Peter Fonda: de belichaming van de hippietijd

Peter Fonda 1940-2019 Zeg Peter Fonda en je zegt Easy Rider. De vrijdag overleden acteur werd met zijn slungelachtige verschijning en ironische gebruik van de term ‘Captain America’ hét symbool van de Amerikaanse tegencultuur van de jaren zestig.

Peter Fonda (links) op zijn chopper ‘Captain America’, naast Dennis Hopper in de film Easy Rider.
Peter Fonda (links) op zijn chopper ‘Captain America’, naast Dennis Hopper in de film Easy Rider. Foto Columbia Pictures/Reuters

Alleen al de manier waarop hij in de eerst minuten van Easy Rider zijn horloge weggooit… Dat is namelijk niet zomaar een horloge, maar een heuse Rolex. En het is ook niet zomaar een wegwerpgebaar, maar bijna een offer. Hij maakt de sluiting los, kijkt met een haast onmerkbaar knikje nog eenmaal op het klokje in zijn hand, en gooit het dan weg alsof hij de tijd voorgoed vaarwel zegt en de vrijheid verwelkomt op de woestijngrond van Death Valley. Dat is trouwens ook niet zomaar een locatie, maar de plek waar vele goudzoekers strandden, en de bijna-laatste frontier in zoveel westerns.

Hoeveel symboliek kan schuilgaan in een paar seconden film? De meeste mensen zullen zich vooral de beelden daarná herinneren, als Peter Fonda en Dennis Hopper, begeleid door de muziek van Steppenwolfs ‘Born to be Wild’, op hun motoren genaamd Captain America en Billy Bike op weg gaan, „op zoek naar Amerika”. Die beelden zijn bijna nog bekender dan de film. Easy Rider is de eerste contemporaine roadmovie, een western op motoren, met hippies Fonda en Hopper als moderne outlaws.

Filmgeschiedenis

Als je een heel tijdperk in een paar minuten wilt samenvatten, dan vind je die aan het begin van de film die Fonda samen met Hopper en Terry Southern schreef, die Hopper regisseerde en Fonda voor minder dan 400.000 dollar produceerde. En die in de loop der jaren vele tientallen miljoenen opbrengsten genereerde.

De film heeft op zoveel fronten geschiedenis geschreven. Bijvoorbeeld door het gebruik van natuurlijk licht, en het in beeld brengen van de iconografie van de ‘americana’ van snelwegen, benzinestations en neonreclames. Bovendien kickstartte Easy Rider het ‘nieuwe Hollywood’ waar auteur-regisseurs als Francis Ford Coppola en Martin Scorsese tot bloei konden komen.

Hollywood-dynastie

De afgelopen vrijdag in zijn huis in Los Angeles op 79-jarige leeftijd overleden Peter Fonda maakte deel uit van een heuse Hollywooddynastie. Zijn vader Henry speelde een halve eeuw hoofdrollen in Amerikaanse klassiekers van 12 Angry Men tot Once Upon a Time in the West.

Zijn oudere zus Jane maakte niet alleen naam als model en actrice, maar ook als politiek activist, met name tegen de Vietnamoorlog. Dochter Bridget werd ook actrice en was onder meer te zien in Quentin Tarantino’s Jackie Brown.

Even leek het erop dat de op 23 februari 1940 in New York geboren Peter Henry Fonda was voorbestemd voor hetzelfde soort rollen als zijn vader: die op een paar duistere schurken na vooral de Amerikaanse alleman par excellence personifieerde, een alledaagse held die door zijn fatsoen en onschuld in de problemen komt. Maar toen Peter door B-filmkoning Roger Corman werd gecast in bikerfilm The Wild Angels (1966) en lsd-film The Trip (1967, geschreven door Jack Nicholson) bleek dat zijn kracht heel ergens anders lag.

Onpeilbaar blauwe ogen

Met zijn lange slungelachtige verschijning, zijn onpeilbaar blauwe ogen en vooral zijn laconieke air werd hij hét symbool van de tegencultuur. Easy Rider zou je kunnen omschrijven als een mix van The Wild Angels en The Trip, maar is ondanks het ronken van motoren, de onvergetelijke soundtrack, het dopestonede slappe geouwehoer een film die over zoveel meer gaat. Over kleinburgerlijkheid en grootmoedigheid. Over onverdraagzaamheid en paranoia. Het is bepaald geen flowerpowerhippiefilm, maar eentje die toen al liet zien dat vrijheid en vooruitgang misschien wel de drijvende krachten achter de Amerikaanse droom zijn, maar niet achter het land wat die droom moet leven. Of zoals hij in een sleutelscène zegt: „We blew it.”

Het is een film die je elk jaar zou moeten zien, en die elk jaar raarder, verwarrender en meer visionair wordt.

Fonda bleef dankzij het succes van Easy Rider op de radar van Hollywood, speelde in bijna net zoveel filmische producties als zijn vader, al waren zijn rollen minder memorabel en leverde het vooral veel getypecaste films met nog meer motoren op. Uitzonderingen waren Steven Soderberghs misdaadfilm The Limey (1999), waarin hij zelfironisch de sixties beziet en James Mangolds remake van western 3:10 to Yuma (2007). Zijn laatste film was oorlogsfilm The Last Full Measure, die later dit jaar in première moet gaan.

Ode aan zijn vader

Zijn meest opmerkelijke film was Ulee’s Gold (1999) een ontroerende en onuitgesproken ode aan zijn vader, met wie hij zijn hele leven een moeizame verhouding had en met wie hij zich pas kort voor diens dood in 1982 verzoende. Hij speelt in die film een Vietnamveteraan op leeftijd, een imker in Florida, die in plaats van de wijde wereld in te gaan een innerlijke reis maakt om met zichzelf in het reine te komen. Die omgekeerde roadmovie leverde hem een Golden Globe en een Oscarnominatie op, die hij echter naar zijn oude buddy Jack Nicholson zag gaan, voor de vergelijkbaar berustende film As Good as It Gets.

Ook in zijn levensfilosofie vertegenwoordigde Fonda de hippie-idealen. Op zijn website geeft hij diepe adviezen die op het eerste gezicht even laconiek overkomen als zijn presence: „Ik geloof dat je alleen echt vrij bent als je leert, en dat je alleen kunt leren als je vrij bent. En, hoewel ik erg van het liedje Me and Bobby McGee hou waar dat uit komt: vrijheid is niet zomaar een ander woord voor ‘niets te verliezen hebben’.”

Cool en ongenaakbaar zijn is niet hetzelfde als onverschillig.

Correctie (17 augustus 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond ‘zijn vader Peter’. Dat klopt niet, de vader van Peter Fonda heette Henry. Hierboven is dat aangepast.