleine stal en ik dacht meteen: die is super. Zoals Edward Gal ooit één was met Totilas, ben ik één met Bella Rose.”

De 50-jarige Werth, die deze week meedoet aan de EK dressuur in Rotterdam, is de succesvolste dressuuramazone aller tijden. Van de 433 wedstrijden die ze de afgelopen tien jaar reed, won ze er 199. Met Bella Rose voert Werth de wereldranglijst aan en hoopt ze volgend jaar uit te komen op de Olympische Spelen in Tokio.

Waarnaar bent u onderweg?

„Naar Rotterdam, een rit van een paar uur. Ik verheug me op het toernooi. De laatste jaren moest ik verstek laten gaan, omdat het CHIO niet in mijn wedstrijdschema paste. Ik ben benieuwd of er veel veranderd is.”

Kunt u het goed vinden met de Nederlandse ruiters?

„Vooral met Edward Gal en Hans Peter Minderhoud. We rijden wel eens samen en als het even kan prikken we een vorkje. Vriendschap is een groot woord als het om concurrenten gaat, maar er is zeker sprake van wederzijds respect en genegenheid.”

En Anky van Grunsven? Jullie waren jarenlang elkaars rivalen in de ring.

„Anky en ik hebben een professionele relatie. Ze heeft de dressuur naar een hoger plan getild en de populariteit van onze sport vergroot. Er was een tijd dat de emoties hoog opliepen als Anky en ik tegen elkaar reden. Dat had vooral met de Nederlandse media te maken. Die maakten er een wedstrijd Nederland-Duitsland van, alsof het voetbal betrof. Ik voelde me toen niet altijd welkom in jullie land, maar dat is gelukkig al lang niet meer zo.”

Werth vertelt dat ze „een paardenmeisje” was toen ze opgroeide nabij Düsseldorf. Haar ouders hadden een boerderij met varkens, kippen en paarden. Met haar oudere zus Claudia probeerde ze meerdere disciplines uit; springen, eventing en dressuur. Ze had het meest met dressuur en ging op haar zeventiende werken voor de in 2014 overleden ruiter-coach Uwe Schulten-Baumer. Met zijn kennersoog vond hij enkele paarden die goed bij haar pasten – Weingart, Gigolo en Satchmo – en waarmee Werth haar eerste successen behaalde.

Aanvankelijk was paardrijden een hobby, vertelt ze. Op advies van Schulten-Baumer volgde ze een rechtenstudie. „Je moet iets achter de hand hebben, zei hij. In de jaren tachtig en negentig was het niet zo makkelijk om als vrouw je geld te verdienen met paardrijden. Dat het zo’n succes zou worden, had ik niet verwacht.”

Na haar studie combineerde Werth het rijden met een baan als advocaat. Ze werkte ook een tijd in de marketing. Daarna nam ze de boerderij van haar ouders over en bouwde die in 2003 om tot trainingsstal. „Het was een gok, maar ik voelde me gelukkig in de buurt van paarden. Ik kon me niet voorstellen dat ik dat zou opgeven om op kantoor te gaan werken.”

In die tijd ontwikkelde zich ook een hechte vriendschap met de 78-jarige Madeleine Winter-Schulze. De vermogende paardeneigenaar wilde haar graag verder helpen. Toen Werth coach Schulten-Baumer verliet om voor zichzelf te beginnen, nam Winter-Schulze alle paarden van hem over die Werth bereed. Ook Bella Rose zou Werth niet onder haar zadel hebben als haar mecenas niet in de buidel had getast.

Mevrouw Winter-Schulze zei dat ze uw paarden nooit gaat verkopen, ook niet als u een punt achter uw carrière heeft gezet.

„Oh ja, zei ze dat? Madeleine is erg belangrijk voor mij. Niet alleen als vriendin en geldschieter, ze is ook chef d’équipe van het Duitse team geweest. Inmiddels beschouw ik haar als familie. Ze heeft dezelfde drive en liefde voor paarden als ik.”

U heeft de relatie tussen paard en ruiter wel eens vergeleken met die tussen een ouder en kind. Waar zit ’m dat in?

„Net als de opvoeding van een kind [Werth heeft een 9-jarige zoon] gaat de opvoeding van een paard in kleine stapjes. Je leert steeds iets nieuws, bent eigenlijk nooit uitgeleerd. Net als een kind heeft een paard zijn goede en minder goede kanten. Je moet het wezen van een paard leren doorgronden. En elk paard vereist een andere aanpak. Sjablonen bestaan niet, dat hebben we met Edward Gal en Totilas gezien. Wat Edward met Totilas bereikt heeft, heeft zijn nieuwe berijder nooit kunnen evenaren.”

Is dat wat wedstrijdrijden na ruim drie decennia spannend houdt, dat onvoorspelbare?

„Zeker. Ik denk dat de paardensport zich daarin onderscheidt van andere sporten. Een zwemmer kan zwembaden na twintig jaar waarschijnlijk niet meer zien. Maar een ruiter is afhankelijk van het paard. Hoe langer je rijdt, hoe beter je met verschillende omstandigheden leert omgaan. Door de samenwerking met het paard ben je bovendien niet zo afhankelijk van je lichamelijke conditie. Natuurlijk moet je fit blijven als ruiter – ik train ook acht of negen paarden per dag om in shape te blijven. Maar als je daar je best voor doet, kun je tot op hogere leeftijd wedstrijden blijven rijden. Ik ben nu vijftig, maar kan nog best een paar jaar mee.”

De Japanse dressuurruiter Hiroshi Hoketsu was 71 toen hij in 2012 meedeed aan de Olympische Spelen in Londen.

„Ik denk dat dat nu niet meer mogelijk zou zijn. De dressuur heeft zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Er zijn meer ruiters, er komt meer bij kijken om op hoog niveau mee te komen. Hier en daar zijn er uitzonderingen, maar niet veel.”

De paardensport wordt de laatste jaren steeds kritischer gevolgd door dierenrechtenactivisten. Op zichzelf is het goed dat paard en ruiter onder een vergrootglas liggen, zegt Werth, maar soms vliegen critici uit de bocht. „Zelfs kinderen die paardrijden krijgen op social media soms een shitstorm over zich heen”, zegt Werth. „Mensen zien een foto en gaan los – veelal anoniem. Dat irriteert mij ma-te-loos. Ik vind het prima met critici in gesprek te gaan – graag zelfs, want zo leer je elkaar beter begrijpen – maar wel op respectvolle toon, door mensen die zich in onze sport hebben verdiept.”

Mógen mensen wel op paarden zitten? Volgens Werth is het in onze gepolariseerde samenleving een serieuze vraag voor de toekomst. „Elke ruiter, van hoog tot laag, is wel eens door het slijk gehaald”, zegt zij. „Ik ook. Maar ik kan je verzekeren dat ik mijn negentig paarden goed behandel. Oké, ik rijd op hun rug en verlang goede prestaties van ze, maar ik doe dat alleen met paarden die dat aan kunnen. Mijn paarden leven vaak nog jaren na hun topsportcarrière, sommige worden 27, 28, 29 jaar oud. Het zijn geen machines die ik afdank als ik iets beters kan krijgen. Ik houd echt van mijn paarden.”

U heeft alles gewonnen wat er te winnen valt: WK’s, EK’s, olympische medailles. Stelt u zichzelf nog hoge doelen?

„Medailles zijn slagroom op de taart. Ze zijn geen doel op zich. Als ik al een sportief doel heb, is het mijn paarden zo goed mogelijk te maken. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik kan verbeteren. Nooit zal ik zeggen: nu is het perfect.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.