Recensie

Recensie Muziek

Jubilerend Stiftfestival opent met gewaagde double bill

Recensie De vijftiende editie van het Twentse Stiftfestival had moeten openen met twee opera’s op de slotgracht van Kasteel Twickel. Wegens slecht weer werd op het laatste moment uitgeweken naar een overdekte locatie. De muziek klonk er niet minder om.

Muziek in de kerk in plaats van in de slotgracht tijdens het Stiftfestiva
Muziek in de kerk in plaats van in de slotgracht tijdens het Stiftfestiva Foto Serban Mestecaneanu

Een drijvend ponton. Een gondel. De geluidstechniek tot in de puntjes afgesteld. Voor de openingsdag van het Twentse Stiftfestival was de slotgracht van Kasteel Twickel - nabij Hengelo - zondag omgetoverd tot operatoneel.

Artistiek leider en violist Daniel Rowland had het plan opgevat om voor de vijftiende editie stevig uit te pakken met een gewaagde double bill in de open lucht: Purcells beroemde Dido and Aeneas, voorafgegaan door Peter Maxwell Davies’ Eight Songs for a Mad King, een avant-gardistisch monodrama over de waanzinnige George III. Naar verluidt raaskalde hij dagen achtereen in zijn torenkamer, waar hij zijn parkieten zangles gaf.

Twee koningsdrama’s, beide van Britse makelij, maar stilistisch elkaars absolute tegenpolen. Perfect materiaal dus voor het festivalthema ‘Grenzeloos’. Klein probleem: ongunstig gestemde weergoden maakten dat op het allerlaatste moment moest worden uitgeweken naar een overdekte locatie. Jammer. Balen ook van dagen voorbereiding, maar het klonk er niet minder om in de Oude Blasiuskerk te Delden.

Barokke liefdestragedie

Purcells barokke liefdestragedie bleef fier overeind door een sterke zangerscast. De Franse sopraan Victoire Bunel tekende met haar ranke, maar donker kleurende stemgeluid voor een indrukwekkend Dido. Mooi ook hoe ze in de tweede akte moeiteloos dubbelde als boosaardige toverkol. De vederlichte sopraan Agathe Peyrat overtuigde als Belinda én opperheks, terwijl bariton Romain Dayez Aeaneas’ wroeging om zijn stille aftocht schallend voelbaar maakte.

Transparante koorpassages welden op uit de kelen van Consensus Vocalis. Vanachter zijn klavecimbel hield dirigent Mark Tatlow het klankbeeld lekker puntig, met expressief uitgelichte dissonanten in de strijkers en een hoorbaar plezier in de dansante energie van Purcells noten.

Klapper van de avond was niettemin een vlijmscherpe uitvoering van Davies Eight Songs. Denk: een grillig muziektheatraal delirium van snerpende fluitjes en ratels, ontsporende barokcitaten en Mozartpastisches, en een aan gruzelementen geslagen viool.

Zingend en krijsend de kerk uit

Een glansrol was weggelegd voor de weergaloze tenor Thomas Florio die virtuoos tierend, brullend en zingend onder je huid kroop als de geesteszieke koning George. Achterna gezeten door een gemaskerde trommelaar, rende hij in de aangrijpende slotmaten krijsend de kerk uit, om na de pauze nog even als kwade geest te verschijnen aan koningin Dido.

Het Stiftfestival: wat in 2005 begon als een weekend met kamermuziekconcerten in de Weerselose Stiftskerk, is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootste en kleurrijkste kamermuziekfestivals van Nederland. In een dikke week spelen veertig internationale topmusici een kleine dertig concerten in een week, daarbij uitwaaierend over vijftien pittoreske locaties in Noordoost-Twente.

Zo hadden de rododendrons, sinaasappelboompjes en perfect getrimde haagjes van landgoed Twickel zondag het decor moeten vormen voor een handvol pop-upconcerten. Aanhoudend gemiezer maakte dat onder anderen meesterbandoneonist Marcelo Nisinman moest uitwijken naar de Oranjerie om enkele Piazzolla-hits a l’improviste van een makeover te voorzien. Mooi hoe hij Adiós Nonino liet opbloeien uit chromatische clusters, en als nieuw liet klinken dankzij broeierige jazzharmonieën en eigenwijze middenstemmen.

Met een keur aan muzikale vrienden onderstreepte Rowland ’s middags de core business van het Stiftfestival: kwalitatief hoogstaande uitvoeringen van thematisch samenhangende kamermuziek. Naast ronkende lezingen van Elgars Vioolsonate en Vaughan Williams’ zelden gespeelde Pianokwintet, klonk er een Nederlandse première voor viool en piano van de Russisch-Britse componist Alissa Firsova. Skrjabin-achtige zweefharmonieën, een verbasterde volksdeun en Debussiaans resonerende klokakkoorden versmolten in Algarvia tot een poëtisch eigen geluid.