De windmolen die mensen wél willen

Windenergie Windmolens zijn niet populair in de provincie. Maar in Groningen duiken nu molens op die wel de lokale goedkeuring wegdragen. Ze zijn van hout, slechts 15 meter hoog en lekker rustig.

De windmolens van EAZ Wind uit Hoogezand.
De windmolens van EAZ Wind uit Hoogezand. Foto Eric Brinkhorst

Nergens in het land is het protest tegen windmolens zo hevig als in Groningen. Wat begon met protestborden leidde al tot dreigbrieven en zelfs asbeststrooiingen in Delfzijl, Meeden en Zuidbroek.

Toch duiken er nu overal in de provincie kleine windmolens op. Want de groene windmolens van EAZ Wind uit Hoogezand vallen wél goed in de omgeving. Wat is het geheim van deze molens?

Ze torenen niet boven de horizon uit, maken weinig geluid en staan niet in kluitjes bij elkaar. De kleine windmolens zie je alleen bij boerderijen staan. De houten wieken, voornamelijk gemaakt van Drents hout, slaan soepel door de lucht.

De as van de molen bevindt zich niet hoger dan vijftien meter, dezelfde hoogte als een boom. En de groene kleur? „Dat komt door een verkeerd gekocht verfpotje”, vertelt Albert Jan van der Wal, hoofd commercie van het bedrijf. „Uiteindelijk is die kleur maar aangehouden.”

Het verzet in Groningen en Drenthe tegen twee windmolenparken verhardt. Begin in het noorden niet over windmolens.

Vier studenten

Het begon vier jaar geleden met een idee van vier studenten werktuigbouwkunde van de Universiteit Twente, die in hun vrije tijd samen surften.

De vader van een van de jongens wilde het dak van zijn boerderij bedekken met zonnepanelen. Maar zijn melkveebedrijf had pieken in de ochtend en avond, wanneer de koeien worden gemolken. Juist dan is er minder zonlicht. Dat kon anders, dachten de vrienden. Waarom geen kleine windmolen, die het hele jaar door stroom levert – ook als de zon niet schijnt?

Die molen kwam er. Toen de buurman ‘m zag, wilde die er ook wel eentje. En nu, vier jaar later, staan er ongeveer 270 molens in Nederland, waarvan zo’n 230 in de provincie Groningen. Ook pronkt een tiental molens in Duitsland en België.

Het idee van de vier vrienden is uitgegroeid tot een bedrijf met vijftig werknemers en twee fabrieken, in Hoogezand en Rijswijk. Alle onderdelen van de molen worden in die regio’s gemaakt.

„We willen de energieleverancier van het boerenerf worden”, zegt Aard Duivenvoorden, een van de oprichters. Vanwege vergunningen en bestemmingsplannen is het relatief simpel een molen op het erf van een boer te plaatsen, in tegenstelling tot op bedrijventerreinen. Alleen moet de provincie dat wel toelaten.

Een windprovincie zoals Friesland deed dat jarenlang niet. Maar sinds de Provinciale Statenverkiezingen heeft EAZ de wind in de rug. Friesland blijkt na de verkiezingen open te staan voor de komst van de kleine molens en wil zelfs „waar mogelijk” af van de grotere op land. Daarnaast stimuleert zuivelcoöperatie FrieslandCampina de aankoop van de molens bij de eigen boeren.

Eén molen kost 52.000 euro. Daaronder vallen alle werkzaamheden, van vergunningaanvraag tot reparaties. EAZ Wind plaatst nu ongeveer 100 tot 130 molens per jaar, zegt hoofd commercie Albert Jan van der Wal. Binnen twee jaar wil het bedrijf, dat nu een omzet heeft van tussen de 5 en 6 miljoen euro, dat aantal verdubbelen.

Stroombehoefte gedekt

Een van de eersten die de molens op hun erf kregen, waren Martinus Tepper en Karin van Tol uit Kolham. Vanaf de A7 zijn molens vijf en zes te zien bij het gemengd veebedrijf van Tepper en Van Tol.

Vanwege de Groningse gaswinning wilde de familie zo snel mogelijk van het gas af en duurzame energie produceren. „De twee molens dekken onze stroombehoefte volledig”, zegt Van Tol, die ongeveer driehonderd koeien heeft. „We houden zelfs elektriciteit over.”

Maar gaan de straks honderden, misschien wel duizenden kleine windmolens op boerenerven een verschil maken in de energietransitie? Nee, zegt lector energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen, Martien Visser: „Alle windmolens op land, dus de kleine en grotere, leveren nu 1 procent van de energievraag.” Dus de kleine molens hebben landelijk een marginale impact.

Eén molen produceert gemiddeld 30.000 kilowattuur elektriciteit per jaar, aldus EAZ Wind. Al is dat afhankelijk van de wind, de plek en de bomen die om de molen staan.

„Een grote molen van vier megawatt levert twaalf miljoen kilowattuur per jaar op”, zegt Visser. Vierhonderd keer zoveel dus. Daarom moet je deze molens volgens Visser vergelijken met zonnepanelen. Eén molen staat volgens hem gelijk aan honderd zonnepanelen.

„Het voordeel van de molens is dat ze minder ruimte nodig hebben en relatief constant stroom leveren en niet zoals zonnepanelen pieken in juni en juli”, zegt Visser.

Ondanks het marginale effect op de energietransitie is de lector positief over de molens. „Deze kleine molens maken de energietransitie aantrekkelijk”, zegt Visser. „Mensen krijgen er positieve energie van, want de buren hebben er geen last van en het geld verdwijnt niet in de zakken van grote projectontwikkelaars, maar helpt de boeren hun bedrijf te verduurzamen.”

Dat is ook het idee achter de molens, zegt oprichter Aard Duivenvoorden. „De kleine windmolen verdeelt de lusten en lasten op dezelfde plek, namelijk het boerenerf”, zegt hij. „Dat is anders bij de grotere windmolenparken, waarvan de bewoners vaker last ondervinden.” Volgens Duivenvoorden moet je „schaal bij schaal zoeken”: windmolenparken die als energie-industrie dienen, moet je ook op industrieterreinen plaatsen.

Bottlenecks energietransitie

Toch zitten er haken en ogen aan de kleine windmolens, ziet lector Visser. „Het energienetwerk is niet gebouwd voor de energietransitie, dus door de snelle groei van de windmolens kunnen bottlenecks ontstaan.” Daarbij wil EAZ ook zonnepanelen plaatsen op de daken van de boeren, zodat er ook stroom is als het niet waait. „Problemen voorkomen op het netwerk kost tijd en geld”, waarschuwt Visser. Maar volgens EAZ valt dat wel mee, omdat de boeren minder stroom van het net vragen dankzij de molens en marginaal terugleveren.

Uiteindelijk hoopt oprichter Duivenvoorden dat over een paar jaar de kleine windmolens net zo bij een boerderij horen als een schuur. „Dat als kinderen een tekening van een boerderij maken, ze ook een molen tekenen, net als zonnepanelen op een huis.”