In Heerlen splijt het spoor de stad in tweeën

Heerlen In de mijntijd woonden beambten onder het spoor in Heerlen en mijnwerkers erboven. De sociale grens bestaat nog altijd. „‘Het wordt wel voor ons geregeld’, zit nog tussen de oren.”

Sociale tweedeling in Heerlen: aangeharkte, welvarende wijken in het zuiden en verval en leegstand in het noorden, waar gemeente en wijkbeheer bezig zijn met verbetering.
Sociale tweedeling in Heerlen: aangeharkte, welvarende wijken in het zuiden en verval en leegstand in het noorden, waar gemeente en wijkbeheer bezig zijn met verbetering. Foto’s Merlin Daleman

Lex Nelissen, ook wel bekend als de nachtburgemeester van Heerlen, runde achtereenvolgens een discotheek, een pizzeria en een theatertje in de Willemstraat, net achter het station. „De ruige reputatie van die hoek van de stad dateert uit de tijd van de steenkolenmijnen. Mijnwerkers gaven er een groot deel van de inhoud van hun net ontvangen loonzakje uit. Veel Heerlenaren mochten er van hun ouders niet komen.”

Lange tijd was de stationstunnel een no-go-area: het wemelde er van de junks en dealers. De Rick Nolov Band, die het tot een optreden op Pinkpop schopte, bezong in de jaren tachtig de overgang in het lied ‘The wrong side of town’.

Across the railroad, the scene’s too hot Across the railroad, there ain’t no god Across the railroad, there’s too much booze and horse Across the railroad, they’ll tie you up and no one is gonna cut you loose

De vooral in de stationstunnel zichtbare harddrugsproblemen verdwenen kort na de millenniumwisseling dankzij een krachtdadige aanpak. Sinds kort zijn de ‘goede’ en ‘slechte’ kant van Heerlen met elkaar verbonden door het Maankwartier, een complex bestaande uit een station, winkels, kantoren en woningen, ontworpen door de Heerlense beeldend kunstenaar Michel Huisman. Zijn verbeelding is er aan de macht met onder meer deurklinken en brievenbussen gemaakt van negentiende-eeuwse treinstellen uit Frankrijk, een landingsplek voor de uit Nederland verdwenen hop en een prachtig busstation met een overkapping van natuurlijk groen.

Lees ook Nieuwe Heerlense wijk bovenop spoor

Aan de achterkant van het Maankwartier eindigt het sprookje abrupt. Uit de Willemstraat is het leven verdwenen. Op de aangrenzende Spoorsingel zorgen een aantal muurschilderingen voor kleur, maar verval en leegstand laten zich lastig verbloemen.

In meer steden splijt het spoor de stad in tweeën. In Heerlen gaat het echter om meer dan een fysiek obstakel. De treinverbindingen met Maastricht, Sittard en het Duitse Aken markeren de grens tussen twee totaal verschillende delen van de stad: het meer welvarende ten zuiden van het spoor en het financieel-economisch en sociaal zwakkere ten noorden ervan.

De armere helft zorgt er in belangrijke mate voor dat, sinds de mijnsluitingen van een halve eeuw geleden, Heerlen figureert in de top van weinig eervolle lijstjes – die van gemeenten met een hoge werkeloosheid, veel uitkeringsgerechtigden, een slechte gezondheid en een lage levensverwachting. Veel problemen gaan over van generatie op generatie. Er zijn koopwoningen die voor minder dan 100.000 euro van eigenaar verwisselen, ondenkbaar in het zuiden van Heerlen met aangeharkte wijken als Welten en Bekkerveld.

Onstuimige groei in mijntijd

De uitslag van de laatste Tweede Kamerverkiezingen liet bij stembureaus onder het spoor een redelijk doorsneebeeld zien. Daarboven stemde op sommige plekken slechts 15 procent van de opkomende kiezers op een van de vier partijen in het kabinet. De meeste steun ging uit naar de PVV, Forum voor Democratie en de in Heerlen traditioneel grote SP.

