Cultclub Union Berlin moet zich nu staande houden tussen de rijken

Bundesliga Union Berlin debuteerde zondag in de Bundesliga met een nederlaag tegen de ‘morele vijand’ RB Leipzig. Voor de trouwe aanhang is het de vraag of hun club op het hoogste niveau de eigenzinnige, linksige identiteit kan behouden.

Voor de legendarische Oost-Berlijnse cultclub FC Union staat er dit voetbalseizoen veel op het spel. En niet alleen in sportief opzicht.

Voor het eerst in de geschiedenis speelde het kleine Union deze zondag in de Bundesliga. De vraag is natuurlijk of ze zich daar als nieuwkomer tussen de grote jongens wel staande weet te houden.

Maar zeker zo spannend voor de trouwe aanhang is een andere vraag: kan Union, nu ze meedoet in de hoogste klasse, nog wel zijn eigenzinnige, dwarse, linksige identiteit behouden, waarop haar reputatie is gestoeld? Dat tegendraadse karakter, gevormd ten tijde van de DDR, is het hart van de club. En het verdraagt zich slecht met de wereld van het grote geld, dat in het topvoetbal zo bepalend is geworden.

Union was oorspronkelijk een club met veel metaalarbeiders uit het Berlijnse stadsdeel Köpenick. De koosnaam Eisern Union herinnert daar nog aan, vereeuwigd in het clublied. De uitvoering van Nina Hagen, peetmoeder van de Duitse punk, maakte het lied populair. ‘Wir aus dem Osten geh’n immer nach vorn’.

Nina Hagen zingt het clublid van Union Berlin, in 2001. VI Images

Omdat er altijd te weinig geld was staken supporters de handen uit de mouwen toen het stadion in 2008 moest worden verbouwd. Op vrije dagen, of na hun werk, hielpen 2.000 vrijwilligers met beton gieten, timmeren en andere klussen.

‘Bloeden voor Union’

En dan was er het initiatief ‘Bloeden voor Union’, wat letterlijk werd genomen. Fans zamelden geld in, onder meer door de bescheiden financiële vergoeding voor bloeddonaties aan Union te schenken.

Andere clubs hebben supporters, zegt men hier, maar bij Union hebben de supporters een club. Zo hecht is de band, dat de fans kort voor kerst massaal naar het stadion komen, om op de tribunes en het veld met Glühwein in de hand gezamenlijk kerstliedjes te zingen.

„Bij de ingang krijg je een liedboek en een kaars”, vertelt Luisa Reinke (20), die uit een familie van Union-supporters komt. Ze is voor het seizoen begint op een druilerige middag naar een training komen kijken. Natuurlijk neemt Reinke deel aan de kersttraditie, die haar club beroemd heeft gemaakt tot ver buiten de Duitse grenzen. „Als iedereen in het stadion is gaat het licht uit en zingen we, met brandende kaarsen, ‘Stille Nacht, Heilige Nacht’.”

Tijdens het WK van 2014 werden de fans uitgenodigd om bij public viewing hun eigen bankstellen mee naar het stadion te nemen. Daar werden ze op het veld gezet om samen ‘in huiskamer-sfeer’ op een groot scherm naar de wedstrijden te kijken. Een magazijn van Seats and Sofas was er niets bij.

Aan de bar van café De Buitenspelval, naast de trainingsvelden en het stadion, de Alte Försterei, legt een andere supporter uit wat voor de Union-aanhang belangrijk is. „Voetbal hoeft voor mij niet perfect te zijn – anders zou ik echt niet naar Union gaan. Dat Union nu in de Bundesliga speelt maakt mij niet zoveel uit. Het gaat mij om het plezier van het spel.”

Het is nog stil in de Fankneipe, maar het ruikt al vertrouwd naar bier. Roger – zestig jaar, haar tot zijn schouders – wil niet met zijn achternaam in de krant. Hij zit achter een groot glas Hefeweizen, ruim een week voor het debuut van Union in de Bundesliga. „Tegen RB Leipzig” – hij zegt het met duidelijke afkeer van de club die in 2009 met een hoop geld werd opgericht door Red Bull, de Oostenrijkse producent van het bekende energiedrankje.

Lees ook de eerdere reportage over RB Leipzig, de voetbalclub van Red Bull die staat voor geld en commercie

„Union probeert de waarden van het spel nog hoog te houden”, betoogt Roger, die makelaar is. „RB Leipzig is het volkomen tegendeel. Bij de Leipzigers gaat het niet om voetbal, maar om het verkopen van een product, Red Bull.”

