Zo goed als niets te besteden, tóch met vakantie

Minimacamping Op camping Polemonium in Opende is alles gratis. Maar de camping is er alleen voor mensen die door geldgebrek nooit op vakantie kunnen.

Appie Wijma (linksboven) was altijd al meer maatschappelijk werker dan tuinder. „Ik had nog een veldje over”, zegt hij over zijn camping.
Appie Wijma (linksboven) was altijd al meer maatschappelijk werker dan tuinder. „Ik had nog een veldje over”, zegt hij over zijn camping. Foto’s Sake Elzinga

De twee jongste dochters van Harold en Sylvia Verbaan (vier en elf jaar) zijn nog nooit met vakantie gegaan. Harold Verbaan is afgekeurd als vrachtwagenchauffeur. Kreeg een uitkering, kwam daarna in de bijstand. Hij overleefde drie hartinfarcten, waarvan de laatste anderhalve week geleden. Uiteindelijk belandde het gezin in de schuldsanering. Nu leven ze van 100 euro per week, met z’n vieren.

„Na de zomervakantie vragen ze op school altijd waar de kinderen met vakantie zijn geweest”, zegt Verbaan. „‘Ik was de hele vakantie thuis’, moeten onze dochters dan zeggen.” Dat doet pijn. „Elk jaar zeg ik tegen de leerkrachten dat ze moeten stoppen met die vraag.”

Dit jaar is het anders. Het gezin Verbaan viert vakantie, tweehonderd kilometer van hun huis in Houten. Op de camping van tuinder Appie Wijma (54) in het Groningse dorp Opende.

Vier weken geleden was het veld naast de tuinplantenkwekerij van Wijma leeg. Nu staan er twaalf tenten, een pingpongtafel, zwembadjes, een wc-hok en is er ruimte voor veertig tot vijftig campinggasten per week op Camping Polemonium. Alles is gratis, maar alleen voor mensen met een minimuminkomen, die nooit met vakantie kunnen.

Wijma was altijd al meer maatschappelijk werker dan tuinder. Drie jaar geleden begon hij een groentekwekerij, die alleen levert aan de Voedselbank. Het idee van de camping lag dan ook voor de hand. „Mijn handen zijn afgekeurd, dus veel tuinderswerk kan ik niet doen en ik had nog een veldje over”, zegt Wijma. Daarnaast wordt hij „gedreven van boven”.

Dankzij zijn betrokkenheid bij de Voedselbank was hij bekend met de schrijnende situatie van veel Nederlanders. „Dat onrecht, ik vind het een schande hoe sommige instanties met mensen omgaan.” Hij vertelt over een gast die met de taxi kwam, maar achteraf zijn scootmobiel nodig had. „Die wilde de gemeente niet brengen, want de taxi was al besproken.”

Brandweerauto en een stinkdiertje

Dankzij lokale media-aandacht en een Facebookfilmpje dat inmiddels drie miljoen keer is bekeken, kwamen donaties uit het hele land. De loods staat vol. Vis uit Urk. Vlees van de slager uit Surhuisterveen. Dozen vol met kinderkleding. Een wasmachine en een nieuwe boiler voor de douche. Hij vroeg op de radio om een paar fietsen voor de gasten, stonden er even later zestig exemplaren in de loods.

En dat is niet alles. Vrijwilligers lopen af en aan. Wekelijks komt een schoonheidsspecialiste langs, evenals de antieke brandweerauto en een man „met wat slangetjes, een leguaan en een stinkdiertje”. En binnenkort geeft de beroemdste volkszanger van het Noorden een optreden op de camping: Jannes. Wijma: „We houden het besloten, want hier in het dorp houden ze van meppen.”

Het succes van de camping van Wijma is niet los te zien van de situatie van veel gezinnen in Nederland. Bijna een miljoen Nederlanders leven onder de armoedegrens, blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Maar, zegt Wijma, pas op de camping hoor je de ervaringen die achter de cijfers schuilgaan. „Dan worden het verhalen van vlees en bloed.”

Zoals het verhaal van Hans (40) uit Emmen, die niet met zijn achternaam in de krant wil vanwege zijn verleden. Eigenlijk hadden zijn vrouw en hij geen geld om te komen, „maar gelukkig gaf mijn moeder ons 40 euro benzinegeld”. Hij ziet zijn zoons van 8 en 11 jaar helemaal opvrolijken op de camping.

Hans is volledig afgekeurd. Zijn vriendin krijgt al van jongs af aan een uitkering. Hun oudste zoon werd te vroeg geboren. „We hadden geen geld, maar maakten toch ritjes van Emmen naar het ziekenhuis in Groningen.” Uiteindelijk kampten ze met een schuld van 85.000 euro. Ze kregen een bewindvoerder, maar die ging failliet. Zonder dat ze het wisten bleef 27.000 euro schuld over. „De enveloppen van schuldeisers vlogen binnen.”

Nu leven ze van een tientje per dag voor de komende tien jaar. „Continu komen instanties bij ons over de vloer”, zegt Hans. Dat vindt de oudste zoon lastig, die „door al die bezoeken en bijkomende schoolproblemen nooit buitenkomt”. Maar vandaag spelen de kinderen buiten. Zij vinden het fantastisch, maar voor Hans is het lastig. Hij heeft ADD en PDD-NOS, krijgt snel woedeaanvallen. Eigenlijk is de camping te veel voor hem. „Ik krijg zo veel prikkels.” De tranen schieten hem in de ogen.

„Hans heeft hier te veel tijd om na te denken”, zegt Wijma. Dit soort verhalen vallen hem zwaar. „Ik zit vaak te janken. Natuurlijk.” Hij wil dat er meer van dit soort campings komen, zodat meer mensen „even uit de ellende weg kunnen”.

2.725 ongelezen mailtjes

Tot het einde van het seizoen, rond half september, zit de camping vol, met gasten én spullen. Wijma laat het mailicoontje op zijn mobiel zien: 2.725 ongelezen mailtjes. „Die zijn van de afgelopen vier dagen.” Het enige wat hij nog nodig heeft is een AED-apparaat. „O, en de chips raken op.”

Alles wat ongebruikt blijft, mogen de mensen meenemen. „Mensen die iets nodig hebben, durven daar niet om te vragen”, zegt Wijma. „Zo had een moeder van acht kinderen geen wasmachine. Kun je het je voorstellen? Die krijgt ze nu.”

Het belangrijkste in de loods ligt uit het zicht in de koelcel: verpakte cadeautjes voor de kinderen. „Want na de zomervakantie komt het grootste probleem voor de gezinnen”, weet Wijma. „Hoe komen ze aan een sinterklaascadeau?” Dat krijgen ze nu alvast mee.

En de dochters van Harold en Sylvia Verbaan? „Als we met de jongste met de auto naar de buurtsuper gaan, heeft ze al heimwee naar de camping”, zegt Harold. „Na deze week kunnen de kinderen op school voor het eerst vertellen over hún vakantieverhaal.”