Recensie

Recensie Muziek

Twee onvergelijkbare jeugdorkesten in een week

Klassiek Op twee achtereenvolgende dagen speelden het Jeugdorkest van de Europese Unie en het Palestijns Jeugdorkest in Nederland.

Palestijns Jeugdorkest
Palestijns Jeugdorkest Foto Bryam MacCormack

Zowel het Jeugdorkest van de Europese Unie als het Palestijns Jeugdorkest speelde afgelopen week een avond in het Amsterdamse Concertgebouw. Ze delen hun zichtbare speelplezier, maar dat is ongeveer waar de overeenkomsten ophouden. Beide jeugdorkesten vergelijken zou echter oneerlijk zijn. Het Jeugdorkest van de Europese Unie (EUYO) wordt jaarlijks samengesteld uit 140 zeer getalenteerde 16- tot 26-jarigen en kan daarvoor putten uit alle EU-landen. Voor het Palestijns Jeugdorkest (PYO) mogen talenten drie jaar jonger zijn, als hun wortels maar in Palestijnse grond staan.

Het EUYO onder leiding van Stéphane Denève begeleidde in de eerste helft klarinettist Andreas Ottensamer in het klarinetconcert van Mozart. Die laatste had, vriendelijk gezegd, niet zijn beste dag. Het langzame tweede deel kwam nog enigszins uit de verf, maar Ottensamer speelde weinig dynamisch en soms ronduit slordig. Het hielp niet dat hij meermaals probeerde het tempo te versnellen. Eerst via Denève, maar omdat die niet toegaf later zelfs rechtstreeks via de concertmeester. Het leverde alleen ongelijkmatig spel op, tot Ottensamer weer inbond. Een charmante touch van Denève was de kleine extra hoofdrol die hij aan de houtblazers gaf wanneer Ottensamer eventjes rust had, met een soort plaatselijke houtblazersduetjes tot gevolg.

Na de pauze werd veel goedgemaakt. Als het intro van de machtige Vijfde symfonie van Mahler goed klinkt, dan staat het werk al voor een derde overeind. Dat lukte. Het orkest speelde met een mooi verdeelde energie precies zo imposant als je graag bij Mahler hoort. Al is imposant spelen voor een jeugdorkest zelden een probleem. Zuiver zacht spelen is vaak een veel grotere hindernis. Het EUYO bewees ook die met bewonderenswaardig gemak te kunnen nemen.

EUYO speelt Vijfde symfonie van Mahler o.l.v. Vasily Petrenko

Jammer genoeg geldt niks daarvan voor het PYO. Van het westers klassieke repertoire op het programma (onder andere Tsjaikovski’s Romeo en Julia Fantasie-ouverture en Wagners Liebestod) klonk weinig echt overtuigend. Om twee, misschien zelfs drie bibberende inzetten kun je nog heen luisteren, maar in het Concertgebouw ging het aan de lopende band mis. Daarna duurde het steeds tergend lang voor de stukken opwarmden en interessant werden; en ook die momenten waren van korte duur. De avond werd gelukkig gered door de Midden-Oosterse muziek van onder anderen de gebroeders Rahbani. Nog steeds speelt een gemiddeld Midden-Oosters ‘Takht’ (kamermuziek)ensemble met meer energie, maar het PYO ontpopte zich plotseling wel als een mooi gebalanceerd begeleidingsorkest voor de jonge zangeres Nai Barghouti. Met haar warme stem wist zij de avond eigenhandig uit het slop te trekken.