Opinie

Prutsen of echt de lasten verlagen?

Marike Stellinga

Dit wordt een Prinsjesdag in gekke tijden, om niet te zeggen: knotsgekke tijden. En dat levert een aantal spannende vragen op. De eerste: wordt het een groot kado op Prinsjesdag, of een doosje bonbons?

De komende weken gaan de partijen van de coalitie traditiegetrouw sleutelen aan de koopkrachtplaatjes. Dat zijn de grove en onzekere koopkrachtvoorspellingen van het Centraal Planbureau voor volgend jaar. Het doel van dat sleutelen: een mooi verhaal voor de mensen op Prinsjesdag. De vraag is nu of het blijft bij morrelen aan belastingkortingen, toeslagen en tarieven om de voorspellingen een tikje beter te maken, en om bijvoorbeeld het voorspelde verschil in koopkrachtgroei tussen gepensioneerden en werkenden te verkleinen?

Of komt er een groter gebaar? Trakteert dit kabinet het land halverwege de rit op een echte lastenverlichting? Anders dan wat het kabinet vaak beweert, dalen de lasten voor burgers deze kabinetsperiode niet. Gezien alle steunbetuigingen aan de middenklasse van coalitiekopstukken als Klaas Dijkhoff (VVD) en Wopke Hoekstra (CDA) zou je toch meer verwachten dan wat gepruts aan de belastingknopjes.

Tweede spannende vraag is hoe het kabinet omgaat met de schizofrene situatie dat het Nederland nog steeds verrassend goed gaat, terwijl in landen om ons heen de somberheid nu echt toeslaat. Het Centraal Planbureau had het donderdag over „gure wind uit het buitenland”. Kijk bijvoorbeeld naar Duitsland, waar de (export)industrie het zwaar heeft. Daarbij komen ook nog de „neerwaartse risico’s” die het CPB ziet: de handelsruzie tussen de Verenigde Staten en China, de Brexit en „politieke ontwikkelingen in Italië”. Je wordt niet vrolijk van alle analyses over de wereldeconomie. Het dilemma is: wordt het kabinet zuinig van de donkere wolken die van buiten komen? Met het idee: voor je het weet staat de schatkist er minder riant bij. Of juist vrijgevig? Met het idee: we stutten de economie voor de zekerheid wat extra.

En dan hebben we de spannendste vraag nog niet eens gehad. Want wat doet minister van financiën Hoekstra met de knotsgekke situatie dat de staat tegenwoordig geld toe krijgt als hij geld leent? „Bijna niet te bevatten,” noemde Hoekstra die situatie in juli in tv-programma Jinek. Steeds meer economen betogen dat Duitsland en Nederland meer zouden moeten lenen. De financiële markten smeken bijna: investeer! Als de rente negatief is, is het zonde om een lage staatsschuld en een begrotingsoverschot te hebben.

Dat is ook zo als de rente niet negatief zou zijn, maar lager dan de nominale economische groei, zo rekende hoogleraar Coen Teulings in juni in Het FD voor. Dan kost staatsschuld geen geld, maar levert het geld op. „Eigenlijk is het ministerie van Financiën een verzekeringsbedrijf dat veilige beleggingen verkoopt aan risico-averse klanten.” Een beetje gek om morele bezwaren te hebben tegen het product dat je zelf verkoopt, schrijft Teulings over de voorliefde voor een lage staatsschuld van ministers van Financiën. Volgens hem heft Nederland structureel te veel belasting en geeft het structureel te weinig uit.

Hoekstra zei in juli bezig te zijn met de vraag „of je gebruik kan maken van die bijzondere omstandigheid van de lage rente”. Voor de zuinige Hoekstra zou dat een verrassende draai zijn. Slotvraag: durft het kabinet meer uit te geven? Ik ben zeer benieuwd.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.