Heerlen onder het spoor grenst aan de rest van Zuid-Limburg. Heerlen boven het spoor aan de gemeenten Brunssum en Landgraaf, waarna de harde grens met Duitsland wacht. Nederland houdt er langzaam maar zeker op.

De sociale tweedeling van Heerlen is grotendeels terug te voeren op de onstuimige groei in de mijntijd, toen het dorp razendsnel een stad van betekenis werd: de nieuwe buurten voor de beambten en de leidinggevenden verrezen ten zuiden van het spoor, die voor de mannen die dagelijks ondergronds gingen en hun gezinnen daarboven.

„Achteraf zou je het graag anders willen”, zegt wethouder Charles Claessens (CDA), die onder meer Meezenbroek, Schaesbergerveld en Palemig (afgekort ook wel MSP) onder zijn hoede heeft. Hij houdt geregeld spreekuur in de voormalige Vogelaarwijk. Een buurt met „mogelijkheden en betrokken mensen, maar ook een die aandacht nodig heeft”. Dankzij het succes van industrieterrein Avantis en autofabriek VDL Nedcar in Born, zegt Claessen, heeft de gemeente al veel mensen uit een uitkering kunnen krijgen.

Onkruid op de stoep

Volgens Huub Strolenberg uit Palemig kost het flink moeite om bewoners uit zijn buurt in beweging te krijgen. Zeventien jaar geleden trad Strolenberg toe tot de wijkraad. Acht jaar geleden werd hij bestuurslid van de stichting Wijkbeheer MSP. „Ik ben zelfs even voorzitter, secretaris én penningmeester tegelijk geweest. Oudere mensen wilden niet. Jonge mensen hadden het te druk.”

Inmiddels wordt Strolenberg in het bestuur van de Wijkbeheer MSP omringd door jonge mensen. Dertiger Thijs Deckers is secretaris. Hij prijst de saamhorigheid in de wijk en wil die graag versterken.

Volgens Strolenberg gebeuren er mooie dingen in de buurt: „Het jaarlijkse Parkfeest trok drieduizend mensen. Er zijn kinderspeelmiddagen en er is een seniorenreis.” Tijdens een rondgang in de wijk luchten de mannen van Wijkbeheer hun hart. Strolenberg wijst op het onkruid op de stoepen. „De gemeente bezuinigt op onderhoud. De mensen hier doen het ook niet.” Het monotone karakter en kleurloze uiterlijk van de rijtjeshuizen en de flats uit de eerste decennia na de oorlog storen Deckers. Die woningen zijn allang afgeschreven, zegt hij. „Het moet voor corporaties toch mogelijk zijn om hier eens flink te investeren.”

Wethouder Claessens zegt juist redelijk tevreden te zijn over de inspanningen van de woningbouwverenigingen in MSP. Het groenbeheer, deel van zijn portefeuille, verdient stilaan wel heroverweging.

Blij met de sloop

In de wijk Meezenbroek verdwijnen dezer dagen de uit de jaren vijftig daterende Heilige Drievuldigheidskerk en een schoolgebouw. Als geste van de gemeente mochten buurtbewoners er bruikbare materialen uithalen. „Die zijn blij met de sloop”, weet Claessens, „omdat er vanwege de leegstand sprake was van vandalisme.” Voor invulling van de lege plekken rekent hij op de creativiteit van buurtbewoners. Zelf denkt hij aan de ‘eetbare stad’ met planten en bomen waarvan iedereen mag plukken.

„Als je wilt, kan er best wat worden behouden”, meent Sita Bottenberg, SP-raadslid en geboren en getogen in het noordelijke Meezenbroek. Vorig jaar voerde ze met een aantal buurtbewoners succesvol actie tegen het verdwijnen van een pinautomaat uit haar wijk. „Mensen zien dan dat één vinger zich laat breken, maar dat dat met een hele vuist niet lukt. Je moet ze even opporren.”