Het steekt veel Union-supporters dat ze bij hun debuut op het hoogste niveau uitgerekend speelden tegen wat ze zien als hun morele vijand. Een supportersvereniging heeft de doorgaans luidruchtige Union-aanhang opgeroepen als protest het eerste kwartier te zwijgen – „om te laten zien, dat we het niet eens zijn met de opvatting van RB Leipzig over voetbal”.

Stemmingsboycot

Keeper Rafal Gikiewicz waagde het openlijk bezwaar te maken tegen die „stemmingsboycot”. „We hebben jullie euforie en gezang nodig.” Maar voorzitter Dirk Zingler weet hoe de verhoudingen bij Union liggen en verklaarde dat de vereniging achter de fans staat.

En inderdaad, deze zondagavond bleef de Union-aanhang het eerste kwartier muisstil. Gescoord werd er niet. Maar juist toen het gezang en gejuich van de fans na precies 15 minuten losbarstte, moest Union binnen een minuut het eerste doelpunt van Leipzig incasseren. Uiteindelijk werd de nieuwkomer in de Bundesliga met 4-0 genadeloos verslagen.

Aan de fans heeft het niet gelegen. En ze hebben wél hun punt gemaakt.

Maar was het protest geen valse romantiek? In het clublied wordt stoer gezongen: „Wie laat zich niet door het Westen kopen? Eisern Union, Eisern Union!” Maar Union is wél een profclub, die net als andere clubs ook geld nodig heeft. De nieuwe hoofdsponsor is een grote onroerendgoedfirma, met het hoofdkantoor in Luxemburg.

Zuiver op de graat zijn blijkt geen vereiste. Een busje Union-supporters werd onlangs gesignaleerd met de tekst: „We verkopen onze ziel, maar niet aan iedereen!”, met daarnaast een tekening van een platgestampt blikje Red Bull.

DDR

In de DDR stond Union in de schaduw van zijn lokale rivaal BFC Dynamo. De chef van de almachtige inlichtingendienst Stasi, Erich Mielke, was daar erevoorzitter. Dynamo werd, niet helemaal toevallig, tien keer achter elkaar landskampioen in de arbeiders- en boerenstaat. Maar na de val van de Muur ging het met de ‘Stasi-club’ snel bergafwaarts.

Een dissidentenclub was Union in de jaren van het communisme niet, maar onaangepast was ze wel al, met eigenzinnige fans met lange haren. Eigen spelers werden nooit uitgefloten, ook niet als ze geblunderd hadden of verloren – een traditie die nog altijd wordt hooggehouden. Bij een vrije trap dichtbij het Union-doel werd als politieke provocatie wel gescandeerd „die Mauer muss weg!”

De lokale rivaal waartegen Union nú moet opboksen is Hertha, dat in het westen van de Berlijn speelt in het Olympisch Stadion. Het standsverschil is enorm met de knusse Alte Försterei, die voor 85 procent uit staanplaatsen bestaat. Sinds de promotie van Union is het ledental met 5.000 omhoog geschoten tot 30.000 – een probleem, omdat het stadion maar 22.000 plaatsen heeft.

Nordi Mukiele (links) van RB Leipzig in duel met Christopher Lenz van Union Berlin. Foto HAYOUNG JEON/EPA

Uniek karakter

Al in 2017, toen promotie ook al even aanstaande leek, zongen supporters uit volle borst - spottend, maar misschien ook ietwat bezorgd: So’ne Scheisse, wir steigen auf! (O wat klote, we promoveren!). Toch werd er dagenlang uitbundig gefeest toen de promotie twee jaar later wél lukte.

Het unieke karakter van Union is voor sommigen al verleden tijd. „Als je in de Tagesschau ‘cult’ wordt genoemd wordt, dan is het met de cult voorbij”, hoonde een columnist in Der Spiegel.

Maar bij welke andere club in de Bundesliga is de saamhorigheid zo sterk, dat de stadionomroeper op verzoek verjaardagen, huwelijken, geboortes en ook sterfgevallen uit de Union-familie omroept? En dat fans op de tribune, zoals zondag gebeurde, grote foto’s van dierbare overleden Union-leden omhoog houden? Met twee woorden op die posters: „Endlich dabei.

Eindelijk bij de grote clubs in de hoogste liga – en wel samen: de club, de fans, en in gedachte zelfs de overleden fans. Hoe teleurstellend de eerste nederlaag ook was, de fans juichten na afloop hun ploeg toe – zoals de Union-traditie het wil.