Opinie

De vergeten gijzelaars van de Iraanse Revolutionaire garde

Vorige week werd een Iraanse Brit in Iran opgepakt, las Carolien Roelants. Hij voegt zich bij het grote aantal Iraanse westerlingen in de cel daar.

Dwars

Die Iraanse supertanker die de Britten begin juli opbrachten, is weer vrijgegeven. Door de Britten – het gaat me hier niet om wat de Amerikanen vervolgens deden. Dus goede reden, zou ík zeggen, voor de Iraniërs om iets terug te doen. Zoals de Iraanse Britten vrijlaten die Teheran gijzelt. U kent de naam Nazanin Zaghari-Ratcliffe wel, die al sinds april 2016 vastzit en tot vijf jaar gevangenis werd veroordeeld wegens spionage. Een week geleden werd opnieuw een Iraanse Brit opgepakt, Kameel Ahmady, een antropoloog.

Hoeveel buitenlanders van Iraanse komaf vastzitten in de beruchte Evin-gevangenis is niet duidelijk. Want families en betrokken buitenlandse regeringen denken soms dat het verstandiger is de zaak stil te houden. Persbureau Reuters meldde in november 2017 dat er sinds 2015 zeker dertig waren vastgezet door de Revolutionaire garde en de harde factie eromheen. In 2016 werden er ook enkele vrijgelaten, onder wie de Amerikaans-Iraanse journalist Jason Rezaian. Maar sinds 2017 zijn ook nieuwe gijzelaars opgepakt.

Gijzelaars. Want waarom zitten al deze mensen vast? Ten eerste: om westerse bedrijven af te schrikken die na het nucleaire akkoord van 2015 in de file stonden om zaken te gaan doen in Iran. Het is niet de regering van president Rohani die het internationale bedrijfsleven wil weren. Maar de Revolutionaire garde, de strijdmacht die in 1979 is opgericht om de staatsideologie te bewaken, heeft een heel lucratieve bedrijfstak waarvan ze de belangen wil beschermen. Ten tweede: om oude tegoeden uit de tijd van de sjah terug te krijgen. Na de vrijlating van Rezaian retourneerde de regering van president Obama 400 miljoen dollar die de sjah had betaald voor niet geleverde wapens. Eenzelfde soort bedrag zou de Britse regering moeten betalen voor de vrijheid van Zaghari-Ratcliffe.

Ten derde: om de zuiverheid van de revolutie te bewaken, die wordt bedreigd door de zogeheten westerse culturele invasie. In die categorie vallen Iraanse westerlingen die door de regering-Rohani zijn uitgenodigd naar Iran te komen zodat hun geboorteland kon profiteren van hun kennis. Ten vierde: om de regering-Rohani dwars te zitten.

Een (niet uitputtend) lijstje slachtoffers. Naast de twee die ik al noemde zijn er de Amerikaanse Iraniërs Baquer en Siamak Namazi, vader en zoon, die in oktober 2016 tot tien jaar gevangenis werden veroordeeld wegens „samenwerking met een vijandelijke buitenlandse staat”. Baquer is vrijgelaten maar staat onder huisarrest. De Zweedse Iraniër Ahmadreza Djalali, een medisch specialist, die ter dood is veroordeeld wegens „het verspreiden van corruptie op aarde”. De Canadese Iraniër Abdolrasoul Dorri Esfahani, die aan Iraanse zijde mee-onderhandelde over het nucleaire akkoord en in 2017 is veroordeeld tot vijf jaar cel wegens spionage. Moraz Tahbaz, een Iraans-Amerikaans-Britse milieuexpert die in januari 2018 werd opgepakt en nu samen met een groep collega’s wegens spionage wordt berecht. Zijn Iraans-Canadese chef, Kavous Seyed-Emami, stierf in de gevangenis. Aras Amiri, een employee van de British Council, die tot tien jaar is veroordeeld wegens haar inspanningen om Iran op cultureel gebied „te beïnvloeden en te infiltreren”. Daar heb je die westerse culturele invasie.

De gijzelaars hebben gemeen een tweede, westerse nationaliteit, vage beschuldigingen, een oneerlijk proces en een heel slechte behandeling. En: een zeer gering uitzicht op vrijheid.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.