Bottenberg ziet verbeteringen „Hier mocht ik vroeger als kind niet komen”, vertelt ze bij een park aan de Limburgiastraat. „Er stonden flats waar de woningbouwvereniging allerlei types instopte. Nu is er een mooi park met een hondenuitlaatterrein, een ontmoetingsplek met bankjes en een stadstuin waar bewoners hun gewassen verbouwen.”

Nachtburgemeester Lex Nelissen, lange tijd woonachtig in Schaesbergerveld, ziet veel onrealistische voorstellen. „Dan zie ik een uitnodiging voor een inspraakbijeenkomst over een project waarover al ik-weet-niet-hoeveel avonden zijn belegd. Het lijkt erop dat sommigen een aardige boterham verdienen aan het denken over projecten.”

Het debatklimaat stoort Nelissen ook. In een stad met een door de SP gedomineerd college mag je volgens hem geen kritiek hebben. „Heb je die wel, dan word je weggezet als rechts of een sympathisant van Jos van de Mortel.” De laatste is een vastgoedexploitant die vaak in de clinch ligt met de gemeente.

Volgens wethouder Claessens is ieders idee welkom. Financiën zijn soms wel een probleem. Met de gelden voor de Vogelaarwijken werd onder meer de infrastructuur in MSP verbeterd. „Door slim een beroep te doen op potjes van diverse instanties krijgen we nog steeds zaken voor elkaar”, zegt de wethouder. In het kader van de regiodeals voor streken in transformatie kreeg de Parkstad [Heerlen en agglomeratie] onlangs 40 miljoen euro van het Rijk. „Dat is mooi. Maar eigenlijk zou voor de Parkstad nog veel grootschaligere overheidssteun op zijn plaats zijn. De demografische krimp hier is het voorland voor de rest van Nederland.”

De mijn liet de heggen knippen

Volgens de bestuurders van de stichting Wijkbeheer MSP speelt er meer dan de terugloop van de bevolkingsaantallen. In de gouden tijden zorgde ‘de mijn’ voor zo’n beetje alles. Ook ten noorden van het spoor waren de zaken goed voor elkaar. In sommige wijken liet de werkgever zelfs de heggen in de tuin knippen. „De daaruit voortgekomen houding van: ‘Het wordt wel voor ons geregeld’, zit bij velen nog tussen de oren”, zegt Strolenberg. „Wijkbeheer heeft een potje met geld. Mensen met goede plannen kunnen daar een beroep op doen. Maar als ze al met voorstellen komen, is het bijvoorbeeld iets feestelijks waarbij ze alles willen uitbesteden. Terwijl het nu juist gaat om dat samen organiseren.”

Secretaris van de stichting Thijs Deckers woont in Parkheuvel, een nieuw gedeelte van MSP met veel koopwoningen, bedoeld om de bevolkingssamenstelling van de buurt gevarieerder te maken. Jonge mensen streken er neer, de laatste jaren werden er volop kinderen geboren. „Mijn vrouw en ik zijn als een van de laatsten ouder geworden.”

In de box ligt Koen, een paar weken oud, te slapen. „Naar welke school laten we hem straks gaan?”, vraagt Deckers zich hardop af. Natuurlijk klopt zijn hart voor MSP en ligt de pas gebouwde school De Droomboom voor de hand. „Maar alle ouders die ik hier in Parkheuvel ken, sturen hun kinderen naar scholen in het Heerlen aan de andere kant van het spoor of zelfs in aanpalende gemeenten als Voerendaal.”

SP-raadslid Bottenberg schudt het hoofd als ze hoort van dit dilemma. Voor de Meezenbroekse is het nooit een vraag geweest waar haar kind naar school moest. „Hier natuurlijk.”

Correctie (20 augustus 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd kunstenaar Michel Huisman abusievelijk aangeduid als Michiel Huisman. Dat is hierboven aangepast.